NAVO op nazorg in Libië

De NAVO beschouwde haar militaire interventie in Libië, in 2011, tot nu toe als een groot succes. Vanuit de lucht gaf het bondgenootschap beslissende steun aan de opstand tegen Moammar Gaddafi. De gevreesde slachting van burgers en opstandelingen door diens oprukkende leger werd afgewend. En Gaddafi’s regime en hijzelf overleefden het niet – al heeft de NAVO altijd volgehouden dat dat haar doel niet was. Het zou de alliantie uitsluitend om bescherming van de burgerbevolking te doen zijn geweest.

Dat het verhaal niet afgelopen was met de beëindiging van de NAVO-operatie, was meteen al duidelijk. Wapens en pro-Gaddafi-strijders verdwenen de grens over. Het buurland Mali raakte gedestabiliseerd. En in Libië zelf bleken de gewapende milities die in verschillende delen van het land tegen Gaddafi hadden gestreden, niet bereid de wapens neer te leggen toen de strijd eenmaal beslecht was.

Nog altijd is de nieuwe Libische regering er niet in geslaagd een centraal gezag te vestigen dat in het hele land wordt gerespecteerd. In september werden de Verenigde Staten opgeschrikt door een aanval op hun consulaat in Benghazi. Maar geweld en intimidatie zijn in Libië aan de orde van de dag, en de regering wankelt.

Pas nu erkent de NAVO dat haar interventie ook grote negatieve gevolgen heeft gehad. Dat bleek uit haar reactie op de noodkreet van de Libische premier Ali Zeidan, die vorige week naar Brussel was gekomen om het bondgenootschap hulp te vragen bij het beteugelen van de onveiligheid in zijn land. De al twee jaar uiterst onzekere situatie wordt nog verergerd doordat zwaarbewapende extremisten uit Mali, na de Franse interventie in dat land, een goed heenkomen zoeken in Libië.

De NAVO stuurt nu zo snel mogelijk een onderzoeksteam naar Libië dat in kaart moet brengen hoe een eventuele hulpoperatie eruit kan zien. Troepen zullen er in elk geval niet gestuurd worden, verzekerde NAVO-chef Rasmussen deze week. Eventuele training van Libische militairen zal buiten Libië plaatsvinden.

Het is goed dat de NAVO nu impliciet medeverantwoordelijkheid erkent voor de onveiligheid die in Libië en de regio is ontstaan. Al was het maar omdat het ook pleitbezorgers van interventies elders, zoals in Syrië, laat zien dat zulk ingrijpen gevaarlijke gevolgen kan hebben.

Terecht maken de landen van de NAVO zich zorgen over de instabiliteit in Libië en het gevaar van extremistische groepen in de hele regio. Maar het is helaas moeilijk voorstelbaar hoe deze late vorm van nazorg effectief kan zijn. Zelfs de beste adviseurs en opleiders van de NAVO zullen de Libiërs niet kunnen helpen het probleem met de milities op te lossen, laat staan de lange zuidgrens voor indringers af te sluiten.