Mensenrechten zijn soms erg onmenselijk

Laten we toch erkennen dat mensenrechten inhumaan kunnen zijn. Wees eerlijk en herijk de politiek voor vreemdelingen, schrijft Peter van Krieken.

Iedereen is het er over eens: vluchtelingen verdienen bescherming. Maar over de vraag waar, hoe lang en op welke gronden zijn we het oneens. De Verenigde Naties, niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) en de academische wereld verschillen van mening. En journalisten doen ook een duit in het zakje. Zo pleitte Folkert Jensma onlangs in deze krant voor een soepeler asielbeleid. Hij vroeg zich af of het vreemdelingenbeleid humaan genoeg is. Het moment is daar om het verblijf van buitenlanders te ‘de-mensenrechtiseren’ en de vraag te stellen of doorgedraaide mensenrechten wel humaan zijn.

Bij asiel en migratie denken we eerst en vooral aan juristen, mensenrechtenexperts, vreemdelingenrechtexperts. Juristen staan altijd vooraan. En dat is een belangrijke fout. Juristen moeten faciliteren. Ze moeten voorrang verlenen aan andere disciplines die iets over migratie en asiel zouden moeten vertellen: economen, antropologen, sociologen. Juristen schermen vooral met het begrip mensenrechten, waarmee ze zich direct op de moral high ground begeven. En wie kan daar tegen zijn? Wie durft vragen te stellen bij het concept mensenrechten?

Drie belangrijke ontwikkelingen in de afgelopen 65 jaar laten zien hoe ongelofelijk het asiel- en verblijfsrecht recht is opgeschoven.

Het Vluchtelingenverdrag is aangepast en opgerekt: het ging en gaat over individuele vervolging en het ‘non-refoulement artikel’ – het verbod een asielzoeker terug te zenden naar het land waar hij vervolgd kan worden – heeft een belangrijke uitzondering waar niemand meer naar verwijst. Daarnaast is asiel geen doel maar middel geworden.

De uitvoering van beleid wordt geremd, je zelfs geblokkeerd door vele, lange procedures; procedures die vaak onnodig en ingewikkeld zijn door een verkeerde verwijzing naar mensenrechten. Anders gezegd: vele, lange procedures zijn inhumaan.

Derde en belangrijkste ontwikkeling: het opschuiven van het mensenrechten- en vluchtelingendebat van de ‘eerste generatie rechten’ naar de ‘tweede generatie rechten’. Vroeger ging het om vervolging. Toen ging dat wel of niet beschermd worden over burger- en politieke rechten. Mijn huis, mijn lichaam, mijn stem, mijn poëzie, mijn politieke voorkeur. Nu gaat het om sociale en economische rechten. Wat zou afwijzing betekenen voor de ontwikkeling van het kind. Wat betekent afwijzing voor het gezin. Dat heeft helemaal niets met vluchtelingenrecht te maken maar alles met vage begrippen als het belang van het kind.

Dit kan worden geïllustreerd aan de hand van de asielvragende kindsoldaat. Slachtoffer, misdadiger of patiënt? Tegen de stroom in durf ik te beweren dat hij, zodra de (burger-)oorlog in zijn land voorbij is, naar huis gestuurd moet worden. Daar kan hij het best geholpen worden met reïntegratie. Bovendien mag de thuisgemeenschap vaststellen of die kindsoldaat straf verdient voor zijn misdrijven. Het is niet aan ons om daarover te beslissen.

Ander geval. De zaak ‘Hirsi Jamaa vs. Italy’ in Straatsburg. De mensenrechtenlobby was verheugd over de uitkomst van deze spraakmakende kwestie. Maar een multidisciplinaire analyse zou tot een andere uitkomst hebben moeten leiden. Hirsi en anderen waren vanuit Somalië en Eritrea onderweg naar Italië, dat ze met smokkelaars in een gammel bootje vanuit Libië probeerden te bereiken. De Italianen hadden een afspraak met Libië; het bootje werd midden op zee gestopt, de vaargasten werden op een marineschip overgezet en terug naar Tripoli gebracht. Daar ontfermde de UNHCR zich over de betrokkenen en stelde vast dat het in de meeste gevallen om vluchtelingen ging, die vervolgens werden opgenomen door Portugal en Italië. Toch werd een zaak aangespannen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg stelde dat de Italianen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens hadden geschonden door de betrokkenen naar Libië terug te sturen.

Ik ben van mening dat het Vluchtelingenverdrag niet zomaar stelt dat je in je land van voorkeur asiel moet kunnen aanvragen, met name wanneer dat verre reizen omvat en/of illegale binnenkomst. Maar bezwaarlijker is dat andere (juridische) aspecten onderbelicht blijven door zo’n afspraak: het anti-smokkel protocol en het verdrag over veiligheid op zee en redding.

Door de uitspraak in de zaak van Hirsi tegen Italië worden smokkelaars aangemoedigd hun vrachtjes over zee te vervoeren, met het niet denkbeeldige risico dat ze in de golven verdwijnen. Daarnaast is het zo schrikbarend duur voor een vrachtschip om drenkelingen aan boord te nemen, dat ik vermoed dat menig kapitein, wanneer hij een noodsignaal denkt te horen, zichzelf er snel van overtuigt dat niets gehoord hebben. Daardoor wordt de algehele veiligheid op zee ondergraven. Allemaal weinig humane uitkomsten.

De tijd is gekomen om te erkennen dat te veel mensenrechten inhumaniteit bevorderen. Het moment is daar om het vreemdelingenbeleid te herijken aan de hand van andere wetenschappen dan de rechtsgeleerdheid. Juristen zorgen voor overkill.

Dit is een ingekorte versie van de rede die dr. Peter van Krieken gisteren heeft gehouden bij zijn pensionering op het ministerie van justitie. Hij was veertig jaar werkzaam op het gebied van asiel en migratie voor VN, overheid, NGO’s en voor de wetenschap.