Zakken dragen naar de rivier

Meteorologen voorzien de komende jaren extremer weer Als het regent, regent het vaker stevig door Bomenkap en het rechttrekken van rivieren maken de wateroverlast extra groot

Redacteur Klimaat

De eeuwen worden steeds korter. In 2002 werd Midden-Europa getroffen door wat toen het Jahrhunderthochwasser werd genoemd, het hoogwater van de eeuw. En nu, ruim tien jaar later, is het alweer zover. Het roept de vraag op of de huidige overstromingen het gevolg zijn van klimaatverandering. Een enkele klimaatwetenschapper bevestigt dat, sommigen sluiten het niet uit. Maar het meest gehoorde antwoord op de vraag luidt nog steeds dat we daarover niets met zekerheid kunnen zeggen.

Wel gaan veel deskundigen ervan uit dat we met dit soort weersomstandigheden in de toekomst vaker rekening moeten houden. Zo zei Mojib Latif, een Pakistaans-Duitse klimaatonderzoeker van het Max Planck Instituut, gisteren op de Duitse televisie: dit is nog maar het begin van de opwarming. Helga Kromp-Kolb, meteoroloog aan de universiteit van Wenen, beschouwt de frequentie en de aard van de extreme gebeurtenissen als een teken van klimaatverandering. „Het wordt warmer, de atmosfeer wordt vochtiger en de weersgesteldheid blijft vaker gedurende langere tijd hetzelfde”, zei Kromp-Kolb tegen de Oostenrijkse krant Kurier. Lagedrukgebieden regenen volgens haar daardoor steeds vaker op één plek helemaal leeg,

Het IPCC, het VN-panel van klimaatwetenschappers, heeft in 2011 een rapport gepubliceerd over extreme weerssituaties. Die zullen vaker voorkomen, is de conclusie. Ook het IPCC houdt een slag om de arm. ‘Signalen van klimaatverandering zijn relatief bescheiden in vergelijking met de natuurlijke variatie in het klimaat’, schrijven ze in het rapport. Ze noemen het ‘waarschijnlijk’ dat Europese landen vaker met extreme neerslag te maken krijgen.

De Duitse meteorologische dienst (DWD) bevestigt dat. Twee jaar geleden concludeerde de dienst dat ‘al in de komende jaren, maar duidelijk vanaf 2040 weersextremen zullen toenemen’. In de winter zal er naar verwachting 11 tot 41 procent meer neerslag gaan vallen, in de zomer 8 tot 40 procent minder.

Nog belangrijker, als het regent, regent het vaker stevig door. Paul Becker, vicevoorzitter van de DWD, verwacht dat het aantal wolkbreuken zal toenemen van ongeveer eens in de honderd dagen nu, naar een keer per 66 dagen aan het eind van de eeuw. Vorig weekeinde viel er aanzienlijk meer regen dan normaal in een hele maand.

Voorlopig belangrijker echter dan klimaatverandering voor de wateroverlast is de manier waarop de afgelopen decennia is ingegrepen in het landschap. Bomen zijn gekapt, waardoor het water niet lang genoeg wordt vastgehouden (zowel door het bladerdak als door de wortels) en sneller de rivieren bereikt. En die rivieren zelf, die vroeger fraai maar onhandig meanderden, zijn rechtgetrokken, grote rivieren gekanaliseerd om de scheepvaart een dienst te bewijzen. Sinds 1950 is alleen al in Oostenrijk 30.000 kilometer aan rivieren en riviertjes rechtgetrokken.

Ten slotte zorgt hoogwater ook voor meer overlast omdat het sneller als overlast wordt ervaren. Dat komt doordat er vaker wordt gebouwd op gevaarlijke plekken – aan rivieroevers, in uiterwaarden en in Nederland in polders die een stuk lager liggen dan de zeespiegel. Negatieve gevolgen van extreme of langdurige regenval zijn daardoor een stuk groter geworden.

De huidige situatie in Tsjechië, Zuid-Duitsland, Oostenrijk en andere Midden-Europese landen is echter tamelijk uniek. Het gebeurt zelden dat de waterstand zo laat in het voorjaar nog zo hoog komt. Het is een combinatie van een winter die veel langer heeft geduurd dan normaal en die zorgde voor zware sneeuwval, gevolgd door een snelle dooi. Daardoor was de bodem al verzadigd met water – zo nat als dit jaar is het sinds 1962 niet meer geweest.

Toen vervolgens afgelopen weekeinde aan de noordkant van de Alpen de koude West-Europese lucht botste op de warme, vochtige lucht uit het zuiden, leidde dat tot de zware buien die de huidige problemen hebben veroorzaakt.

Dat de winter zo hardnekkig lang doorging had mogelijk te maken met de straalstroom, de constante harde wind in de hogere luchtlagen, die wat zuidelijker lag dan normaal. En dat, denken sommige klimaatwetenschappers, was misschien toch wel weer het gevolg van klimaatverandering.