Droog en warm naar huis

De Kia-rijder is geen thrillseeker, zegt Bas van Putten. Hij wil rust, eindelijk rust.

Het is een Kia. Met een naam die door slimmeriken in zijn moederland Korea of in Duitsland, waar ze hem met Europees design op smaak brachten, werd bedacht om zijn profiel te pluggen. Dat is de gewoonte daar. De kleinste Kia heet Picanto, te vertalen als ‘pittig’, de grootste Optima, het synoniem van topper. De midsize-multiple purpose vehicle noemt zich Carens. Carens!

„Waarom dan?”, vraagt een vriend. Wel, de opponent van Opel heette al Zafira, die van VW Touran, de Ford al C-Max. Men moest iets verzinnen. Nu dragen fabrikanten graag uit dat het helemaal om jou draait. Carens, van care, staat voor zorgzaamheid; zeven zitplaatsen, veel bergruimte, de hoge instap voor de ouderen onder ons, de flexibiliteit, het hele consumentenbondpakket van aandachtspunten voor de degelijke massa.

Ja, gil het maar uit. Toen Kia nog een ander woord voor ramp was, heetten Koreaanse gezinsbakken Joice en Carnival, de kleintjes Pride. Dat was pas erg, zo’n blijde boodschap van een auto waar geen mens geluk aan kon beleven.

„En dat rijd jij”, zucht mijn vriend. Tot genoegen, ook dat nog. De Carens is toparchitectuur in vergelijking met zijn voorgangers, deprimerende hondenhokken die niks kostten omdat de bouwers er geen tijd en liefde aan verspilden. Wat de Duitse chef-designer Peter Schreyer door zijn team liet fijnslijpen is niettemin zo’n gemiddelde van Europese ontwerpstijlen dat alleen de grille, met zijn geprononceerde vorm als identificatiekenmerk beklijft. Kia noemt hem tiger nose. Dit is een tijd waarin identiteit niet meer ontstaat maar aan de tekentafel wordt geschapen.

„Hij helt wat in bochten”, had ik als autojournalist volgens het boekje moeten zeggen. Dat is een feit, hij schiet er niet als Zoef de Haas doorheen. Maar ik schrijf: wat een prettige verrassing dat hij mild geveerd is. Fabrikanten denken dat de meeste klanten van familiewagens eigenlijk een Porsche hadden gewild. Gevolg is dat de dufste mpv als een plank op de weg ligt, zodat zijn scheppers in hun folders kunnen zetten dat de mpv-mens in zijn vrije tijd gerust de beest kan uithangen. Beroepstesters hebben dat evangelie aangenomen. Ze beoordelen die comabusjes op stuurgedrag en bochtsnelheden. Ze noemen het rijdynamiek.

Ze zijn gek geworden. Het dagparcours van de Carens voert van Almere Muziekwijk naar een gruwelijk kantoorpark, waar de collega’s van de eigenaar konkelen dat hij Kia rijdt. Op de klaverbladen die hij van A naar B cadeau krijgt, staat hij stil tussen de C-Maxen en de Zafira’s. De meeste Kia-rijders zijn al blij als ze hun jaarlijkse functioneringsgesprek overleven en op zaterdag niet met hun jengelkroost naar de Ikea hoeven. Het zijn geen thrillseekers – ze willen rust, eindelijk rust.

Dat kunnen ze krijgen in de stille, comfortabele Carens 2.0 GDI, en voor wie aan vrede niet genoeg heeft, is er de in welvaartsvet gebakken troost die luxe heet. Mijn Super Pack-versie heeft leren bekleding, een elektrisch verstelbare bestuurdersstoel en stuurwielverwarming – het kan niet op. Tot het navigatiesysteem toe werkt alles even probleemloos als in Europese familiedozen. Hoe anders was dat nog niet eens zo lang geleden. Wat Kia heel goed kan, is beter worden. De enige reden waarom dit geen Ford of Opel is, is dat zijn geestelijke vaders niet voor Ford of Opel werkten. Mijn Super Pack kost 33.000 euro, voor negen minder heb je een fatsoenlijk uitgeruste basisversie. ‘De prijs is het bewijs’.

Treiteraars

Zijn achterstand is van technische aard. Onder de kap ligt geen compacte hightech-turbo maar een ouderwetse tweeliter zestienklepper, overigens wel met het vermogen waarvoor je veertig jaar geleden bij de Porsche-dealer moest aankloppen: 166 pk. Hij loopt dik tweehonderd. Honderd was zat geweest, maar aan de borreltafel is het welkome defensie tegen treiteraars.

De Carens 2.0 is met een CO2-uitstoot van 166 gram en een C-label weliswaar a priori verloren voor de zakelijke markt, voor caravanners heeft hij een trekgewicht van 1.500 kilo in de aanbieding. Zelf heb ik genoten van zijn stuurverwarming en zijn totale anonimiteit. Wat is het fijn als niemand naar je kijkt. Dit is de auto die je prijst en vergeet, een ding zonder eigenschappen. Een week nadat ik hem heb ingeleverd kan ik me zelfs het dashboard niet meer voor de geest halen. Daar kan een man haast blij van worden na een overdosis marketingkretologie. Soms wil je geen uitstraling, geen beleving, geen emotie. Soms wil je droog en warm naar huis, meer niet. Neem een Carens.