Op zoek naar de verloren vader

Greg Bellow nam in de loop van zijn leven steeds meer afstand tot zijn beroemde, en later nogal botte vader Saul Bellow. Hij schreef een monumentale poging tot duo-analyse.

Ruim zestig jaar heeft Greg Bellow niets willen weten van de beroemde schrijver Saul Bellow. Uit angst zijn vader kwijt te raken. Hij was, zoals hij zelf schrijft, ‘een jongen die zich geliefd wist door zijn vader, een volwassen zoon die diepgaand beïnvloed werd door die liefde, maar ook een man die worstelde met zijn verhouding tot een moeilijke vader die hun gedeelde familie-idealen had verraden.’

Saul Bellow, de schepper van romans als Seize the Day, Henderson the Rain King, Herzog, Humboldt’s Gift en Ravelstein overleed in 2005 op 89-jarige leeftijd. Vijf echtgenotes, drie zoons, een dochter die op zijn 84ste werd geboren en een schare bewonderaars en vooral bewonderaarsters streden bij toerbeurten om zijn aandacht. Na zijn dood lag het beheer van zijn reputatie ferm in handen van een literair agent: geen familielid sprak op zijn begrafenis.

Zeker nadat hij drie Amerikaanse National Book Awards, een Pulitzer- en de Nobelprijs voor literatuur (1976) had gewonnen raakte de schrijver Bellow buiten bereik van zijn eerstgeboren zoon. Ook in gesprekken onder vier ogen kreeg Greg het gevoel dat hij de vader die hij zich herinnerde uit zijn jeugd steeds moeilijker kon bereiken. Hun ideeën liepen te ver uiteen. Saul werd net zo’n patriarchaal potentaat als zijn uit Litouwen geëmigreerde vader Abraham Belo.

De vrijgevochten, links voelende, soms roekeloze Saul Bellow trok met zijn eerste vrouw – Gregs moeder Anita Goshkin – naar het pre-revolutionaire Mexico. Hij kwam daar net op tijd aan in het mortuarium om het lichaam van de vermoorde Leon Trotski te aanschouwen. Het ‘zigeunerleven’ bracht Bellow veel vormen van vrijheid, ook voor buitenechtelijke excursies, die zijn ideologisch stevigere echtgenote tandenknarsend pareerde met eigen uitstapjes.

Gretigheid

Greg Bellow bewaart ondanks veelvuldige huiselijke scènes en vaak rommelig verlopen buitenlandse reizen een intens goede herinnering aan zijn jeugd. Het is de speelse en tolerante gretigheid van die jaren waarmee hij zijn vader de rest van hun vaak ongemakkelijke, op afstand gedeelde leven is blijven vergelijken. In de loop van de jaren zestig, zeventig raakte de beroemde schrijver gaandeweg teleurgesteld in zijn sociale idealen. Hij werd deel van een pessimistisch-conservatieve kring aan de University of Chicago.

De zoon herkende in die bittere man zijn young Saul niet meer. De veelvuldige tirades tegen zwarten, progressieven en de vrouwenbevrijdingsbeweging gingen Greg door merg en been. In een befaamd incident aan San Francisco State University werd Bellow uitgemaakt voor ‘oud, irrelevant en impotent’. Het griefde de schrijver diep en verhardde zijn denken over de kansen op een betere wereld.

Na veertig jaar als psychotherapeut te hebben gewerkt in Californië, schreef Greg Bellow vijf jaar aan zijn memoires: Saul Bellow’s Heart. De nu 69-jarige zoon heeft niet alleen een zeer leesbaar boek gepubliceerd, het is een monumentale poging tot duo-analyse. De zoon beschrijft zijn vader en hun relatie in alle stadia van hun leven, en spaart geen van beiden.

Steeds als je denkt dat de psychoanalytisch geschoolde zoon het gelijk wat al te makkelijk naar zich toe haalt, neemt hij afstand en houdt ook zijn eigen verwachtingen en teleurstelling tegen het licht. Keer op keer blijkt hij in staat zich met terugwerkende kracht in zijn vaders gevoelens te verplaatsen. Zo wordt het geen thuiswedstrijd, laat staan een afrekening.

Zelfkritiek

De schrijver, de appel en de boom leveren in dit geval geen bruikbaar cliché op. Greg Bellow kijkt wel uit zijn vader naar de kroon te steken met literaire schoonheden. Hij kan wel nauwkeurig en sober schrijven. En hij heeft ook de ambachtelijke zelfkritiek opgebracht om de valkuilen van het genre te vermijden. Waar hij boos is, spreekt een zoon die decennia heeft gezwegen. Waarna hij snel de verhaallijn hervat.

Deze Son’s Memoir is een speurtocht naar een verloren liefde. Die wordt pas op de laatste bladzijde voltooid. Dan staat hij zichzelf de nederigheid toe een paar steentjes bij te dragen aan het al bestaande mozaïek van literaire herinneringen aan het werk van de grote schrijver. Hij completeert het beeld van Saul Bellow die een leven lang worstelde met zijn Jiddisje wortels, zijn verkenning van de antroposofie en wat hij zag als de groeiende dominantie van lawaai en modieus niet-denken.

Zelf trof ik Bellow in het relatieve begin van die wereldwoede toen ik in 1971 bij hem thuis kwam voor een vraaggesprek bedoeld voor het toen nieuwe Cultureel Supplement van deze krant. Het begon weinig belovend. Ik was het mooi betimmerde appartement in Chicago’s South Side alleen binnengekomen op voorspraak van zijn goede vrienden Herb en Mitzi McClosky. De schrijver leek niet veel zin te hebben in een uitgebreid gesprek.

Tot ik hem vertelde wat een zwarte klasgenote in New York vond van zijn net verschenen Mr Sammler’s Planet: „Het is weer het oude plantage-stereotiep, de neger met zijn seksuele overmacht” – in het boek bedreigt een sterke, zwarte man de blanke hoofdpersoon door zijn geslacht uit z’n broek te halen.

Een machtige toorn maakte zich meester van de schrijver: „Een stommeling gooit een steen in een vijver, en nog geen tien wijzen kunnen hem vinden.” Hij zette resoluut zijn elegante hoedje op en reed me in zijn oude Volvo naar het nabijgelegen getto, sprak links en rechts jonge zwarten aan. Naar ik vermoedde om te laten zien dat hij een welkome gast was in de kansarme wereld waar hij zich zoveel zorgen over maakte. Daarna gingen wij bij de Chinees in de zwarte wijk lunchen en mat hij me zijn zorgen paginabreed uit.

Sindsdien heb ik me vaak afgevraagd of Bellows woede alleen het gevolg was van mijn onnozelheid. Greg Bellow stelt me enigszins gerust. Zijn vader de schrijver kon nooit omgaan met kritiek. Een gebrek aan evidente bewondering vatte hij al als zodanig op. Maar het bijzondere van het boek is dat Greg ontdekt dat Bellow tegen het eind van zijn leven zich wel degelijk afvroeg waarom hij zo honds kon zijn. De zoon, die niets wilde weten van de literaire beroemdheid die zijn vader was geworden, vindt nieuw begrip in de uiterst publieke boeken waarin zijn vader zoveel van zijn diepste roerselen verwerkte. Daarmee werden deze herinneringen van een zoon een ontroerend boek. Ook grote mannen zijn gewone mensen.