Ron Langevelds lange mars naar de wereldtitel

Begin vorige week twitterde Anish Giri: ‘Mijn laatste examen gedaan, en ik hoop dat dit het dan is wat school betreft. Ik verheug me op een drukke zomer vol schaken! Eerst Leon met de legendarische Chucky.’

Chucky is Vasili Ivantsjoek, met wie Giri dit weekeinde in de Spaanse stad Leon een driedaagse tweekamp speelt met verschillende speeltempo's, van vluggertjes tot half-klassiek.

Een paar dagen na die tweet zei Giri op de halfjaarlijkse borrel van het Max Euwe Centrum in Amsterdam dat hij wist dat zijn eindexamen goed verlopen was. Ik geloofde hem op zijn woord. Er zijn kinderen die hard moeten werken voor een vwo-diploma, maar de pientere Giri deed het jarenlang achteloos, naast een volledige baan als profschaker.

Hij kreeg op die Euweborrel te horen dat hij, anders dan de vorige drie jaren, niet tot schaker van het jaar was uitgeroepen. Was er iets akeligs met hem gebeurd, of was er misschien een retroactieve dopingtest geweest? Allerminst. De jury, die bestond uit Gert Ligterink van de Volkskrant, Mark van der Werf van de KNSB en ik, vond dat Giri even moest worden overgeslagen, omdat we in 2012 een Nederlandse wereldkampioen hadden.

Dat was Ron Langeveld (46), die in oktober 2012 het 26ste wereldkampioenschap correspondentieschaak won. Nederland munt uit in die discipline, die vroeger per brief, daarna per e-mail en tegenwoordig via een website wordt beoefend. In 2002 was Gert Timmerman wereldkampioen, in 2005 en 2008 Joop van Oosterom, en in 2004 was de vroeg gestorven Rotterdamse beeldend kunstenaar Ruud Maliangkay tweede in het wereldkampioenschap.

Is het nog wel wat, correspondentieschaak in een tijd dat de computers, die iedereen gebruikt, van de beste schakers kunnen winnen? Het lijkt makkelijker dan vroeger, maar in feite is de dialoog tussen mens en computer in ieder geval veel tijdrovender dan het oude correspondentieschaak. Kun je bijvoorbeeld een bepaalde openingsvariant wel spelen? Soms hangt dat af van de beoordeling van een ver verwijderd eindspel, dat met de computer geanalyseerd kan worden. Wat kan, dat moet, want de tegenstander kan het ook.

Langeveld betwijfelde of hij nog een keer om het wereldkampioenschap zou spelen. Geen wonder. Zijn eerste kwalificatiewedstrijd begon in 2001, in 2005 begon de halve finale en in 2010 de finale waarin hij vorig jaar wereldkampioen werd. Een lange mars van twaalf jaar, gekleefd aan het computerscherm. Hij kon zich voorstellen dat hij de komende jaren iets anders ging doen, misschien wel gewoon schaken met een tegenstander tegenover zich. Dan zal hij zich moeten verzoenen met iets waarvan hij een afkeer heeft: dat schaakpartijen vaak beslist worden door grove tactische fouten.

Ron Langeveld-Gabriel Cardelli, WK 2010 - 2012.

1. e4 c6 2. d4 d5 3. e5 Lf5 4. Pf3 e6 5. Le2 c5 6. Le3 Db6 Tegenwoordig is de algemene mening dat deze zet, gevolgd door de pionnenroof op b2, niet goed is voor zwart, maar toen deze partij begon was dat nog niet zo duidelijk. 7. Pc3 Dxb2 Later hebben zwartspelers dit iets verbeterd met 7...Pc6 8. 0-0 Dxb2, maar ook dat bleek niet bevredigend voor zwart. 8. Db1 Deze sterke zet was al lang bekend, maar maakte pas grote indruk door de partij Karjakin-Eljanov, Olympiade 2010. Die werd waarschijnlijk pas na de beginfase van deze correspondentiepartij gespeeld. 8...Db4 9. a3 Dxb1+ 10. Txb1 b6 Ook 10...c4 11. Txb7 is goed voor wit. 11. dxc5 bxc5 12. Tb7 d4

Het ziet er nog aardig uit voor zwart, omdat 13. Pb5 sterk beantwoord kan worden met 13...Le4. Maar wit heeft beter. 13. Pg5 Pc6 13...dxc3 14. Pxf7 of 13...Ph6 14. Pb5 is goed voor wit. 14. Pb5 Wit gaat zowel op Th8 als op Ta8 af en hoewel hij geen van beide torens zal veroveren, ontwricht dat wel de zwarte stelling. Na 14. Pxf7 zou zwart het goede antwoord 14...Tb8 hebben, waarna zowel 15. Txb8+ Kxf7 als 15. Tc7 dxc3 16. Pxh8 Pge7 prettig voor zwart zou zijn. 14...Tb8 15. Lf3 De pointe van wits vorige zetten. 15...Txb7 16. Lxc6+ Ke7 17. Lxb7 dxe3 18. Pxa7 De tactische verwikkelingen zijn voorbij. Materieel staat het gelijk, maar zwarts koning staat zijn eigen stukken in de weg en daardoor wordt wits vrije a-pion erg gevaarlijk. 18...Ph6 Zwart moet zijn stukken zo snel mogelijk ontwikkelen om de a-pion tegen te kunnen houden. 19. Ke2 f6 20. Pe4 Pg4 21. f3 Lxe4 Ook na 21...Pxe5, wat meer voor de hand ligt, is wits pion na bijvoorbeeld 22. a4 heel moeilijk te stoppen. 22. fxe4 Kf7 23. a4 c4 24. Pc6 Lc5 25. Tf1 Kg6 26. exf6 gxf6 27. Tb1 Pe5 28. Tb5 La3 29. a5 Pxc6 30. Lxc6 Tc8 31. Ld7 Tc7 32. Lxe6 Lc5 33. Lxc4 Zwart is er tenslotte in geslaagd wits a-pion onder bedwang te krijgen, maar ondertussen is hij twee pionnen achter geraakt en ondanks de ongelijke lopers is dat te veel. 33...h6 34. a6 Ld6 35. Ld3 Lxh2 36. e5+ Kf7 37. exf6 Kxf6 38. Tb6+ Kf7 39. Txh6 Le5 40. Th7+ Lg7 41. Le4 Zwart gaf op.