De filmer en acteur die zijn vrienden liet lachen

Marc van Uchelen (1970-2013) imponeerde met zijn tragikomische spel.

26/10/2009 Lies Visschedijk en Marc van Uchelen bij de Nederlandse thriller TERUG NAAR DE KUST in premiere in het Tuschinski theater te Amsterdam
26/10/2009 Lies Visschedijk en Marc van Uchelen bij de Nederlandse thriller TERUG NAAR DE KUST in premiere in het Tuschinski theater te Amsterdam Pepijn Leupen/Hollandse Hoogte

Zes weken geleden stond hij nog met zijn vrouw, de actrice Lies Visschedijk, op de rode loper, voor de première van de film Boven is het stil. Vier weken geleden maakte hij nog een reclamefilmpje met cameraman en vriend Menno Westendorp. Drie weken geleden zei producent en vriend Rinie Jansen nog tegen hem dat ze een expositie van zijn schilderijen moesten organiseren. En deze week was Marc van Uchelen, de 42-jarige acteur en filmmaker, ineens dood. Hij heeft, zo liet zijn familie weten, besloten uit het leven te stappen. Tot verbijstering van zijn vrienden. „Goed geacteerd”, zegt Jansen bitter.

Ze waren een hecht groepje geworden op de Filmacademie, eindexamenjaar 1996: Martin Koolhoven, Lodewijk Crijns, Jansen en Westendorp. Ze hielpen elkaar met hun academiefilms en vroegen elkaar voor de films die ze erna maakten. „Marc was trouw aan de mensen die hij kende”, zegt Westendorp.

Marc van Uchelen, geboren in Baarn in 1970, vloog in 1986 de Nederlandse filmwereld binnen met een hoofdrol in De aanslag van Fons Rademakers. Met zijn grote bruine ogen, stille spel en wat schorre, lichte stem had hij een groot aandeel in het succes van De aanslag : eerste Nederlandse speelfilm die een Oscar won. „Sinds die tijd wist wat ik wilde: film maken”, zei Van Uchelen.

Hij kwam, na een paar afwijzingen, op de Filmacademie, studeerde af in 1996. Een jaar later gaf Eddy Terstall hem de eerste van een reeks hoofdrollen in low-budget film Hufters & hofdames. Hierin zette Van Uchelen een personage neer dat typerend voor hem zou worden: slim, maar te verlegen om een meisje te veroveren op alle gehaaide hufters uit Amsterdam. De frustraties daarover zette zijn personage om in ironie, die de acteur Van Uchelen met oogopslag, dictie en timing kon overbrengen. Kleine mimiek, groot effect. Daar is hij tot aan zijn laatste grote rol, De Nobelprijswinnaar (2010) van Timo Veltkamp, goed in gebleven. Op een begrafenis komen, naar de lege tafel wijzen en met zuigende stem vragen: „Geen koffie?”

Dezelfde droge humor nam hij mee achter de camera, of het nou bij (korte) speelfilms was als www.eenzaam.nl of bij commercials. Zijn personages waren tragikomisch. In zijn beeldtaal had hij een uitgesproken voorliefde voor de wijdhoeklens, zegt cameraman Westendorp. „Vroeg ik hem: Waarom doen we dit met de wijdhoek? Had hij een simpel antwoord: Vind ik grappiger.”

Het was humor die voortvloeide uit de dagelijkse omgang. Van Uchelen was in zijn vriendengroep de gangmaker. „Hoe gek het nu ook klinkt”, zegt Westendorp, „hij heeft de lach in mijn leven gebracht.” Voorbeeld: „Als een van onze vrienden iets omstootte, zei Marc altijd – altijd: Hans kent zijn eigen krachten niet.” Jansen: „Hij lachte veel weg.”

Bas Blokker