Infantiel + duur = blockbuster

Het is zomer, dus rolt Hollywood zijn duurste en lawaaiigste films uit De eerste blockbuster van het seizoen is Star Trek Welke kunnen we nog meer verwachten?

medewerker film

Het is een Amerikaanse traditie en de wereld volgt: blockbusterseizoen, dat eind mei begint op Memorial Day en eindigt op Labour Day, begin september. De scholen zijn dicht, dus rollen de studio’s hun duurste, lawaaiigste en infantielste event movies uit. Niet gewoon films, maar evenementen.

Blockbusters, ooit een term voor zware bommen uit de Tweede Wereldoorlog, kunnen nu naar twee dingen verwijzen: een peperdure, grootschalige productie én een filmhit. Meestal gaan de twee samen, maar mislukt een blockbuster, dan zijn de verliezen groot, rollen er koppen en raken filmstudio’s in paniek. Dat gebeurde vorig jaar na het floppen van John Carter en Battleship.

Om risico’s te minimaliseren, gaan blockbusters wereldwijd op dezelfde datum uit in zoveel mogelijk zalen en met massieve marketing. Doel is het geld snel terug te verdienen, voordat slechte kritieken roet in het eten gooien of de volgende blockbuster zich aandient. De concurrentie is moordend. Size matters: blockbusters zijn niet alleen duur, maar ook lang – twee uur minimaal – oorverdovend, overdonderend en boordevol filmsterren. Snoeverij over de enorme kosten en de spectaculaire opbrengst van het openingsweekend zijn onderdeel van de marketing. Omdat het draait om spektakel, beperkt de blockbuster zich tot enkele genres. Wat zijn de blockbusters van deze zomer?

Sciencefiction

After Earth (M. Night Shyamalan). Jongen (Jaden Smith) redt vader (Will Smith) nadat ze zijn gecrasht op een verlaten, vijandige aarde, duizend jaar in de toekomst. (13 juni)

Elysium (Neill Blomkamp). Langverwachte nieuwe film van de regisseur van District 9 (2009) gaat opnieuw over apartheid, in het verhaal de kloof tussen arm (bewoners van een geruïneerde aarde) en rijk (woonachtig op luxe ruimtestations). Met Matt Damon en Jodie Foster. (15 augustus)

Man of Steel (Zack Snyder). Na de relatieve flop van Superman Returns in 2006 wordt regisseur Snyder bij deze remake van Superman (1978) op de vingers gekeken door producer Christopher Nolan, die zelf Batman nieuw leven inblies. Verwacht dus iets serieus, grimmig en moralistisch. (20 juni)

The Wolverine (James Mangold). Spin-off van de X-Men-reeks, met Hugh Jackman als Wolverine die het met zijn stalen klauwen in Japan opneemt tegen samoeraizwaarden. Waarna de vonken er vanaf vliegen. Ook met Famke Janssen. (25 juli)

The Lone Ranger (Gore Verbinski). Niet echt een superheld, die lone ranger, maar hij draagt een masker. Met Johnny Depp als excentrieke indiaan Toto hoopt Disney dat deze ‘reboot’ van een antieke held voor de western doet wat Pirates of the Carribean deed voor de piratenfilm. (8 augustus)

World War Z (Marc Forster). Brad Pitt vecht tegen een leger zombies in een film die is geplaagd door scriptproblemen, re-shoots, een ontslagen regisseur en uitstel. Slechte voortekenen , dus dat kan slechts meevallen. (4 juli)

Pacific Rim (Guillermo del Toro). Gigantische, door mensen aangestuurde robots moeten de aarde redden van monsteraliens uit de oceaanbodem. Mogelijk een ‘blockbuster with brains’, want ja, die bestaan. (18 juli)

Despicable Me 2 (Pierre Coffin, Chris Renaud). Despicable Me, over een (niet zo) kwaadaardig genie met grappige ‘minions’ die vader wordt van drie weesmeisjes, was een hit. Dus nu volgt een moeder? (27 juni)

Monsters University (Dan Scanlon). Sinds Disney de baas is, melkt ook animatiestudio Pixar oude hits uit met vervolgdelen. Deze zomer een ‘prequel’ (voorfilm) van Monsters Inc. (11 juli)