Oostenrijk verlaat VN-missie op de Golan

Het besluit van de Oostenrijkse regering, gisteren, om de Oostenrijkse bijdrage aan de VN-waarnemersmissie op de Golan Hoogvlakte te beëindigen, is slecht gevallen in Israël. „We betreuren deze beslissing en hopen dat deze niet leidt tot verdere escalatie in de regio”, aldus een verklaring uit Jeruzalem.

De VN-missie, officieel bekend als UNDOF, bewaakt de 75 kilometer lange bestandslijn tussen Syrië en Israël sinds zij in 1974 een wapenstilstand sloten. Oostenrijk was met 380 militairen volgens een VN-woordvoerder „een ruggengraat” van de 1.000-koppige troepenmacht. Bijna veertig jaar bleef het rustig aan de bestandslijn. Tot de Syrische burgeroorlog uitbrak.

Wenen kan zijn aanwezigheid niet langer rechtvaardigen, zei de Oostenrijkse bondskanselier gisteren. „Het gevaar voor de Oostenrijkse troepen heeft een onacceptabel niveau bereikt.” Eerder uitte Wenen ongenoegen over de Europese beslissing, vorige maand, om het embargo op wapenhandel met Syrië te laten aflopen zodat Europese landen desgewenst Syrische rebellen kunnen bewapenen.

Israël is ook geen voorstander van eventuele Europese wapenleveranties. Jeruzalem vreest dat de Syrische rebellen, die al ruim twee jaar tegen het bewind van president Bashar al-Assad vechten, vanaf de Golan aanvallen op Israël zullen uitvoeren. Het afgelopen jaar kwam Syrisch vuur – opzettelijk of niet – al enkele malen de bestandslijn over. Gisteren veroverden rebellen tijdelijk de oorspronkelijk door UNDOF bemande overgang naar Israël op het Syrische regime.

Recentelijk hebben ook Japanse en Kroatische troepen de UNDOF-missie verlaten. De Filippijnse regering overweegt vertrek omdat Syrische rebellen 25 Filippijnse blauwhelmen kort hebben gegijzeld. Gisteren werd een Filippijn gewond door een granaat. Vandaag overlegt de VN-Veiligheidsraad over de Oostenrijkse terugtrekking en mogelijke vervanging.