En dit vinden zij ervan

In Turkije protesteert een groeiende mensenmassa tegen de regering Veel Turkse Nederlanders blijken juist voorstander van de premier Erdogan zorgt volgens hen voor rust en economische voorspoed

Photo: Dirk-Jan Visser / Rotterdam / The Netherlands: 05-06-2013: Turkse Nederlanders in Rotterdam reageren op de gebeurtenissen op het Taksimplein in Istanbul waar al een aantal dagen wordt gedemonstreerd. Hier: Fatih en Abide Uyar met hun twee dochters op het Heemraadsplein
Photo: Dirk-Jan Visser / Rotterdam / The Netherlands: 05-06-2013: Turkse Nederlanders in Rotterdam reageren op de gebeurtenissen op het Taksimplein in Istanbul waar al een aantal dagen wordt gedemonstreerd. Hier: Fatih en Abide Uyar met hun twee dochters op het Heemraadsplein Dirk-Jan Visser

Verslaggever

Het staat in grote letters op een spandoek dat uit een raam hangt van een pand in Rotterdam-Zuid: Turkey you are not alone! Degenen die het spandoek ophingen, steunen de protesten op het Taksimplein in Istanbul en andere Turkse steden. Daar protesteert een groeiende mensenmassa tegen de Turkse regering.

Ook Nederlandse Turken lieten van zich horen. Afgelopen week waren er verschillende protesten op het Beursplein in Amsterdam, en bij het Turkse consulaat in Rotterdam.

De demonstranten protesteren tegen het Turkije dat weer, „net als toen de seculieren aan de macht waren, koploper is in de wereld als het gaat om onderdrukking van vrijheden”. Zo legde historicus Zihni Özdil het deze week in een opinieartikel in deze krant uit. Hij vervolgde: „Het verschil met vroeger is dat nu vooral seculiere schrijvers, journalisten, studenten en intellectuelen de klos zijn.”

Op een zonnige middag in Rotterdam is het lastig om voorstanders van de protesten in Turkije te vinden. Bij het Turkse reisbureau dat alleen vliegtickets verkoopt van en naar Turkije is het geen onderwerp van gesprek. „Af en toe vraagt iemand of het gevaarlijk is”, zegt de verkoper. „Dat zijn dan Nederlanders. Turken weten zelf wel dat ze gewoon kunnen gaan, zolang ze maar niet op het Taksimplein gaan zitten.”

De vrouwen met kleurige hoofddoeken die op bankjes bij het park zitten, samen praten en met een schuin oog hun kinderen in de gaten houden, hebben geen goed woord voor de betogers over. Zeker als er mannen bij komen staan, worden de demonstranten hard veroordeeld. Het zijn „bandieten”, een „boze bende.”

Ze hebben het gevoel, vertellen ze, dat Turkije met Erdogan naast economische voorspoed ook een zekere stabiliteit heeft bereikt. Hij heeft 50 procent van de stemmen, zegt Ismail Yildizhan. „Dat is toch jaloersmakend?” Alles is beter, hij zorgt dat er gebouwd wordt, dat er gerenoveerd wordt, wegen worden aangelegd. Ik zie de verschillen want ik ga regelmatig naar Turkije. En niet alleen dat, Erdogan zorgt voor rust. Hij práát met de Koerden, hij zoekt een vreedzame oplossing. Daar ga je dan toch niet tegen protesteren?”

De Turken in het park verlangen niet terug naar de jaren zeventig tot negentig van de vorige eeuw toen Turkije werd geteisterd door politiek terrorisme, staatsgrepen en diepe verdeeldheid tussen links (de socialisten) en rechts (de militairen). Met de politieke islam van Erdogan, zeggen ze, is in die verdeeldheid een stabiele derde weg gevonden.

In een shoarmazaak schraapt een jongen met zijn schaaf over het warme lamsvlees. Nee hoor, hij weet niets van de protesten. Hij werkt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en heeft geen tijd voor kranten of televisie. Celal Gundogdu wil net een hap nemen van zijn broodje geroosterd gehakt en schiet in de lach. „De televisie staat de hele dag aan in die zaak”, zal hij later zeggen. Maar eerst vertelt hij over zichzelf. Hij is een fel tegenstander van Erdogan en steunt de demonstranten. Snel slikt hij zijn hap brood door en vertelt met vuur over de ‘dictator’. Als je geen lid bent van de regeringspartij AKP, kan je een goede baan wel vergeten, zegt hij.

Achter de balie duikt een tweede jongen op. Ze luisteren een paar minuten mee. Dan zegt een van hen: „Willen jullie onze zaak verlaten. Dit soort gesprekken willen we hier niet. Het is hier geen debatcentrum.”

„Ja”, zegt de ander. „Waarom houden jullie je niet bezig met de problemen in Nederland. Met de criminaliteit bijvoorbeeld?”

Celal Gundogdu pakt zijn tassen met boodschappen en stapt op. Hij moppert: „Het lijkt wel Turkije hier.”