Nierstenen

Ze werkt op de afdeling Communicatie, de verwarde Cavia. Feuilleton over haar leven en lotgevallen.

Nadat de verwarde cavia zichzelf bij Diederik in de kijker had gespeeld door ineens over sociale media te beginnen, was ze bang dat zij uit naam van de afdeling Communicatie moest gaan twitteren ofzo. Dat bleek niet het geval. Haar collega Cynthia moest ermee aan de slag. Die vond het eigenlijk wel leuk en riep nu de hele dag dingen over „hashtag durf te vragen”. Haar mailtjes stonden trouwens ook vol met hashtags. Cavia onthield zich van commentaar, allang blij dat zij zelf gespaard bleef.

Omdat de zon scheen besloot Cavia in een bui van goedertierenheid Anne-Bet op te bellen. Anne-Bet was de voorgangster van Diederik. Ze had de financiën jarenlang op zich genomen maar was onlangs ontslagen. Cavia voelde zich schuldig dat ze bij het vorige telefoontje te snel de hoorn op de haak had gegooid.

Toen Diederik met lunchpauze was, pakte Cavia de telefoon en draaide Anne-Bets nummer. De telefoon ging maar een keer over: „Met Anne-Bet Roeselman.”

„Ha Anne-Bet, met Cavia. Nou, je zat er bovenop zeker?”

„Ik zit naast de telefoon, ja”, zei Anne-Bet, „voor het geval er iemand belt.” Anne-Bet was er het type niet naar om de schijn op te houden.

„Hé, maar, hoe is het nou?”, probeerde Cavia zonnig. „Hoe is het”, herhaalde Anne-Bet. „Ik weet niet hoe het met jou zou gaan als je thuis zou zitten en je hond had nierstenen...”

„Hè gat, nierstenen!”, zei Cavia, hopend dat ze meelevend klonk, in plaats van walgend. „Kun je daar iets tegen doen? Cranberrysap geven ofzo?” Anne-Bet lachte schamper. „Als je een hond cranberrysap geeft, gaat-ie dood. Op termijn dan.” Toen was het een tijdje stil. „Zal ik anders eens langskomen?”, vroeg Cavia, „voor de gezelligheid, zeg maar?”

„Goed hoor”, zei Anne-Bet, niet van harte.