Waarom zagen jullie in 2013 niet wat er misging?

Hoe zouden ze in 2063 naar ons kijken? Het Huis van de Europese Geschiedenis in Ballingschap neemt je mee naar de beginjaren van de 21ste eeuw. Je ziet er onder je ogen de Europese Integratie fout gaan – een ongemakkelijke terugblik op het heden.

De Vlaamse theatermaker Thomas Bellinck op zijn tentoonstelling uit 2063. Hier zijn de vele EU-richtlijnen te zien, zoals die voor de snelheid van ruitenwissers en de afmetingen van de tomaat. Foto links: deel van de ontzagwekkende toren van Europese wetgeving.
De Vlaamse theatermaker Thomas Bellinck op zijn tentoonstelling uit 2063. Hier zijn de vele EU-richtlijnen te zien, zoals die voor de snelheid van ruitenwissers en de afmetingen van de tomaat. Foto links: deel van de ontzagwekkende toren van Europese wetgeving. Foto’s AFP, Hans Nijenhuis

De Kloktorenstraat is een straat die er in 2063 nog precies uitziet als vijftig jaar geleden. Typisch Brusselse huizen, een Café Centraal en ergens in het midden, op nummer 22, Het Huis van de Europese Geschiedenis in Ballingschap.

Met één verschil: van de glitter en luxe waarmee de Europese Unie vaak werd geassocieerd is hier weinig over. Drie sansevieria’s in de hal. Aan de wand een verschoten kaart uit, zo te zien, 2017. Uitgegeven bij de 60ste verjaardag van het Verdrag van Rome, door het Scotland Office of the European Parliament. Achter het loket een man die je maant plaats te nemen op een van de oranje plastic stoeltjes. Eerst de folder lezen, zegt hij, pas daarna naar binnen.

De toer begint bij de Jaren van Hoop. Een vitrine met een blauwe ballon, eurochocomini's, een eurokidsquizz, en ga zo maar door. We lezen dat de initiatiefnemers van de Europese integratie de oorlog van 1940-1945 zelf nog hebben meegemaakt. God ja! Op die ervaring waren hun idealen ook gebaseerd, staat er. Binnen een beschaafd land werd macht ingeperkt door het recht, en zij wilden dat ook zo tussen landen regelen. Grenzen niet langer fel verdedigen, maar juist openen. Een Franse kweker, zo wordt uitgelegd, kon voorheen slechts met de grootste moeite zijn vruchten exporteren. Dankzij Europa kreeg hij toegang tot een afzetmarkt van honderden miljoenen consumenten. Het was het begin van de Lange Vrede.

Je vraagt je als bezoeker nu, in 2063, af wat de mensen er destijds bij gevoeld hebben. Hadden ze het door? Beseften ze hoe uitzonderlijk het was, en hoe tijdelijk? Moet bijna wel, want, zo lees je op een tekstbord, „zonder ooit één kanon- of geweerschot te lossen, zonder ook maar één land tot toetreding te dwingen”, groeide het initiatief razendsnel van 6 naar 9 lidstaten, daarna naar 10, 12, 15, 25, 27, 28, 32 om uiteindelijk te pieken op 33. Dat kan natuurlijk niet onopgemerkt zijn gegaan. De Verenigde Staten hebben er drie keer zo lang over gedaan om tot eenheid te komen. „Op 10 december 2012 won de Europese Unie dan ook terecht de Nobelprijs voor de Vrede.” Wat zouden de media toen wel niet geschreven hebben?

Volgende zaal. Wat hangt hier? Lijkt op een hakenkruis. O ja, de vlag van de Griekse nieuwe nazistische partij. Daarnaast een poster: Sicherheit verlieren? Arbeit verlieren? Schengen nein!’ En: Say no tot the European Union, vote UK Independence party. De eerste tekenen van de terugkeer van het verleden, staat erbij.

Vrede en welvaart werden vanzelfsprekend, lees je, in de eerste jaren na 2000. De oorlogen raakten vergeten. Herdenken werd amusement. „Auschwitz-Birkenau trok jaarlijks zo’n 1,5 miljoen bezoekers. Golfkarretjes voerden toeristen door het oude ghetto van Krakau voor een toer langs de draailocaties van Holocaust-kaskraker Schindler’s List. Voor 2 euro (173 WEM) kon je in Berlijn op de foto met gekostumeerde grenswachters uit de tijd dat de stad was gespleten door het IJzeren Gordijn.”

Bij de Europese verkiezingen van 2014 haalden anti-Europese partijen onverwacht veel stemmen. Toch gingen regeringen door met de integratie, ook al zeiden ze dat dit niet zo was. Als bezoeker snap je dat wel: wie zou de grote welvaart en de Lange Vrede op het spel zetten? Zaal 4 is geheel gewijd aan ‘De kunst van het compromis’. Aan de muur een stroomschema van hoe destijds een besluit tot stand kwam. Volkomen ondoorgrondelijk. En midden op de vloer een stapel papier zo hoog dat er in vloer en plafond een gat is gezaagd. „Als we de werkelijke omvang hadden willen laten zien”, zegt de suppoost, „hadden we ook in het dak een gat moeten zagen.” Maar wat is het? Het ‘Acquis Communautaire’, het ontzagwekkende wetgevingspakket dat dagelijks aangroeide. Rond 2017 telde de Europese regelgeving zo’n 311.000 bladzijden. „De inhoud ervan werd hoofdzakelijk opgesteld door het verlichte ambtenarenapparaat dat op de kabinetten van de eurocommissarissen werkzaam was.”

Verlicht?

Ah wacht, ze geven voorbeelden. Een regeling voor de snelheid van ruitenwissers. Een richtlijn voor de afmetingen van een prei. Voorschriften voor het geluid van grasmaaiers. Bepaalden ze dat toen Europees? Why? Zou een Italiaan anders over de import van Franse maaiers gezegd hebben: mag niet, want voldoet niet aan de lokale voorschriften?

Je begint je als toeschouwer ongemakkelijk te voelen. Het zal natuurlijk wel nodig zijn geweest, dat wil je best geloven, al die regels, maar hadden ze niet door waar dit zou eindigen?

Zaal 6, thema ‘Wereldlobby Hoofdstad’, wordt gedomineerd door vitrines vol visitekaartjes. In 1985 waren er 654 lobbyisten in Brussel, luidt de begeleidende tekst, in 2015 maar liefst 20.000. Bijna driekwart daarvan behartigde de belangen van het bedrijfsleven.

Driekwart?

„Ondanks de invoering van het Vrijwillige Lobbyregister stond de regulering van het lobbywerk aan het einde van het Tweede Interbellum nog in de kinderschoenen. Dit leidde echter slechts in uitzonderlijke gevallen tot duidelijk aantoonbare belangenvermenging of omkooppraktijken zoals ‘Snusgate’ en het ‘Cash for laws’-schandaal. Over het algemeen vormden de expertise en ervaring van de lobbyisten een onbetwistbare meerwaarde voor de toenmalige Democratische Besluitvorming.”

Zeg, wat is dit? Accepteerden onze ouders en grootouders dat hun wetgeving tot stand kwam met de ‘onbetwiste meerwaarde’ van lobbyisten? Kennelijk, want dat lobbyen gebeurde open en bloot. In de vitrine ligt behalve een stoffige ‘iPad’ (een primitieve tabletcomputer) ook de menukaart van een restaurant en een grote fles bier. In 2063 weten we gelukkig beter.

In zaal 7 stappen we een hutje binnen met een versleten matras op de grond. Plaatsvervangende schaamte nu. „Europeanen aan het begin van de 21ste eeuw aten tomaten het hele jaar door, zelfs in de winter!” Wat? Dat is toch onvoorstelbaar? Uit Spanje kwamen ze. Vaak smakeloos. „Maar Nederlanders, Britten, Duitsers, Fransen, Polen… allemaal weigerden ze meer dan 2 euro (173 WEM) te betalen voor een kilo tomaten. Almería in Andalusië, in de volksmond ‘de Plastieken Woestijn’ geheten, stond bekend om de hoogste zonnegraad van de voormalige Europese Unie, in combinatie met de slechtstbetaalde handarbeid.” In deze hutjes woonden rond 2015 naar schatting 80.000 migranten die het vuile werk deden.

Je krijgt de neiging een zaal of twee terug te lopen. Want waar is het fout gegaan? Dit is allang niet meer het mooie project waarmee de Lange Vrede begon. Maar de route terug is verborgen in muffe gordijnen. Als je omkijkt vallen ineens ook de stalen palen op die het plafond moeten ondersteunen. En waarom staan hier eigenlijk overal sanseveria’s?

Zaal 8. Een agent met een politiehond, foto’s van razzia’s, illegalen werden criminelen. Migratie werd toen nog gezien als een last, niet als de noodzaak die het voor ons is geworden door de zichtbaar teruglopende bevolkingsaantallen. „Dit historisch fenomeen, de paniek veroorzaakt door het idee dat er op hetzelfde territorium tegelijkertijd te weinig en te veel mensen waren, noemen we Demografische Boulimie.”

Godzijdank heb je de jongste thuisgelaten. Wat als die zou vragen of jouw vader of jijzelf hier destijds van af had geweten?

Het is geen vrolijke tentoonstelling. Er volgt nog een zaal over de euro, die munt die ze een paar jaar hadden. Dan kom je dichter bij wat je als kind hebt meegemaakt, de zaal over de Grote Recessie. Het begon met overheden die miljarden in commerciële banken staken terwijl ze zelf begrotingstekorten hadden. Bizar was het, en de mensen zagen het gewoon op tv!

Het was het begin van het einde. Draconische bezuinigingen, groeiende werkloosheid. Het waren ook de jaren van de Europese Zelfmoordgolf. Duurde van 2009 tot 2015 maar heeft destijds de media nauwelijks gehaald. Dat zou vooral te maken hebben met de moeilijk te veralgemenen drijfveren van de zelfdoders, een tekort aan cijfermateriaal en de angst voor navolging. Ook al werden in afscheidsbrieven en door protestbewegingen zoals die van de ‘vedove della crisi’ – de Italiaanse ‘crisisweduwen’ – de overheden en hun bezuinigingspolitiek expliciet genoemd. „Zelfs toen de Europese Droom al lang was vervaagd, zou het debat over schuld en verantwoordelijkheid nog generaties lang blijven verder woeden.”

Nu ja, generaties... Nu heeft niemand het er meer over. Ook wel begrijpelijk, gezien wat er daarna nog volgde.