Lik op stuk, direct van beveiliger of portier

Interessante tv-beelden vorige week. Groepen burgers die de bossen rondom Doorn doorzochten, op zoek naar sporen van de twee verdwenen jongetjes. Niet zozeer vanwege de betrokken burgers, maar vooral om die twee agenten die door de korpsleiding mee uit spoorzoeken waren gestuurd. De burger wacht niet meer geduldig op het koele politiebericht na het Journaal,

Interessante tv-beelden vorige week. Groepen burgers die de bossen rondom Doorn doorzochten, op zoek naar sporen van de twee verdwenen jongetjes. Niet zozeer vanwege de betrokken burgers, maar vooral om die twee agenten die door de korpsleiding mee uit spoorzoeken waren gestuurd. De burger wacht niet meer geduldig op het koele politiebericht na het Journaal, maar neemt het heft in handen. De politie moet regisseren, informatie geven en de weg wijzen. De politie als facilitair bedrijf voor de maatschappij die liever zelf opspoort en eigen belangen dient.

Het deed me denken aan het boek van de criminoloog Marc Schuilenburg Orde in veiligheid (2012) over de politiepraktijk die zich na 1980 is gaan vormen. Daarin beschrijft hij hoe de politie zijn monopolie kwijtraakte en macht verloor aan een colonne particuliere bewakers, stewards, bijzondere opsporingsambtenaren, toezichthouders, bewakers, portiers, surveillanten, privé-rechercheurs en ander nieuw beveiligingspersoneel.

Eind 2011 werkten er in de particuliere beveiliging 32.000 personen, een verdrievoudiging sinds 1980. (Klik hier voor de bron) De particuliere sector begint de omvang van de (zichtbare) politie al te naderen. Eind 2011 waren er 55.600 politieambtenaren, van wie ongeveer 30 procent achter het bureau. De groei blijkt crisis bestendig en internationaal een trend. In het Verenigd Koninkrijk, Luxemburg, Finland en Zweden zijn er iets meer particuliere bewakers per 100.000 inwoners dan politiemensen. In de VS en Rusland staan naast iedere politieman twee particuliere bewakers, in Zuid-Afrika zelfs drie.

De politie functioneert steeds meer als dienstverlener voor private partners, met wie deals worden gesloten, informatie uitgewisseld en samen wordt opgetrokken. Dat gaat in overleg met het bevoegd gezag en binnen de kaders van de wet, althans dat is de bedoeling. Maar na het boek van Schuilenburg kun je daar wel twijfels over hebben. Hij deed onderzoek naar vier nieuwe publiek-private ‘vangnetwerken’: hennepteelt, winkeldiefstal, wegtransportcriminaliteit en stedelijke verloedering. Daarin werkt de politie samen met corporaties, energiebedrijven, middenstand, verzekeraars en andere overheden: gemeenten, fiscus, sociale dienst, jeugdzorg, kinderbescherming. De politie is er vaak niet meer de sterkste partner, noch de beste of de grootste. ‘Blauwe’ deskundigheid is schaars en wordt vaak overgeplaatst, waardoor externe ‘partners’ snel de weg kwijt raken. Schuilenburg laat zien dat de politie wordt bespeeld, verleid en soms gemanipuleerd in het netwerk. Niet zelden door law-and-order bestuurders die druk uitoefenen om ook gevoelige politie informatie ‘intern’ uit te delen. Zelf prioriteiten stellen begint ook een illusie te worden.

Het komt in deze vangnetwerken ook voor dat de wet wordt overtreden. In de transportcriminaliteit sporen schade-experts ladingen op door zich als heler voor te doen, of zelf in verdachte loodsen in te breken. Om bemoeienis van de politie af te dwingen wordt daar incidenteel zelfs brand gesticht. De brandweer waarschuwt dan vanzelf de recherche die zo niet de kans krijgt om de organisatie achter de ladingdiefstallen te observeren. Behalve de rol van de politie zelf, verwatert zo ook het bereik van het strafrecht. En dat kan consequenties voor de grondrechten van de burger hebben. Bijvoorbeeld op toegang tot de rechter, op een goede klachtprocedure, op privacy, op het recht je op straat vrij te mogen bewegen.

Schuilenburg schetste de geprivatiseerde rechtshandhaving in het Haagse winkelgebied. Daar hebben de winkeliers een eigen stelsel van winkelverboden ingevoerd. Wie in één van de 454 deelnemende Haagse winkels steelt of voor overlast zorgt, wordt (in theorie) uit alle winkels geweerd. Daaronder complete winkelstraten. Zo’n winkelverbod legt de winkelier zelf op met een formulier. Dat moet worden getekend door een getuige en door de dader – bij weigering volstaat een handtekening van een tweede getuige.

Een klassiek strafrechtelijk vergrijp, diefstal, oplichting of bedreiging, wordt dus afgehandeld binnen het gewone contractenrecht, met goedkeuring van politie en parket. Wie het er niet mee eens is kan alleen een klacht indienen bij de winkeliersvereniging.

In Amersfoort idem dito. Alleen deelt daar de politie op aanwijzing van portiers van kroegen zelf de civiele verboden uit. Die kunnen maximaal tot vijf jaar duren en beslaan het complete uitgaansgebied van de binnenstad. De politie doet geen onderzoek, maar zorgt alleen voor de afhandeling. De portiers zijn er de facto politieman in buitendienst, maar dan met de macht om meteen te straffen, met de echte politie als uitvoerder en het digitale smoelenboek onder bereik. Het vertrouwen in de politie, het gezag van de overheid is er dus mee in handen van de portiers. Lik op stuk van de exploitanten en middenstanders. Niemand weet hoe zorgvuldig dat gebeurt, hoe toegankelijk, onafhankelijk en effectief klagen is.

Hoe ondergeschikt is de politie zo aan economische belangen? Ik vraag het maar. Of is dit de toekomst: straat- en huisverboden, horeca-, winkel-, -stadion en OV-verboden. Met de politie die blind tekent voor wat de particuliere opsporing vaststelt. Niet ècht wat de rechtsstaat belooft. Toch?

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op 25 mei in het katern Opinie & Debat van NRC Handelsblad

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht.