Voetbalpuinhoop op de archipel

Nederland speelt morgen een oefenwedstrijd tegen Indonesië. Het voetbal in de archipel staat vooral bekend om zijn ruzies en misstanden.

Netherlands coach Louis van Gaal gives instructions to Indonesian youths during a soccer clinic in Jakarta, Indonesia, Thursday, June 6, 2013. The Dutch national team is scheduled to play a friendly soccer match against Indonesia on Friday. (AP Photo/Dita Alangkara)
Netherlands coach Louis van Gaal gives instructions to Indonesian youths during a soccer clinic in Jakarta, Indonesia, Thursday, June 6, 2013. The Dutch national team is scheduled to play a friendly soccer match against Indonesia on Friday. (AP Photo/Dita Alangkara) AP

„Als Van Persie, Robben en Sneijder en de andere boys het veld op lopen, moeten ze beseffen dat ruim de helft van hun tegenstanders al maanden niet betaald heeft gekregen, onverzekerd is, en gepiepeld worden door machtige clubbazen. Ook in die zin is het oefenduel Indonesië-Nederland geen gelijke strijd.” Dit zegt Robert Gaspar, een Australiër met Kroatische roots. Zeven jaar speelde Gaspar (32) in Indonesië. Hij zwierf over de archipel, houdt van het land, maar zag ook dat het Indonesische voetbal een puinzooi is.

Gaspar zit aan een spuitwater in een café in Jakarta. Nooit wil hij meer voor een Indonesische club spelen. „Altijd gezeik.” Hij wil Indonesische spelers ervan overtuigen dat ze rechten hebben. Niet blind een contract met een waanzinnige salarisvermelding tekenen, maar harde afspraken maken over wanneer er betaald wordt. En clausules opnemen over essentiële arbeidsvoorwaarden, als een vergoeding voor ziektekosten of het regelen van een werkvergunning voor buitenlandse spelers. Gaspar: „Hier dreigt het Indonesische voetbal aan ten onder te gaan.” Hij werkt intussen samen met de internationale werknemersorganisatie FIFpro.

Morgen speelt Oranje in Jakarta tegen Indonesië. Het is de eerste keer dat oud-kolonie en oud-kolonisator elkaar treffen in een officiële interland. Als de maximaal 80.000 man in het Bung Karno-stadion tijdens het volkslied Indonesia raya, merdeka, merdeka zingen, bejubelen ze de onafhankelijkheid. Een bijzonder duel.

Het gebeurt niet zo vaak dat de vicewereldkampioen op bezoek komt bij de nummer 170 op de FIFA-ranglijst. Merah putih ofwel rood-wit is gewend tegen landen als Oost-Timor en Irak te spelen, en dan te verliezen.

Toch is Indonesië voetbalgek. Kinderen dragen op schoolreisje geen uniformen, maar het United-shirt van Rooney. De gefotoshopte gelijkenis van Messi en Ronaldo worden gebruikt om op reclamezuilen hoestdrankjes, chips en nasischotels aan te prijzen. In de kampongs klinkt altijd wel het gebonk van een bal en het tippelen van blote kindervoetjes.

De liefde voor voetbal is zelfs een diplomatiek instrument. Toen minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) in februari op bezoek was had hij een gesigneerd Oranjeshirt bij zich voor zijn collega. Het cadeau droeg bij aan een geslaagd bezoek, wat gezien het verleden een gevoelige exercitie is.

De voetbalpassie, de omvang (240 miljoen inwoners) van de jonge bevolking (gemiddeld 29 jaar) en de wijze waarop Indonesiërs hun identiteit en trots koppelen aan hun stad of eiland, lijken ingrediënten voor een goed lopende competitie. Toch domineren de schandalen.

Een stuitend verhaal is de dood van Diego Mendieta. De Paraguayaanse spits speelde voor Persis Solo FC toen hij een virusinfectie kreeg. Met goede medicijnen was de ziekte makkelijk onder controle te krijgen. Maar hij had maanden geen salaris gekregen en kon zich geen gezondheidszorg veroorloven. Pas nadat fans een paar honderd euro hadden ingezameld, kon hij naar een dokter. Hij was al verzwakt en zijn hersenen waren aangetast. Mendieta wilde terug naar Paraguay, maar hij kon geen vliegticket betalen. Hij had van de club nog 10.000 euro tegoed. Vorig jaar overleed hij.

In april beleefde Persibo uit Bojonegoro op Oost-Java een sportief dieptepunt. De ploeg speelde in Hongkong om de Aziatische beker. Na een uur werd het duel gestaakt. Persibo stond met 8-0 achter, zes spelers waren met blessures uitgevallen. Met twaalf spelers kon de coach nauwelijks wisselen. Na afloop werd gespeculeerd of de spelers geblesseerd waren of dat ze weigerden verder te spelen. Een woordvoerder zei tegen Indonesische media: „Ze hebben niet betaald gekregen en hadden een jetlag. De club is blut en we konden pas de dag voor het duel vliegtickets kopen en op de wedstrijddag vliegen.”

De problemen zijn terug te voeren op een knallende ruzie binnen de bond, twee jaar lang. In maart leek Indonesië te worden geschorst als FIFA-lid. In een onnavolgbare machtsstrijd tussen eigenaren stapten tien clubs uit de nationale bond om een alternatieve competitie op te zetten. Die clubs weigerden spelers van het nationale elftal en vormden zelfs een schaduwteam dat alleen trainde. Zo kon konden betere spelers niet worden geselecteerd en behaalde de nationale ploeg genante resultaten, zoals een 10-0 nederlaag tegen Bahrein.

De ruziënde facties legden het bij. De FIFA had eind maart als deadline gesteld. Zonder akkoord zou schorsing volgen. De strijd lijkt voorbij, maar de bond erkent ineffectiviteit.

Indonesië kreeg in mei een boete. Fans hadden zich misdragen in Saoedi-Arabië. Vandalisme komt veel voor. In 2011, bij een duel tegen Maleisië, vielen twee doden in het Bung Karno Stadion, waar Oranje speelt. Voetbalmanagement in Indonesië is een rotzooi. „We kunnen niet daadkrachtig tegen geweld optreden”, zei bondsbestuurder Rudolf Yesayas.

Sponsoren en aandeelhouders trokken zich terug en het aantal wanbetalingen aan spelers en coaches steeg enorm. „Spelers werden de afgelopen twee jaar voor het blok gezet”, zegt Gotcha Michel, bestuurslid van de Indonesische vereniging van voetballers. „Ze kregen een aanbod 20 of 30 procent van hun salaris uitbetaald te krijgen. Gingen ze niet akkoord dan werden ze op staande voet ontslagen. Veel spelers in Indonesië hebben geen opleiding of een beroep om op terug te vallen. Ze moeten oneerlijke deals accepteren.”

Ook een voetbalopleiding bestaat nauwelijks, zegt de Australiër Gaspar. „Het geld en de visie ontbreken. Landen als Nederland zouden Indonesië erg kunnen helpen. Ik heb hier overal gespeeld en veel steden gezien. Zo’n enorm land met zo’n passie zou op zijn minst een regionale grootmacht moeten zijn, net als Japan of Zuid-Korea. Dat is haalbaar.”