Wow, dit is goed. Van wie is het?

De hoofdtentoonstelling van de Biënnale, The Encyclopedic Palace, is één grote ontdekkingsreis. Werk van bekende kunstenaars wordt afgewisseld met dat van amateurs, outsiders en vergeten genieën.

Shinichi Sawasa, ‘Untitled’, 2000-2007. Terracotta beelden, ca. 20 cm.
Shinichi Sawasa, ‘Untitled’, 2000-2007. Terracotta beelden, ca. 20 cm. Privé-collectie

Het bouwwerk lijkt nog het meest op een kruising tussen een bruidstaart en de toren van Vladimir Tatlin. Vijf meter hoog steekt het in de eerste zaal van de Arsenale boven de bezoekers uit, als opmaat naar de hoofdtentoonstelling van de Biënnale van Venetië. Het is een maquette voor een wolkenkrabber van 136 verdiepingen, met balustrades gemaakt van haarkammetjes en raampjes van celluloid. Dit had het grootste museum ter wereld moeten worden: The Encyclopedic Palace of the World. Het moest ruimte bieden aan alles wat de mensheid had uitgevonden, van het wiel tot de satelliet, en het had moeten verrijzen op de Mall in Washington D.C. Daar zou het met 700 meter het hoogste gebouw ter wereld zijn geweest.

De maker van het bouwsel is Marino Auriti (1891-1980), een koetsenmaker uit de Italiaanse Abruzzen die in de jaren twintig naar de Verenigde Staten emigreerde en daar in zijn levensonderhoud voorzag met een garage en een lijstenmakerij. Na zijn pensionering in de jaren vijftig begon hij aan de bouw van zijn encyclopedische paleis. Overtuigd van de briljantie van zijn plan vroeg hij er in 1955 patent op aan en ging hij op zoek naar financiers. Maar de toren kwam er nooit en na Auriti’s dood belandde het gevaarte decennialang in een opslag.

Wat zou Marino Auriti trots zijn geweest als hij had geweten dat zijn maquette een halve eeuw later niet alleen het openingsstuk van de Biënnale vormt, maar er ook de naamgever van is. The Encyclopedic Palace, zo heet de grote Biënnaletentoonstelling die de Italiaanse curator Massimiliano Gioni maakte in de Arsenale en het Centrale Paviljoen in de Giardini. Het is een expositie die, net als Auriti’s imaginaire museum, zo allesomvattend mogelijk wil zijn. Die werken toont van kunstenaars uit heel de wereld, maar ook van veel amateurs, outsiders en lang vergeten genieën. Sterker nog, The Encyclopedic Palace is een warm pleidooi voor alle knutselaars in de wereld die naast of na hun baan als verzekeringsagent of mijnwerker, melkboer of tandtechnicus, hebben gewerkt aan een magnum opus als dat van Auriti.

Neem de Britse kunstenaar Phyllida Barlow (1944), die veertig jaar als kunstdocent werkte en pas na haar pensionering waardering begon te ontvangen voor haar sculpturen. Nu hangen haar reusachtige klonten cement pontificaal aan het plafond van de Arsenale, als uit de kluiten gewassen larven. Of neem de Japanse kunstenaar Shinichi Sawada (1987), geboren met een zware vorm van autisme. Hij spreekt nauwelijks, maar heeft in de afgelopen jaren wel een indrukwekkende verzameling kleifiguren gemaakt die met hun handgemaakte stekels nergens mee te vergelijken zijn.

Barlow en Sawada behoren beiden niet tot het type hippe kunstenaar dat je zou verwachten op een grote internationale kunstmanifestatie als deze. Ze zijn niet aangesloten bij het gevestigde kunstcircuit dat je normaal gesproken op biënnales of grote beurzen treft. Op een paar bekende kunstenaars als Steve McQueen en Bruce Nauman na, zijn grote namen zo goed als afwezig op Gioni’s tentoonstelling. Voortdurend hoor je geoefende kunstbezoekers zich verbaasd afvragen: „Wow, dit is goed, van wie is het?”

Omheind gebied

In een interview met The Art Newspaper zei Gioni deze week dat zijn keuze voor kunstenaars die in de marge opereren bedoeld is als duidelijk statement tegen de kunstmarkt. „De herontdekking van Marino Aurati is een manier om ons eraan te herinneren dat de kunstenaars die goed verkopen op veilingen niet de enige kunstenaars zijn die er rondlopen”, aldus Gioni. Kunst moet haar voetstuk verlaten, vindt de curator. „We moeten kunst niet hoeden in een omheind gebied.” En dus heeft hij de poorten opengezet voor een kleurrijke groep creatieve geesten die tot nu toe alleen maar kon dromen van een vermelding in kunstbladen als Artforum of Frieze.

Ook buiten de gebaande paden blijkt er genoeg hoogstaande kunst gemaakt te worden om een ongelooflijk rijke tentoonstelling mee te maken, zo bewijst Gioni met The Encyclopedic Palace. Of het nu gaat om het Indiase minimalisme van Prabhavathi Meppayil (1965) of het hyperrealisme van de Amerikaanse Ellen Altfest (1970), het is allemaal even verrassend, onconventioneel en inspirerend. Je vraagt je af waar Gioni al die excentriekelingen heeft gevonden. Dit is een tentoonstelling die hij al jaren in zijn hoofd gehad moet hebben.

Daar komt bij dat Gioni zijn encyclopedische paleis bijzonder goed en met zorg heeft ingericht. Geheel volgens de geest van Marino Auriti heeft hij van de Biënnale een allesomvattend museum gemaakt. Bij het betreden van de Arsenale kom je eerst op de natuurhistorische afdeling terecht, met onder meer uiterst gedetailleerde plantentekeningen van de Chinees Lin Xue, die je als diamanten met een loep zou willen bekijken, en de minutieuze studies van oude bomen door de Belg Patrick Van Caeckenbergh (1960). Mooi zijn ook de vroege kleurenfoto’s van de Amerikaan Eliot Porter (1901-1990), een biomedisch onderzoeker aan Harvard die in zijn vrije tijd schitterende portretten maakte van vogels.

Ontdekkingsreis

Verderop in de Arsenale waan je je dan opeens weer in een volkenkundig museum, met de reusachtige metalen wachters van Matthew Monahan (1972) en het tweehonderd jaar oude Vietnamese kerkgebouw dat kunstenaar Danh Vo (1975) uit zijn geboorteland liet verschepen. Hier vind je ook schitterende Braziliaanse tapijten en kostuums, gemaakt door de marinier Arthur Bispo do Rosário (1910-1989) die vijftig jaar doorbracht in een psychiatrische inrichting in Rio en zich daar met zijn kunst voorbereidde op het einde der tijden. Steeds opnieuw is er die verwondering, om andere culturen, om andere vormen van kunst dan je gewend bent te zien op dit soort internationale tentoonstellingen. Dit tijdelijke museum is één grote ontdekkingsreis.

Ook bij de bekende, professionele kunstenaars die door Gioni zijn geselecteerd, is een zekere maniakale kant niet te ontkennen. De 94-jarige Maria Lassnig toont een aantal fantastische zelfportretten waarop ze poedelnaakt met pistolen zwaait of met een skelet danst – alsof ze wil laten zien dat ze de dood al jaren tart. Thierry De Cordier (1954) laat nieuwe, inktzwarte schilderijen van woest kolkende zeeën zien – grandioos, maar o zo depressief. En het Nederlandse enfant terrible Erik van Lieshout (1968), die prominent op het Biënnaleterrein aanwezig is met een drive-in bioscoop waar een film over het ontwikkelingswerk van zijn ouders draait, is zeker behept met een milde vorm van ADHD.

Hallucinaties

Wat zegt deze Biënnale over de kunst van vandaag, zo kun je je ten slotte afvragen. Wat opvalt is dat deze kunstenaars zich massaal hebben afgekeerd van de waan van de dag. De tijd dat kunstenaars als journalisten op het leed van de wereld reageerden, lijkt alweer ver achter ons. In plaats van naar buiten te kijken, kruipen ze steeds meer in hun eigen wereld. Ze dokteren hun eigen systemen uit, vinden inspiratie in de beelden in hun hoofd. The Encyclopedic Palace is een tentoonstelling over dromen, over visioenen, over hallucinaties, over wat we zien met onze ogen dicht. En wat blijkt: de menselijke geest is één grote schatkamer. Of zoals Joseph Beuys al eens zei: „Het mooiste paleis ter wereld bevindt zich in ieders hoofd.”

Gioni wilde de kunstwereld redden van haar navelstaarderij en haar voeden met nieuwe energie. Hij wilde nieuwe vonken doen overschieten en dat is hem schitterend gelukt.

De Biënnale van Venetië duurt nog t/m 24 november. Inl: www.labiennale.org