De ‘Joep is ook maar een mens’-tactiek

Het OM weet niet wat waarheidsvinding is en moet niet-ontvankelijk verklaard worden, vinden de advocaten van Joep van den Nieuwenhuyzen.

Wat het Openbaar Ministerie kan, kunnen wij ook, dachten de advocaten van Joep van den Nieuwenhuyzen. Twee weken geleden eiste het OM vijvenhalf jaar onvoorwaardelijke celstraf tegen de zakenman die verdacht wordt van onder meer omkoping, valsheid in geschrifte en faillissementsfraude. Tot ongenoegen van zijn advocaten David Schreuders en Marike Bakker gingen de officieren er hard in. „Joep van den Nieuwenhuyzen is ook maar een mens”, zeiden ze de afgelopen twee dagen in hun pleidooi. Het OM pleegde „karaktermoord” alsof er „een soort weerzin tegen Van den Nieuwenhuyzen” bestond.

Op hun beurt gaven de advocaten het OM er zelf ook hard van langs. Officier van justitie Koos Plooij werd via een omweg omschreven als „berekenend” en een „crimefighter” die „veel voor zijn doel over heeft om iemand veroordeeld te krijgen”.

Dat het OM tijdens de strafzaak „niet op zoek naar de waarheid” is, vormt een centrale lijn van de verdediging. Tijdens hun pleidooi voerden de advocaten daar tal van vermeende bewijzen voor aan. Via logs uit de FIOD-computers probeerden ze aan te tonen dat de opsporingsdienst bewust bepaalde relevante en ontlastende stukken uit het strafdossier liet en tijdens getuigenverhoren niet voorhield. De logs lieten volgens hen zien dat de FIOD wel wist van het bestaan van die documenten.

Voordat ze inhoudelijk aan de ten laste legging begonnen, pleitten de advocaten ervoor om het OM niet- ontvankelijk te verklaren. „Een zware sanctie”, maar het OM zou „doelbewust” of met „grove veronachtzaming” het recht op een eerlijk proces van Van den Nieuwenhuyzen geschonden hebben.

De belangrijkste grond daarvoor was dat Van den Nieuwenhuyzen, toen hij als getuige werd gehoord in de zaak tegen de Rotterdamse havenbaas Willem Scholten, achter de schermen reeds als verdachte was aangemerkt. „Die verhoren hadden nooit zonder een cautie mogen plaatsvinden”, zei Schreuders: als verdachte had zijn cliënt gewezen moeten worden op zijn zwijgrecht.

De tactiek van de verdediging was verder om twijfel te zaaien – verdenkingen moeten „wettig en overtuigend bewezen worden” – en om op zo veel mogelijk manieren gaten te schieten in de „redeneringen” van het OM. Neem de vermeende omkoping van havenbaas Scholten. Van den Nieuwenhuyzen liet hem van 1999 tot 2002 (vrijwel) gratis gebruik maken van zijn Antwerpse appartement. Enerzijds stelt de verdediging dat dit feit (deels) is verjaard, anderzijds dat omkoping onzin is omdat Scholten via het coördineren van de inrichting en betaling van werkster, elektra en gas wel ‘huur’ betaalde.

Scholten zelf werd in 2010 veroordeeld voor omkoping wegens het appartement, maar hij nam als ambtenaar een gift aan – zogeheten passieve omkoping. Bij Van den Nieuwenhuyzen moet actieve omkoping worden bewezen. Daarvoor is het oogmerk tot het bewegen tot bepaalde tegenprestaties nodig. Volgens de verdediging is het oogmerk dat het OM ziet (Scholten gunstig stemmen) gezien de jurisprudentie een onjuiste uitleg van het begrip oogmerk. Ten slotte worden ook de tegenprestaties die het OM ziet ontkend.

Maandag vervolgen de advocaten hun pleidooi over de vermeende faillissementsfraude. De rechtbank doet naar verwachting in juli uitspraak.