Waanzin in museumland, wanneer komen we eindelijk tot bezinning?

Er is iets weerzinwekkends aan de gang in museumland. Aan de ene kant is sprake van bizarre uitwassen, aan de andere kant vinden sluitingen en vernietigingen plaats. Enkele voorbeelden.

Naast het Stedelijk Museum is een badkuip opgesteld die bij velen ontsteltenis wekt. De tent is nauwelijks heropend of de eerste ontslagen vallen.

Het filmmuseum Eye is een icoon, praten de Amsterdammers elkaar na. De financiers krabben zich achter de oren nu zij zich de consequenties realiseren.

De zeventiende eeuwse architectuur van het Scheepvaartmuseum is verpest door het binnenplein te overdekken. De kosten moeten vergoed worden uit woeste feesten waarbij zelfs doden vallen.

Op Museum De Fundatie in Zwolle is een zeppelin gedaald als een realiteit geworden nachtmerrie van Dali. Een museum met ronde wanden, hoe haal je het in je hoofd.

Ondertussen vinden rampen plaats. Rotterdam sluit het fraaie met veel moeite gerestaureerde Schielandshuis, nadat de Dubbelde Palmboom en het Zakkendragershuisje in Delfshaven al eerder dicht gingen.

De mooie Schotse Huizen in Veere vallen ten prooi aan de horeca die zich onder, voor en achter het museum heeft genesteld en nu ook naar binnen dreigt te sluipen.

Nusantara in Delft is achteloos gesloten.

Museum De Moriaen in Gouda staat te koop.

Het Tropenmuseum zit op de schopstoel en ga zo maar door.

Tot overmaat van ramp stoot de Rijksgebouwendienst, decennia lang kampioen geldsmijterij met een platina wand in de Raad van State, kunst in gevangenissen, een gerechtsgebouw aan het IJ met meer marmer dan in de hele Gouden Bocht aan de Herengracht enz., blader hun lijfblad Smaak maar eens door, plotseling een hele reeks monumenten af.

Welke wal keert dit schip?

Ruud Spruit

Medemblik

Scheepvaartmuseum: wel oog voor slavernij

Natuurlijk moet het Tropenmuseum blijven als plaats waar mondiaal erfgoed van topkwaliteit wordt gepresenteerd, zoals Thijs Weststeijn in zijn artikel Geen geld voor topmuseum (Opinie&Debat, 1 juni) betoogt. Maar hij slaat de plank helaas wel mis met de bewering dat het Scheepvaartmuseum het Nederlandse slavernijverleden negeert.

Misschien moet hij eens naar onze expositie over de maritieme Gouden Eeuw komen kijken, onderdeel van de permanente presentatie.

Daar is uitgebreid te zien hoe in de tijd van Michiel de Ruyter Nederlandse schepen honderdduizenden Afrikanen als slaaf over de Atlantische Oceaan vervoerden.

En eind deze maand opent onze eerste grote tijdelijke expositie, De Zwarte Bladzijde, over het slavenschip ‘Leusden’ dat in 1738 met zevenhonderd slaven aan boord verging; de grootste scheepsramp in de Nederlandse geschiedenis.

Drs. Remmelt Daalder

Senior conservator, Scheepvaartmuseum, Amsterdam

Pagina 12: Het belasten van schone, zelf opgewekte stroom is nuts.