Egyptisch skeletje met breuken levert tot nog toe oudste bewijs van kindermishandeling

Het kinderskeletje in graf 519 Foto Sandra Wheeler
Het kinderskeletje in graf 519 Foto Sandra Wheeler

Het is een onverwacht inkijkje in menselijk drama van bijna 2000 jaar geleden, maar het is ook een technisch knap onderzoek: de analyse van het kinderskelet in graf 512 uit een Romeins-Christelijke begraafplaats in de Dakhleh-oase in Egypte (circa 50 - 450 na Chr.).

Röntgenscans van het skelet van het twee- à driejarige kind tonen meerdere sporen van mishandeling. Uit isotopenonderzoek van bot en haar blijkt verder dat het kind de laatste vier à vijf maanden van zijn leven slecht te eten heeft gehad. De onderzoekers, onder leiding van Sandra Wheeler van de Universiteit van Centraal Florida, concluderen dat ze hier waarschijnlijk het oudste bewijs van kindermishandeling hebben gevonden (International Journal of Paleopathology, In Press, online 26 april).

Beide bovenarmen waren gebroken, waarschijnlijk een paar weken voor de dood van het kind, zo kon uit botaangroei worden afgeleid. In de ribben werden oudere, geheelde breuken gevonden. Het rechterbekken was vervormd, en het rechtersleutelbeen gebroken, ook waarschijnlijk vlak voor de dood. Die laatste breuk is de duidelijkste aanwijzing voor mishandeling, want die kan alleen zijn ontstaan als het kind heftig heen en weer is geschud.

Niemand twijfelt er aan dat er vroeger ook kinderen mishandeld werden, maar archeologen letten er meestal niet op, schrijft Wheeler. En als er iets gevonden wordt is het niet makkelijk om andere oorzaken uit te sluiten. Een paar jaar geleden werden bijvoorbeeld op een Romeinse begraafplaats in Dorchester verrassend veel kinderen met gebroken ribben gevonden, maar dat werd toch vooral in verband gebracht met de slechte voeding die zwakke botten veroorzaakten.