Opinie

De krant moet kunnen bouwen op bronnen, en de lezer trouwens ook

De ombudsman

Vertrouwen is goed, maar controle is beter.

Heisa om één zin? Nou ja, het was ook niet zomaar een zin

Met die gevleugelde uitspraak van Jozef Stalin – volgens anderen van Lenin – kunnen ook journalisten hun voordeel doen. Hun vak draait om vertrouwen en argwaan. Welke bronnen zijn geloofwaardig? Klopt het wat de krant beweert?

NRC Handelsblad kreeg de afgelopen weken twee keer pijnlijk te maken met de vraag naar de grens tussen vertrouwen en controle.

Eerst met een dorst- en hongerstaker. De krant liet de vrijgelaten 42-jarige Afghaan Sayam Uddin Nessar aan het woord, met foto, over zijn ervaringen in vreemdelingendetentie (Gek werden de bewakers van hem, 18 mei). Volgens het artikel van Sheila Kamerman, die hem thuis bezocht, „een atypische man in vreemdelingendetentie” die had gestudeerd in Cambridge en anderhalf jaar „werkte in Duitsland”.

Probleem: na het stuk doken berichten op dat Nessar de krant een rad voor ogen had gedraaid. Kees Berghuis, chef politieke redactie van RTL, blogde dat hij „wat was gaan rondbellen” en achter „de keerzijde” was gekomen. Volgens zijn (niet genoemde) bronnen had Nessar helemaal niet in Duitsland gewerkt, maar daar in de gevangenis gezeten wegens fraude. Hij zou zelfs een „veelpleger” zijn (De open zenuw van de coalitie, RTL, 21 mei).

Drie dagen later kwam de krant op de zaak terug met een bericht: Vrijgelaten dorststaker veroordeeld om fraude (24 mei). Daarin stond dat „de honger- en dorststaker” inderdaad in Oostenrijk en Duitsland herhaaldelijk was veroordeeld wegens fraude. Dat bleek uit de uitspraak in kort geding in zijn zaak, die hem in vrijheid stelde.

De krant was er dus ingetuind. Althans, Kamerman had enkele beweringen van de man, die gedetailleerd over zijn verleden vertelde, als feiten genoteerd. Het hele stuk was immers ‘zijn verhaal’. Checken is in zulke gevallen ook lastig, Justitie geeft in de regel geen commentaar op individuele zaken, en zijn advocaat liet niets los.

Maar ja, juist daarom had de verslaggeefster beter een slag om de arm kunnen houden, zegt zij nu ook zelf. Met een toevoeging als ‘zegt hij’ maak je in elk geval duidelijk dat het gaat om ongecheckte beweringen, en niet om feiten.

Goed dat de krant er op terug kwam met een bericht, niet met een summiere correctie. Alleen had dat van mij nog wel uitgebreider gemogen. Overigens, was die uitspraak in kort geding dan niet eerder beschikbaar, toen het interview nog moest verschijnen? Jawel, zegt Kamerman, maar ze had erover gesproken met de persrechter en er niet meer aan gedacht ook de tekst in te zien, en dus de veroordelingen gemist. En Cambridge? De man komt niet voor op de alumnilijst, stelt ze nu in elk geval vast.

Pijnlijke les: iemand vertrouwen met ‘zijn verhaal’ doet nog niet af aan de noodzaak om biografische beweringen, zeker in ‘gevoelige’ dossiers, waar mogelijk te checken.

Een andere kwestie, ook over de verantwoording van bronnen.

Columniste Margriet Oostveen schreef over de ontruiming van de Ubica-panden in Utrecht: „Ook GroenLinks-raadslid Pepijn Zwanenberg, ex-kraker, klonk opgelucht. Die maakt zich tegenwoordig hard voor citymarketing: een homovriendelijk zebrapad in regenboogkleuren.” (Ubica, 27 mei).

Oostveen vermeldde geen bron, maar beriep zich op een tweet die ze van hem had gezien. Het ging, herinnert ze zich, om een grappig bedoelde uitwisseling met andere Twitteraars, die zij opvatte als een teken van opluchting. Probleem: Zwanenberg ontkent zo’n tweet ooit te hebben geplaatst, en Oostveen kan hem niet terugvinden.

Het gemeenteraadslid vroeg haar – ook op Twitter – om een correctie, maar nam geen genoegen met de formulering die zij aanbood („Zwanenberg laat weten niet opgelucht te zijn”). Volgens haar was dat „de kern van de zaak”.

Maar volgens de Utrechtse politicus gaat het geschil er niet om of hij al dan niet opgelucht was, maar of de krant hem terecht heeft aangehaald. Hij houdt vol: „Ik heb me niet uitgelaten over de kwestie, via welke media dan ook.”

Er ontspon zich een scherpe correspondentie, waarin de politicus de aangeboden correctie afwees en de columniste hem ervan betichtte uit te zijn op „een rel” en haar reputatie te willen besmeuren.

Oostveen vermoedt dat Zwanenberg de bedoelde tweet heeft verwijderd, maar het raadslid ontkent dat bij hoog en laag. Hij verwijst naar de site Politwoops, die verwijderde tweets van politici bijhoudt. Een woordvoerder van die site bevestigt dat „goed te zien is dat hij al een tijd geen tweets meer verwijderd heeft”. Dat maakt de zaak van de politicus wel sterk. Ook al omdat de columniste geen kopie heeft bewaard van wat ze zag, en geen letterlijke aantekeningen heeft.

Haar woord tegen het zijne, dus? Ja, maar het punt is: de krant kan kennelijk niet hard maken dat hij zich heeft uitgelaten zoals in de column stond. En dan is een zakelijke correctie op zijn plaats, met die ontkenning van de politicus – iets wat trouwens ook op de weg ligt van de eindredactie, lijkt me.

Zoveel heisa om één zin? Nou ja, het was ook niet zomaar een zin. De columniste typeerde Zwanenberg als een „ex-kraker” die zich nu met „citymarketing” bezighoudt – dat roept het beeld op van een politicus die zijn oude idealen te grabbel gooit. Geen wonder dat die dan, op zijn tenen getrapt, de auteur om een toelichting komt vragen.

Daarnaast is dit ook een algemene les moderne media voor journalisten: bewaar een kopie van tweets.

Ten slotte: ook de ombudsman komt Stalin tegen. In mijn lijst van voorpublicaties vorige week zag ik nog (ten minste) over het hoofd: Pret! van Tracy Metz (2002), Joegoslavië achter de schermen van Yaël Vinckx (2004), Motorziel van Warna Oosterbaan (2010) en Wat wil de vrouw? van Joyce Roodnat (2011).