Leven zonder de naaktcampings

Het vertellen van waar gebeurde verhalen vol humor was de kracht van David Sedaris. Maar nu zijn anekdotes opraken en zijn leven steeds saaier wordt, rijst de vraag: hoe goed schrijft hij eigenlijk?

Humorist/writer David Sedaris mending his pajamas, at home. (Photo by Suzanne Opton//Time Life Pictures/Getty Images)
Humorist/writer David Sedaris mending his pajamas, at home. (Photo by Suzanne Opton//Time Life Pictures/Getty Images) Time & Life Pictures/Getty Image

Storytelling. Het radioprogramma This American Life uit Chicago en de vertelavond The Moth in New York wilden eind jaren negentig terugkeren naar de basis van cultuur en vermaak: gewone mensen die waar gebeurde verhalen vertellen. Ze verkozen authentiek en waargebeurd boven gepolijste entertainmentproducten.

Toeval of niet, maar ook in andere Amerikaanse kunstvormen kwam daarna de nadruk steeds meer op realisme te liggen: televisieseries met rauwe dialogen en onlogische plotlijnen (The Wire) of een bijna autobiografisch karakter (Girls van Lena Dunham), literatuur waarin fictie en werkelijkheid met elkaar spelen en blockbusters die de nadruk op menselijkheid leggen (The Dark Knight-trilogie). Met Twitter en Facebook werd de stem van het individu intussen steeds belangrijker.

David Sedaris is misschien wel het succesvolste product van deze trend. In 1992 (Sedaris was 35) zag This American Life-host Ira Glass hem uit zijn dagboek voorlezen in een comedyclub, en vroeg hem iets op de radio voor te lezen. Het hilarische verhaal ‘SantaLand Diaries’, over zijn bijbaan als Kerstelf in warenhuis Macy’s, werd een hit. Sindsdien schreef Sedaris zeven essaybundels.

In Naked (1997, niet vertaald) vertelde hij hoe hij met een zwaar gehandicapte vriendin door Amerika liftte, in Ik mooi praten (2000) hoe zijn vader hem dwong om muzieklessen bij een lilliputter te nemen, en in Wanneer je omringd bent door vlammen (2008) hoe hij in Japan stopte met roken. Zijn fans zijn inmiddels bekend met zijn jeugd in Raleigh in de staat North Carolina, zijn lompe familie, zijn homoseksualiteit, zijn pretenties, zijn neuroses en zijn vele tragikomische avonturen. Sedaris werd een ster in binnen- en buitenland.

Sedaris’ nieuwste bundel De lachvogel roept echter vragen op over de kracht en de beperkingen van storytelling. Iedereen vertelt verhalen. We informeren of vermaken voortdurend anderen met onze anekdotes: op feestjes, in de kroeg of op het werk. Zelfs als we denken dat we ons iets objectief herinneren hebben we het al omgevormd tot een verzinsel met personages, spanningsboog en moraal. In The Moth en This American Life wordt dan ook geen onderscheid gemaakt tussen gewone mensen en schrijvers of stand-up comedians.

Aap

Sedaris luistert ook graag naar anderen. Hij vertelt in het verhaal ‘Prulschrijver’ uit zijn nieuwste bundel over de vreemde vragen die hij aan lezers stelt tijdens handtekeningsessies, en de verrassende bekentenissen die zij doen. Als Sedaris een vrouw in een opwelling vraagt: ‘Wanneer, eh... Wanneer heb je voor het laatst een aap aangeraakt?’ deinst zij geschrokken terug: ‘O, is het nog zo goed te ruiken?’

Uiteindelijk heeft bijna iedereen een bijzonder verhaal in zich, zo lijkt de boodschap te zijn. Goed verhalen vertellen vereist echter meer. De ware helden van This American Life zijn niet de geïnterviewden, maar de redacteuren die het verhaal behendig monteren.

David Sedaris is een meesterverteller. Hij ontstijgt de kroegpraat met zijn gevoel voor timing, zijn tedere beschrijvingen en zijn onverwachtse hardheid. In essays als ‘The Drama Bug’ uit Naked – waarin Sedaris als tiener besluit om alleen nog shakespeariaans Engels te praten – maakt hij zowel zijn geboortestad als zijn eigen ijdelheid belachelijk, terwijl zijn lompe moeder het redelijke midden vormt.

Maar als je in het eerste essay uit het nieuwe boek leest over Sedaris’ vele tandartsbezoeken in Parijs (‘Tandartsen Zonder Grenzen’), vraag je je af of zijn put zo langzamerhand niet leeg begint te raken. Hoeveel interessante dingen kan een mens meemaken? Willen we echt lezen over de kleine David die een redelijke zwemmer was (‘Duik in het verleden’)? Over de keer dat zijn zus Gretchen aangevallen werd op straat, maar ongedeerd bleef (‘Stilstaan’)? De beste anekdotes zijn op, zo lijkt het. Veel verhalen zijn niet meer dan voetnoten bij zijn hilarische autobiografie.

Bovendien lijkt het heden voor de succesvolle Sedaris steeds saaier. Terwijl hij vroeger nog op onderzoek uit ging naar naaktcampings, zit hij nu voornamelijk in het vliegtuig. Zijn gedachten over het leven zijn veel te bescheiden en soms zelfs oppervlakkig. De Sedaris-stijl, waarbij hij van herinnering op herinnering door associeert, dreigt een trucje te worden.

In zijn eerste werken waren de lompheid van zijn Grieks-Amerikaanse vader of de scheldwoorden van zijn moeder nog openbaringen, nu zijn het herhalingen van zetten. De op overdrijving gebaseerde grappen verrassen steeds minder: ‘In Nederland mag je tegenwoordig volgens mij met je eigen kinderen trouwen. Als je ze zwanger maakt, kun je je ongeboren kleinkinderen aborteren in een gratis kliniek in een voormalig kerkgebouw. De dokter is een vrouw die zich heeft laten ombouwen tot man en daarna weer tot vrouw.’ Hoe leuk het ook is, dit kennen we nu wel.

Sedaris is nog altijd grappig, sympathiek en een zeer kundige verteller. De beginzin van ‘Duik in het verleden’ is een goed voorbeeld van zijn talent: ‘Ik had me altijd voorgenomen om me na mijn vijftigste in opera te gaan verdiepen, en dan niet zo’n beetje halfslachtig, maar met volle overgave: ik zou de componisten bestuderen, Italiaans leren, misschien zelfs een cape kopen.’ Soms weet hij de lezer plotseling ouderwets te raken, zoals in de ontroerende beschrijving van een ultrakorte romance met de Libanese Bashir in een Italiaanse nachttrein, waarbij de jonge Sedaris zich maar niet over zijn verlegenheid kan zetten.

Vervoering

Maar hoe goed kan Sedaris nu eigenlijk schrijven? De storytelling-beweging toont aan dat je niet ver van de realiteit hoeft af te dwalen om een publiek in vervoering te brengen. Maar een goed verhaal moet ook verrassend zijn.Je hebt meer nodig dan een beschrijving om een lezer in vervoering te brengen.

In het beter geslaagde ‘Dag in dag uit’ vertelt Sedaris hoe hij al 25 jaar elke dag trouw zijn dagboek bijhoudt. Elk opvallend detail moet vastgelegd worden. Sedaris publiceert zijn dagboekaantekeningen, waarvan hij zelf ook toegeeft dat het grootste deel saai is, niet onbewerkt. Hij maakt keuzes, bouwt spanning op, verzint grappen. Toch is de vraag of hij meer kan dan kundig navertellen wat hij heeft meegemaakt, met hier en daar een grap of een voorzichtig (zelf)inzicht. Als hij wil blijven boeien zal hij dieper bij zichzelf moeten graven dan hij in zijn nieuwste bundel doet.

Sedaris lijkt zich hiervan bewust. Met de verzameling moderne dierenfabels Eekhoorn zkt. eekhoorn (2010), probeerde hij een andere weg in te slaan. Het werd geen succes: de fabels waren flauwe vertalingen van menselijk gedrag, die Sedaris’ scherpe observatiehumor misten. Ook in De lachvogel waagt hij zich zo nu en dan aan pure fictie, met stukken die vanuit een personage (vaak rednecks of extreem religieuze types) geschreven zijn. Sedaris komt niet verder dan niet-grappige persiflages. Een man vertelt hoe hij zijn vrouw en dochter door het hoofd schoot, omdat in een land waar het homohuwelijk legaal is, moord ook normaal is: ‘Het was nu toch een omgekeerde wereld, dus waarom zou ik niet net als die homo’s doen waar ik zin in had?’ Misschien is het een kwestie van oefening, maar deze probeersels zijn de zwarte schapen van de bundel.

Sedaris lijkt vast te zitten tussen zijn slinkende arsenaal aan anekdotes, en zijn beperkingen als fictieschrijver. De lachvogel stelt zo onbedoeld interessante vragen over de ingewikkelde en interessante relatie tussen fictie en non-fictie, tussen waargebeurd en goed bedacht. Laten we hopen dat de grote humorist Sedaris eruit komt, zodat we weer ademloos naar zijn verhalen kunnen luisteren.