Geen houtpulp meer op je gezicht, maar L'Oréal

Vijf minuten lang, terwijl mijn Birmese heen- en weerwolf aan de staalkabel sjort om vlot ons aan de overkant te krijgen, vraag ik mij af wat er zo anders is. Waarom lijkt deze rivier niet op de andere Aziatische rivieren die ik tot nu toe gezien heb?Halverwege, als het bamboegevaarte water maakt en mijn schoenen en broekspijpen doorweekt zijn, weet ik het: er drijft geen plastic.

Wel spetteren ganzen aan de oever. Ook glijden er grote vissen vlak onder de oppervlakte door het water. En er zijn slierten watergras, die mee wuiven met de stroming.

De rivier is schoon.

In Indonesië zijn rivieren drijvende stortplaatsen geworden. Waterwegen rond grote steden als Jakarta borrelen, meuren, sissen en zijn bezaaid met afval. Helaas komt het voor Birma gunstige verschil niet door een bijzonder progressief milieubeleid. De stoet van trekschuiten beladen met teakhout op de Irrawaddy is daar het bewijs van. Het gebrek aan plastic rommel is een gevolg van het isolement waarin Birma vijftig jaar verkeerde. In Rangoon zal je geen McDonalds, 7-11 of Starbucks treffen. Eten op straat doen Birmezen bij stalletjes. Het wordt geserveerd in echte kommen, de thee in kleine kopjes.

Maar Birmezen beginnen langzaam te wennen aan hun rol als consument in een geglobaliseerde wereld, soms met een beetje hulp. Samsung wil graag de nieuwste Galaxy-smartphone verkopen. Technisch gezien is dat geen bezwaar. Het land waar journalisten een paar jaar geleden geheugenkaarten op James Bond-achtige wijze het land uit moesten smokkelen, beschikt inmiddels over een redelijk 3G-netwerk. Maar Samsung beseft ook dat de sprong van geen mobiele telefoon naar een mobiele alleskunner erg groot is. Daarom combineert de Koreaanse techgigant de product launch in een luxe hotel met een cursus omgaan met je smartphone.

Dat het land uit zijn schulp kruipt, is fantastisch voor de Birmezen. Toegang tot technologie zal Birmezen slimmer, kritischer en mondiger maken. En hun via sociale media de kans geven zich te verenigen. Maar gaat er ook niet iets moois verloren in het Birma, dat, hoe wrang dan ook, juist door het isolement in stand werd gehouden? Hoeveel langer kun je nog naar de heuvels van Sagaing kijken en niets zien behalve fonkelende gouden koepels van pagoda’s? Hoeveel langer kun je over straat lopen en louter mannen tegenkomen in wikkelrokken? Wanneer krijgt de Aziatische textielindustrie vat op hen? Hoelang duurt het voordat vrouwen niet meer een dikke laag houtpulp op hun gezicht smeren, maar potjes gezichtscrème van Unilever en L’Oreal bij zich dragen?

Ik word een beetje gerustgesteld door mijn tolk. Onze reis voert langs zijn ouderlijk huis. We schuiven aan. Trots vertelt hij over de gerechten die gemaakt zijn volgens recepten die zijn oma van haar moeder had, die ze weer van haar moeder kreeg. Traditie wordt hier gekoesterd, onafhankelijk van de politieke wind die op dat moment waait.

Als toetje krijgen we schijfjes sappige en zoete mango uit eigen tuin. Het doet mij denken aan de campagnetocht van Aung San Suu Kyi in 1989, zoals beschreven door de Brit Peter Popham in The Lady and The Peacock: The Life of Aung San Suu Kyi. Halsoverkop verhuisd van Oxford naar Birma toert de oppositieleidster door het land, als halve vreemde en tegelijk als de hoop van de natie. Popham put uit het reisjournaal dat een assistent van Suu Kyi bijhield en hij beschrijft hoe ze na lange autoritten over hobbelwegen gastvrij ontvangen worden en getrakteerd worden op vers fruit en palmsuikersap.

Maar het gaat hard in Birma. In hoog tempo worden er pinautomaten neergezet. Sommige staan in pallets en half in bubblewrap ingepakt, maar ze werken wel. Bij de garage van het Indiase automerk Tata hangen nog posters van het openingsfeest, een paar weken geleden. Het Amerikaanse Ford heeft bekendgemaakt een fabriek te willen bouwen, net als Toyota en de Nederlandse brouwer Heineken. Ook Starbucks heeft serieuze interesse in een gang naar Birma. De Amerikaanse ambassade meldt op zijn Facebookpagina dat Kentucky Fried Chicken proefsessies in Rangoon houdt.

Als Birmezen net als Indonesiërs, Maleisiërs en Thai massaal aan de gefrituurde kip gaan, zijn rivieren vol rotzooi waarschijnlijk een kwestie van tijd. Ook dat is een effect van vrijheid. Evenzeer als de aankondiging die Aung San Suu Kyi gisteren deed: zij wil zich kandidaat stellen in de verkiezingen van 2015 om president van Birma te worden.