Imago mag wat kosten in Arnhem

Dit weekend begint de Arnhem Mode Biënnale weer De gemeente heeft er veel geld voor over om modehoofdstad van Nederland te zijn Maar is dat wel realistisch?

Medewerker Mode

Aanstaande zondag gaat de vijfde editie van de Arnhem Mode Biënnale – die voortaan MoBA genoemd moet worden – van start. Tot en met 21 juli zal de Gelderse hoofdstad compleet in het teken staan van mode. „De kers op onze modetaart” noemt Maurice Chattelin van de gemeente Arnhem het.

‘Modetaart’ omdat Arnhem sinds 2005 fanatiek bezig is om van zichzelf een modestad te maken. En daarbij worden kosten noch moeite gespaard. Maar hoe succesvol is die campagne?

In 2005 ging Arnhems modecampagne van start met de eerste editie van de Arnhem Mode Biënnale. Onder de creatieve leiding van mode-illustrator Piet Paris werd er flink uitgepakt: bij de hoofdexpositie stonden vier zalen in het teken van een seizoen. In de winterzaal konden de op een ijsbaan tentoongestelde Viktor & Rolf-jurken alleen op schaatsen bekeken worden, en in de lentezaal liepen de bezoekers met paraplu’s rond omdat er regen viel.

Het leverde veel aandacht van zowel binnen- als buitenlandse pers op. Zo noemde de Amerikaanse Vogue de biënnale op haar website „the greatest fashion event you’ve never heard of” en omschreef de Amerikaanse Elle Arnhem als „de stad die na Antwerpen en Berlijn hard op weg is één van Europa’s meest enthousiaste modehotspots te worden.”

Ondertussen werd in 2008 de voormalige Vogelaarwijk Klarendal omgetoverd tot Modekwartier. De buurt werd rigoureus onder handen genomen – opgeknapte wegen, nieuw straatmeubilair, extra groen – en in samenwerking met een woningcorporatie zorgde de gemeente ervoor dat jonge ontwerpers voor relatief weinig geld een winkel slash atelier kunnen beginnen. Inmiddels zitten er zo’n veertig winkeltjes en een modehotel.

En dan is er nog de Mode Incubator, een initiatief dat jonge ontwerpers een atelier, coaching en lezingen aanbiedt. En natuurlijk feestelijke mode-evenementen als De Nacht van de Mode en De Arnhemse Stockdagen. En dan is er nog Arnhem Coming Soon, een met steun van de gemeente opgerichte mode- en designwinkel.

Het is geen lukraak gekozen marketingstrategie, benadrukt Chattelin van de gemeente. „Mode zit in ons dna.” Daarmee doelt hij op de modeopleiding van ArtEZ, die dit jaar precies zestig jaar bestaat en internationaal succesvolle ontwerpers afleverde als Viktor & Rolf, Lucas Ossendrijver, Jan Taminiau en Iris van Herpen. Uit ArtEZ ontsproten modemerken als Humanoid, Gsus, The People of The Labyrinths, Sjaak Hullekes en Spijkers & Spijkers.

In 2011 presenteerden de gemeente Arnhem, provincie Gelderland en ArtEZ samen het zogeheten Masterplan Mode & Vormgeving: een vierjarenplan dat in totaal 6,5 miljoen gaat kosten (waarvan 870.000 euro door de gemeente wordt neergeteld).

Maar de laatste editie van de Mode Biënnale in 2011 liep uit op een teleurstelling. Van de beoogde 35.000 bezoekers kwam niet eens de helft opdagen: slechts 16.267 mensen kochten een kaartje voor het 2,8 miljoen kostende evenement. De gemeente en de provincie moesten een gat van 225.000 euro dichten.

Om MoBA 2013 te redden is er nu een zwaargewicht als creatief directeur aangetrokken: de internationaal succesvolle trendvoorspeller Lidewij Edelkoort.

De gemeente stopt dit jaar 650.000 euro in MoBA. De rest moet door de provincie, fondsen en sponsoren worden opgehoest. Waarom de gemeente ook in crisistijd zo fiks in het evenement blijft investeren? „Het levert enorm veel positieve pr op,” zegt Chattelin. „Uit binnen én buitenland. Maar vlak ook de economische spin-off niet uit: alle mensen die naar Arnhem komen geven hier een hoop geld uit.”

Maar hoe realistisch is het nou eigenlijk om van een niet bijster centraal gelegen stad, met slechts 150.000 inwoners, tot een modestad te willen maken?

De wijk Klarendal is absoluut een stuk leefbaarder geworden sinds het tot Modekwartier werd omgedoopt, maar het winkelende publiek weet de weg vanuit het centrum nog niet massaal te vinden. „Soms verkoop ik een hele maand niets,” zegt Mirte Engelhard, die in 2009 afstudeerde aan ArtEZ en sindsdien haar vrouwenkleding maakt en verkoopt aan de Klarendalseweg. „Ik moet er freelanceklussen naast blijven doen om rond te komen.”

De in Brussel wonende modejournalist Philippe Pourhashemi zegt dat de biënnale een evenement is dat „bekend is bij alle modemensen in Europa”, maar hij ziet Arnhem voorlopig nog geen modestad worden zoals bijvoorbeeld Antwerpen. „In Antwerpen wonen en werken grote modeontwerpers als Dries van Noten en Ann Demeulemeester. Ontwerpers van dat kaliber heb je niet in Arnhem. De meesten verhuizen uiteindelijk toch naar Amsterdam.”