Opinie

Geheugen, zwijg. Je doet pijn en je maakt me bang

‘La bohème’ in de regie van Lotte de Beer.
‘La bohème’ in de regie van Lotte de Beer. Foto Olivier Middendorp

Elizabeth Taylor. Die mogen we niet vergeten, nu Lydia Davis de Man Booker International Prize 2013 kreeg. Verwar dat niet met de Man Bookerprijs. Ook belangrijk, maar een momentopname, want elk jaar voor één boek. Deze bekroning is groter: tweejaarlijks, en hij gaat naar een oeuvre. Hij voelt als de Nobelprijs. En als iemand die verdient dan is het Lydia Davis.

Ze schrijft steeds door aan een almaar groeiende spreeuwenzwerm verhalen, met huis- tuin- en keukentitels als ‘Een gemaaid gazon’, ‘De vis’, of gewoon ‘Verhaal’ (in de vertaling van Peter Bergsma). Meestal hebben die verhalen een alarmerende eerste zin. Op het eerste gezicht klinkt zo’n zin koeltjes. Bijvoorbeeld: „Een man in onze stad is zowel een hond als zijn baas.” Pas op. dit lijkt simpel, maar het suggereert dat de wereld een nerveus moeras is en dat iedereen er gevaar loopt.

Zoek het verhaal ‘De moeder’ op in Davis’ bundel Bezoek aan haar man, en ril. Navertellen heeft geen zin. Het verhaal van minder dan een halve pagina groot opent een afgrond waar het de personages in stort en de lezer erbij.

Maar nu Elizabeth Taylor. Uit Buckinghamshire. 1912-1972. Schrijfster, en niet de eerste de beste. Bij het tijdschrift The New Yorker waren ze zo dol op haar verhalen dat ze standaard de eerste keus claimden. Bij Amazon zijn haar boeken nog altijd te koop, sommige in nieuwe uitgaven.

Maar och, die naam. Je zult Elizabeth Taylor heten en als schrijfster pieken in de jaren vijftig en zestig. Jouw naam is niet van jou, het is háár naam. De naam van een onbedaarlijke filmster met viooltjeskleurige ogen en een zeldzaam acteertalent. Eerlijk gezegd viel ook mijn oog bij een antiquariaat op de bundel Dangerous calm omdat ik dacht: hé! Liz! Niet, dus. Een schrijfster van wie ik nog nooit had gehoord.

Uit schuldgevoel kocht ik het boek, las het en ontdekte korte verhalen over het huiveringwekkende van gewoonheid, onder nuchtere titels als ‘Sisters’ en ‘Girl reading’. Met eerste zinnen die zakelijk het onheil in bedwang houden: „Sitting outside on the sill, the cat watched Melanie through the window”. Wat kippenvel geeft, doordat het omgekeerde juist zo vredig had kunnen zijn: Melanie die achter het raam naar de poes kijkt. Maar Melanie krijgt het voor haar kiezen. Dat verhaal navertellen? Gaat niet.

Niemand komt uit het niets en Elizabeth Taylor gaat Lydia Davis vooruit. Allebei beschrijven ze met elk verhaal iets wat je ‘irrealisme’ zou kunnen noemen: de werkelijkheid wordt ontmaskerd als iets waar niets van waar is, tenzij je beseft dat het leven zich voltrekt in een wieg die boven een afgrond schommelt. Die woorden pikte ik van Vladimir Nabokov, ze komen uit zijn autobiografische bundel Geheugen, Spreek.

Dat ik aan Nabokovs wieg boven het Niets denk, komt doordat ik versteld stond van het toneelstuk Een Lolita. Schrijver Bernard Dewulf dacht door op Nabokovs roman Lolita, en de wonderbaarlijke Els Dottermans acteert de middelbare vrouw die opgroeide uit de nimfijn Lolita, begeerd door een troebele volwassen man, aan haar verslaafd maar ook haar beul . „Geheugen, zwijg” gromt die, dwars op Nabokovs Geheugen, Spreek. Ze provoceert dat geheugen, daagt het uit door de pias uit te hangen. En lijdt. Herinneringen zijn lang niet altijd een zegen. Het geheugen is marteltuig. Het dringt voorbij geluk op en daarmee het besef: dit is voorgoed weg, wat óngelukkig maakt. Ook haalt het oude pijn tevoorschijn, met nieuwe pijn als resultaat. Het geheugen laat zich niet dwingen en het doet kwaad. Lolita weet er alles van, de personages van Lydia Davis en Elizabeth Taylor wrijven het ons telkens weer onder de neus.

Hoe ontembaar dat geheugen is, smijt ook de voorstelling Het stenen bruidsbed ons in het gezicht. Regisseur Johan Doesburg moet vechten tegen de herinneringen die het publiek heeft aan Mulisch’ roman. Mijn geheugen overwint hij met zijn aanpak van de Homerische zangen waarmee Mulisch de oorlogsvliegers optuigde. Doesburg laat de acteurs de woorden de zaal in donderen, bonkend als bommenwerpers. Hoofdpersoon Norman Corinth laat hij juist weer vechten tegen zijn herinneringen aan het bombardement op Dresden. Hij wil een vergeter zijn. Gaat niet.