Nieuwe roman A.F.Th van der Heijden is gitzwart melodrama

Met De helleveeg verschijnt de eerste roman van A.F.Th van der Heijden sinds ‘Tonio’. Zet je dit vijfde deel uit de reeks ‘De tandeloze tijd’ af tegen voorgangers is er een opvallend verschil. Dat schrijft Arnold Heumakers vanmiddag in NRC Boeken. De helleveeg, A.F.Th. van der Heijdens nieuwe roman die vorige week donderdag verscheen, draait om Tientje Poets. Zij is de tante van

A.F.Th. van der Heijden heeft een onderonsje met zijn echtgenote nadat hij de P.C. Hooft-prijs in ontvangst heeft genomen.
A.F.Th. van der Heijden heeft een onderonsje met zijn echtgenote nadat hij de P.C. Hooft-prijs in ontvangst heeft genomen. Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

Met De helleveeg verschijnt de eerste roman van A.F.Th van der Heijden sinds ‘Tonio’. Zet je dit vijfde deel uit de reeks ‘De tandeloze tijd’ af tegen voorgangers is er een opvallend verschil. Dat schrijft Arnold Heumakers vanmiddag in NRC Boeken.

De helleveeg, A.F.Th. van der Heijdens nieuwe roman die vorige week donderdag verscheen, draait om Tientje Poets. Zij is de tante van Albert Egberts - hoofdpersoon van De tandeloze tijd - en passeerde in eerdere delen van die cyclus (Vallende ouders, De gevarendriehoek) al de revue als de ‘ietwat venijnige tante’.

In De helleveeg, dat soms afdaalt naar ‘onverkwikkelijke’ regionen als kindermisbruik, katholieke schijnheiligheid en ouderlijk wegkijken, zien we haar ‘tekeer gaan als een hysterisch monster van wrok en wraakzucht’. Die verschuiving, zo schrijft criticus Arnold Heumakers vanmiddag in de Boekenbijlage van NRC Handelsblad, wekt de suggestie dat ’het belangrijkste verschil met de vorige delen van De tandeloze tijd [..] de verminderde esthetisering [lijkt] te zijn’.

Modder in goud

Wat Heumakers met die ‘verminderde esthetisering’ bedoelt, legt hij daarna uit:

‘Hoe laag en beschamend het vertelde ook was, Van der Heijden wist er altijd zoveel mogelijke poëzie uit te peuren. Zelfs de meest gênante feiten en details konden zo luister krijgen: alle ‘modder’ werd omgetoverd in ‘goud’, volgens het bekende alchemistische recept van Baudelaire.’

Dat ‘goud’ is in De helleveeg ver te zoeken, schrijft Heumakers:

‘Het is alsof de schrijver zich nu heeft neergelegd bij de deprimerende aard van wat hij te vertellen heeft. Sterker, hij doet er een schepje bovenop.’

De reactie van de schrijver op de vaak onfrisse gebeurtenissen in zijn roman, noemt Heumakers het opvallendste verschil tussen De helleveeg en de andere delen uit De tandeloze tijd:

‘esthetisering toen, bittere uitvergroting nu.’

Lees vanmiddag de hele recensie van Heumakers in de Boekenbijlage

Verschijningsdatum ‘De helleveeg’ een ‘milde provocatie’

De helleveeg verscheen vorige week donderdag, op exact dezelfde dag dat Van der Heijden de P.C. Hooftprijs (de belangrijkste Nederlandse oeuvreprijs) in ontvangst mocht nemen. Het was ‘een milde provocatie’, geeft Van der Heijden toe in een groot interview dat deze week in Vrij Nederland staat:

‘Een oeuvreprijs is per definitie retrospectief, terwijl ik het zie als een peiling op ongeveer tweederde van de rit. Begrijp me goed, het is een grote eer. Tegelijkertijd is het een eer waartegen ik me moet verzetten. [..] Ik wil geen gouden handdruk van de literatuur.’

Het grote interview in Vrij Nederland - het stuk neemt met foto’s zes pagina’s in beslag - kan een van de weinige grote interviews zijn die Van der Heijden in de komende tijd zal geven. Van der Heijden geeft te kennen dat hij weer ‘de wereld in moet’. Die openbaarheid moet echter niet overdreven worden, schrijft interviewer en schrijver Daan Heerma van Voss, die Van der Heijden namens Vrij Nederland gedurende twee vijf uur durende sessie (‘zonder pauze, zonder eten, maar met wijn’) sprak. ‘Grote interviews’, schrijft Heerma van Voss, ‘zal Van der Heijden verder niet geven’.

Opvallend nieuwtje in het interview in Vrij Nederland was het gegeven dat Van der Heijden al een jaar vóór de dood van zijn zoon Tonio koos voor het kluizenaarschap:

‘Ik leef nu al vier jaar als een kluizenaar. Het eerst jaar daarvan, toen Tonio nog leefde, voelde ik me genoodzaakt om me terug te trekken [...]. Geen kroegen meer, geen restaurants. Ik had het gevoel dat ik veel tijd moest inhalen [..] alsof ik mijzelf moest oefenen in eenzaamheid, voor het moment dat mijn leven daarom vroeg. En dat moment kwam.’

Landingsbaan vol teksten en manuscripten

Heerma van Voss sprak met Van der Heijden in diens Amsterdamse werkkamer, volgens een redacteur van de auteur een ‘landingsbaan vol teksten en manuscripten’. Arjan Peters, Chef Boeken van de Volkskrant, gaf in een recent filmpje een interessante beschrijving van die werkkamer, dat ‘laboratorium’:


Peters contextualiseert in zijn filmpje het schrijverschap van Van der Heijden:

‘Gebruikelijk in de Nederlandse literatuur is het adagium van schrijven is schrappen. Je moet het kort houden, je moet het indikken. Maar hij Adri gaat het zo dat de wereld juist groter wordt, die wordt uitgebreider, er komt wat bij’.