De kok die je zelf wilt zijn

Zoals Béatrice Peltre kookt, zou Marjoleine de Vos het ook willen. Gewoon eten maken en het dan opeten.

Ze zijn er genoeg: mensen die graag eten maar niet speciaal dol zijn op koken. Fijne gasten, vind ik, ze zijn dankbaar dat je iets voor ze klaarmaakt en beginnen niet meteen hun eigen recepten aan te prijzen. Anderzijds zijn degenen die graag koken ook weer leuk, want het is fijn om te praten over hoe je iets hebt gemaakt of om een idee aan de hand te krijgen. Het beste is natuurlijk de combinatie van beide, mensen die graag eten en min of meer alles lusten (liefst niet eens ‘min of meer’ maar gewoon alles), de zogenaamde ‘dankbare eters’, en die dan bovendien nog graag en makkelijk koken. Dat laatste ‘makkelijk’ bedoel ik niet in de zin van dat ze nooit eens iets ingewikkelds uitproberen, maar dat het koken ze makkelijk af gaat, natuurlijk voor ze is.

Zelf zou ik nog wel graag net een ietsje natuurlijker kok zijn. Zo iemand die veel uitprobeert en eigenlijk altijd met succes. Maar vaak zitten, gek genoeg, juist de kookboeken dat in de weg. Omdat je wéét dat anderen heel goede en beproefde recepten en ideeën hebben gehad en opgeschreven, ga je doen wat zij zeggen in plaats van op eigen houtje het wiel uit te vinden. Eigenlijk is dat onzin, want na jaren van geregeld koken heb je heus wel ideeën. Ik vind het vaak een bevrijding als er gewoon van alles in huis is waarvan ik nu eenmaal iets moet maken, in plaats van dat ik speciaal inkopen heb gedaan met het oog op een bepaald recept. Ook voel je je als kok heel vrij als je met vakantie bent, bij voorkeur in Frankrijk, en je daar gewoon werkt met de dingen die zich aandienen.

Geen kookboek dat zich met je bemoeit.

Zulke dingen zat ik te denken terwijl ik gretig zat te lezen in een kookboek dat ik eigenlijk dolgraag mee wil nemen als ik naar Frankrijk ga. Maar dat ik ook hier grondig door zou willen koken. Het is van een echte eetkok, iemand die dit schrijft:

„Soms word ik midden in de nacht wakker omdat ik droom dat ik iets eet. Ik weet dat het moeilijk te geloven is, maar het is echt zo. Hoewel ik niet altijd meer weet wat ik in mijn droom aan het eten ben, weet ik toch dat het lekker moet zijn, omdat het water me in de mond loopt en mijn maag zo zeer knort dat ik er wakker van word.

„Ik verzet me niet. Ik sta op, met veel zin om de dag te beginnen met mijn twee favoriete bezigheden: eten maken en het opeten.”

Ze heet Béatrice Peltre en is een in Amerika wonende Française, computerspecialist, maar geheel en al gek van koken en eten van klein kind af aan. Om daar ondanks haar drukke werk toch iets mee te doen, begon ze een blog: La tartine gourmande. Dat werd zo’n succes dat er een boek kwam. En dat werd weer zo’n succes dat het in het Nederlands vertaald is, als Joie de vivre. De zonnige keuken van Béatrice Peltre. De titel is niet je dát vind ik, je denkt te veel aan Mijn keuken van de zon van Virginie Besançon, ook een heel leuk boek, maar dat is er al. En Béatrice is weer heel anders dan Virginie. Eigenlijk had ik helemaal niet zo’n zin in dit kookboek, soms is men een tikje kookboekmoe, tot ik zag dat Yvette van Boven (de schrijfster van de aanstekelijke Home Made-boeken) beweerde dat ze wel alles zou willen maken van Peltre. Als zij dat wil, dan hoef ik er mijn neus niet voor op te trekken, dacht ik.

Opeten

In eerste instantie kun je bij het bekijken van Joie de vivre denken: wat is hier nu voor bijzonders aan. Weer zo’n boek met recepten. Maar in tweede instantie zie je dat het bijzondere hieraan niet is dat er allerlei totale nouveautés in staan, maar dat het recepten zijn van iemand die inderdaad niets liever doet dan eten koken en het opeten. Die daardoor allerlei aardige, kleine varianten en toevoegingen en verfijningen heeft bedacht van beproefde combinaties en recepten. Iemand die niet te beroerd is om het recept te geven voor een aardappelsalade met radijs en doperwten, maar die je ook uitlegt hoe je beeldschone aardappelbakjes maakt die je weer kunt vullen met krab (mmm, ja!).

Béatrice Peltre geeft recepten voor het beleggen van boterhammen – die ‘tartines gourmandes’ – en ze ontrukt de ‘verrine’ weer aan de vergetelheid. Die was een paar jaar geleden erg in: een glas met daarin laagjes van ingrediënten, bijvoorbeeld ratte-aardappeltjes, gerookte zalm en gepekelde komkommer met een kruidige yoghurtsaus. De verrine blijft een goed idee, feestelijk en licht. Restjes gekookte groenten kun je op deze manier een heel nieuw leven geven als je je fantasie even gebruikt.

Peltre moet zo’n kok zijn als ik graag zou willen zijn, zo iemand die een groot deel van de dag in de keuken doorbrengt, niet om aldoor doelbewust aan het aanrecht te staan, maar gewoon om af en toe, tussendoor, even wat te doen. Iemand die het nooit vervelend vindt om even deeg te maken of crème anglaise. Zo iemand voel je je wanneer je ’s ochtends groenten staat te fruiten voor een estouffade, of in de zomer al vast wat groenten grilt en die besprenkeld met olie opzij zet, voor later bij de lunch. Gewoon achteloos maar toch aandachtig doen waar je zin in hebt. En er is altijd wel iets waar je zin in hebt, of anders een voorbereiding voor iets waar je zin in krijgt. Eten klaar maken en opeten. Een mooi leven.