'Ik rekende op tegenvallers, maar niet op deze schaal'

Oeke Hoogendijk werd gisteren bekroond met de Zilveren Nipkowschijf voor de documentaire Het nieuwe Rijksmuseum. „Mensen onder druk zijn interessant om te zien.”

HILVERSUM - Winnares regisseur van Het Nieuwe Rijksmuseum van de NTR Oeke Hogendijk tijdens de uitreiking van de Nipkowschijf. In de achtergrond (VLNR) eindredacteur Oscar van der Kroon, cameraman Sander Snoep, producent Gijs van de Westelaken, editor Gys Zevenbergen en componist Maurice Horsthuis. ANP KIPPA MARTIJN BEEKMAN
HILVERSUM - Winnares regisseur van Het Nieuwe Rijksmuseum van de NTR Oeke Hogendijk tijdens de uitreiking van de Nipkowschijf. In de achtergrond (VLNR) eindredacteur Oscar van der Kroon, cameraman Sander Snoep, producent Gijs van de Westelaken, editor Gys Zevenbergen en componist Maurice Horsthuis. ANP KIPPA MARTIJN BEEKMAN

„Ik zou eigenlijk een film van één uur maken,” zegt Oeke Hoogendijk. Haar documentaire Het nieuwe Rijksmuseum, over de getroebleerde verbouwing van het museum, werd gisteren in Hilversum bekroond met de Zilveren Nipkowschijf, de persprijs voor het beste tv-programma.

Hoogendijk: „Toen bleek dat de verbouwing veel langer ging duren dan gepland, heb ik het script in de vuilnisbak gegooid en ben ik gewoon gaan volgen wat er gebeurde.” De regisseur volgde de verbouwing, die negen jaar en 375 miljoen euro kostte. Uiteindelijk zat Hoogendijk met 350 uur film, die zij samen met editor Gys Zevenbergen heeft teruggeknipt tot een vierluik van 3,5 uur.

Heeft u negen jaar lang continu in die bouwput gezeten?

„Nee, ik werd op de hoogte gehouden wanneer er iets bijzonders gebeurde. Dan belde bijvoorbeeld Menno van het Aziatisch paviljoen dat de Japanse beelden waren aangekomen. Dan kwamen we filmen. Ik heb een heleboel hoofdpersonen, een stuk of twintig, die ik steeds moest bellen of bij wie ik op de thee ging. Daar ging de meeste tijd in zitten.”

Wat was het aanvankelijke plan?

„Hoe komt een museum tot stand? Als je er doorheen loopt, is het zo vanzelfsprekend, maar iemand heeft ooit bedacht hoeveel Rembrandts er moeten hangen. In die besluitvorming was ik geïnteresseerd.”

En toen viel u van de ene crisis in de andere.

„Ik had van tevoren wel bedacht: dit is zo’n ingewikkeld project, wie kan dat overzien? Dus ik had wel gerekend op tegenvallers. Maar op deze schaal, dat niet. Toen ging de Fietsersbond zich roeren, en toen het Cuypersgenootschap en toen de Welstandscommissie, en toen was het al snel mis.”

Dacht u: hoi, ruzie?

„Ik hou wel van commotie. Mensen die onder druk staan, zijn interessanter om naar te kijken. Wim Pijbes stelde me ooit aan iemand voor met: En dit is Oeke, die maakt een film over alles wat mis gaat.”

Hoe kunt u zo lang zonder vast plan draaien?

„Ik heb het vrij instinctief gedaan. De verhaallijnen tekenden zich als vanzelf af. Pas in de montage ben ik werkelijk gaan kiezen. We hebben in die jaren wel steeds tussenmontages gemaakt. Als ik met 350 uur film bij een editor zou aankomen, zou hij meteen het raam uit springen.”

Noemt u eens zo’n verhaallijn.

„De komst van de nieuwe directeur, Wim Pijbes, die dacht: ‘ik ga alles doen wat mijn voorganger niet gelukt is’. Tja, dan weet je al dat hij tegen dezelfde muur gaat aanlopen. Je ziet een man die iedereen tevreden wil stellen en tegelijk zijn eigen zin wil doordrukken.”

Hebben Pijbes en de anderen de film vooraf gezien?

„Ja, en ze wilden wat dingen eruit hebben. Dat de architect steeds in slaap valt, bijvoorbeeld. En dat ze die duif doodschieten.”

Dat zit toch wel in de film?

„Jawel. Maar in de film valt de architect maar één keer in slaap, terwijl hij dat in werkelijkheid de hele tijd deed. En die duif kreeg een nekschot. Dat hebben we eruit geknipt.”

Had het Rijksmuseum inspraak?

„Nee, we waren vrij om te maken wat we wilden. Maar die mensen hadden me ook hun vertrouwen gegeven. Dus dan mochten ze er ook wel wat over zeggen.”

Waar gaat de film volgens u over?

„Over het poldermodel. Je ziet hoe die hele verbouwing aan elkaar hangt van compromissen, iedereen mag meebeslissen, en alles is daardoor genivelleerd. Toen ik de de film af had, dacht ik: Wat zit Nederland toch ingewikkeld in elkaar.”

Voor wie de film ziet, is het een wonder dat het Rijks überhaupt nog is heropend.

„Ik geloof het ook nog steeds niet. Ik ben nog niet wezen kijken. Het is nu gewoon een museum. Voor mij is de lol eraf.”

Wat gaat u nu doen?

„Ik maak een documentaire over mijn moeder. Zij heeft de oorlog als huisgenoot. Ze heeft bijvoorbeeld Westerbork in haar huis nagebouwd. De film heet Housewitz.”

Overzichtelijk verhaal.

„Inderdaad: één vrouw, één huiskamer, één kat.”