Christus als een feminiene atleet

Een konijn is een konijn zult u denken. Dat is dus niet zo. Het konijn is meer, het symboliseert onschuld en wellust. In het paradijs althans, waar Adam en Eva het aanvankelijk samen met de konijnen erg naar hun zin hadden. Maar katten en vissen op hun beurt deugen van geen kant – zie ze vooral als metaforen van het kwaad, dat uitgerust is met scherpe tanden en kwijlerige bekken. En komt u in een kamer witte duiven tegen, weet dan dat in dat huis zuiverheid heerst; niemand besodemietert de boel.

In De bijbel van de kunst houden zich nogal wat van dergelijke symbolen schuil, die stuk voor stuk toegelicht worden, anders had ik u niets over dat konijn kunnen vertellen. Het zijn maar details op grote schilderijen waarin bijbelse figuren verwikkeld zijn in strijd, lust, verraad, moord en rouw, maar dat soort details trekt je wel steeds een schilderij in.

Wie een beetje vertrouwd is met de bijbel komt aardig wat bekenden in dit kunstboek tegen, en komt bovendien ogen tekort. Je bladert van de eerste stralen scheppingslicht uit Genesis, via Jacob en Mozes, de drama’s van Job en Daniël en de jeugd en lijdensweg van Jezus – naar de hemelvaart van Maria. Het boek telt zo’n duizend schilderijen (enkele beelden en gobelins daargelaten) uit duizend jaar kunstgeschiedenis, gemaakt door ruim 220 bekende en anonieme meesters. De linkerpagina licht in kort bestek de rechter beeldpagina toe. En dan worden met dunne lijnen en punten nog dingen als pauwen, planten en landschappen aangestipt, die iconografisch geduid worden.

Deze ‘bijbel’ hoort thuis in de serie kunstboeken die de Belgische uitgever Ludion overnam van zijn Italiaanse collega Mondadori. Eerdere uitgaven waren onder meer Het symbolenboek,Eros in de Kunst, en Kunst & kleur – en recentelijk verscheen ook een aflevering eigentijdse schilderkunst. In elk deel is hetzelfde concept gehanteerd voor een volstrekt ander thema en een volstrekt andere beeldenreeks.

Waarom doet dit nieuwe boek ertoe?

Eenvoudigweg omdat jonge generaties nu al niet meer weten wat een judaskus is, een Babylonische spraakverwarring, een Salomonsoordeel of een annunciatie – nee, Jeanne d’Arc is niet de vrouw van Noach. En toekomstige generaties zullen nóg minder weten, want ook het godsdienstonderwijs op openbare scholen wordt wegbezuinigd, zoals deze krant vorige week meldde. Door dat gebrek aan bijbelkennis is straks de oude schilderkunst van de Joods-christelijke beschaving waar Europa toe wordt gerekend, niet meer thuis te brengen. Bizar, want juist op dit continent is het lastig om in kleine en grote musea géén religieuze schilderkunst tegen te komen. Als de bijbel inderdaad een gesloten boek blijft, waar kijk je in die zalen dan eigenlijk nog naar?

Dit boek is dus het antwoord. Je wandelt de bijbel én de schildereeuwen binnen. Zou je op deze krantenpagina over een plechtige Giotto uit het boek willen vertellen dan doe je onvermijdelijk een wervelende Tiepolo tekort. Dat komt omdat die bijbelse bezieling zoveel moois heeft opgeleverd Als dát boek in het geding was, deed de kunstenaar nóg meer zijn best, alsof de kwaliteit garant stond voor zijn eigen tenhemelopneming. Daarnaast wilde hij met dat excelleren natuurlijk zoveel mogelijk aardse aandacht trekken en zijn kijkers doen geloven dat ze zich met sommige bijbelse figuren konden vereenzelvigen.

Dat laatste lukt zes eeuwen later overigens nog steeds: zie Adam en Eva die gekromd en verkrampt door verdriet uit het paradijs worden verdreven. Masaccio gaf ze in 1424 een lichaamstaal die van alle tijden is. En hoe dramatisch is niet het recentste schilderij (1912) in dit overzicht, dat van Lovis Corinth? Hij liet de blinde en geboeide Simson, als een personificatie van kracht en wanhoop, steun zoeken bij een zuil van de tempel van de Filistijnen – om het ding later omver te smijten.

Zoals er nu gretig gegruweld wordt bij moordberichten of tv-detectives, zo was vanaf de vijftiende eeuw het motief van onthoofding populair. Caravaggio schilderde in 1599 de jonge David die de overwonnen reus Goliath een kop kleiner maakt. En Judit, ‘symbool voor het Joodse volk dat altijd door God gered wordt’ presenteert ons het hoofd van de Assyrische generaal Holofernes, in 1617 geportretteerd door Cristofano Allori.

Zeer opvallend in dit boek is een portret van Christus. Eindeloos kom je hem in de kunstgeschiedenis tegen als een uitgemergelde, gewonde of stervende Jezus, beweend door zijn moeder en een schare gelovigen. Maar Rafael zette hem in 1506 neer als een gezellige, rondborstige atleet, nogal feminien, die een zegenend gebaar maakt, alsof je hem hoort zeggen: ‘houd moed, het komt goed!’

Verder word je niet echt vrolijk van al die bijbelverhalen, uitgezonderd dan het erotische Hooglied waar schilders blijkbaar nauwelijks uit hebben geput, of kónden putten. Toch kan je er niet omheen dat de bijbel de schilder- en beeldhouwkunst tot hemelse hoogten heeft opgestuwd.

Fijn dus dat er nu zo’n adequate selectie uit die Europese mer à boire voorhanden is: met meer beelden dan leeslast. Dat moet jongeren aanspreken, hoop je dan.