Saroyan

Van de Amerikaanse schrijver William Saroyan (1908-1981) had ik nooit iets gelezen toen ik een verhaal van hem tegenkwam in de bundel Dierenverhalen uit de wereldliteratuur, een in 1955 bij Bruna verschenen bloemlezing. Het boek stond te verstoffen in een antiquariaat. Het bevatte verhalen van grote namen: Tsjechov, Walschap, Thurber, Maupassant.

Maar ik kocht het omdat de eerste alinea van Saroyans verhaal Onze vrienden de muizen me zo beviel. De vertaling is van Cees Buddingh’, door mij enigszins gemoderniseerd.

„Ondanks onze kat waren er muizen in ons huis. ’s Nachts wanneer het erg stil was en de lichten uit waren en wij in ons bed lagen, konden we de muizen uit hun gaten horen komen en over de houten vloer van onze keuken lopen, en als we aandachtig luisterden konden wij ze horen piepen, en het was grappig om naar ze te luisteren. […] Het waren dieven en ze moesten hun voedsel stelen, maar desondanks vormden ze een gezin, precies zoals wij een gezin vormden, en omdat ze in ons huis leefden voelde ik genegenheid voor ze.”

Dierenverhalen kunnen nogal moralistisch worden, de verleiding ligt op de loer om de mens lessen uit de dierlijke belevenissen te laten trekken. Ook worden vaak kinderen op smartelijke wijze voorgoed van hun lievelingsdier gescheiden. Maar Saroyan houdt het licht en losjes, hij denkt terug aan het jongetje dat hij was en dat met zijn oudere broertje Krikor ademloos op de muizen lag te wachten. „Ik kon voelen dat hij wakker was omdat er iets van zijn waakzaamheid in de duisternis was, en dat was er niet wanneer hij sliep.”

Het gezin van de broers telde een kat die af en toe zo’n muis te grazen nam. De broers hadden daar alle begrip voor. „Medegevoel met de muis aan de dag leggen is bijzonder unfair en bekrompen, en wijst op een armzalig inzicht in de wetten der natuur, en de ethiek van het muis-zijn of kat-zijn.”

Waar William wél moeite mee had, waren de drie muizenvallen waarmee hun zus Lucy de verdelging ter hand had genomen. Voor Lucy en hun moeder waren het vieze beesten, dragers van riskante bacillen. William vond het vreemd dat Krikor niet tegen deze voorstelling van zaken protesteerde, hij deed alsof het hem niets kon schelen.

De uitroeiing ging door, al viel het wel op dat steeds meer muizen aan de val ontsnapten. „Aan de ontbijttafel zei mijn broer Krikor: ik heb in een boek gelezen dat sommige muizen begrijpen hoe vallen werken en zich er niet door laten foppen.”

Het gebeurde soms dat alle drie de vallen waren dichtgeslagen zonder een muis te vangen. Er brak weer een spannende nacht aan. Ik maak nu een sprong naar de slotalinea. „En we begonnen te luisteren of de muizen nog niet kwamen en na een poosje hoorden we dat ze uit hun gaten kwamen, en mijn broer Krikor zei: het is niet waar van de bacillen. Ze zijn zo schoon als een kat. Ze hebben alleen honger als alle andere levende wezens. Ik heb de kaas bij het gat gelegd waar ze het kunnen vinden.”

Saroyan was een Amerikaan van Armeense afkomst. Hij was een kleurrijke man die op den duur van zijn werk kon leven: toneelstukken, verhalen, memoires. De kwaliteit was kennelijk wisselvallig, want een lezer vroeg hem eens: „Hoe kon u zoveel goeds en ook zoveel slechts schrijven?”

Ook succesvolle schrijvers worden vergeten. Maar soms is er opeens toch een hoekje waarin ze opduiken, als een muis die aan de val is ontkomen.