Onder de Chinese zon

Zijn zonnepanelen een handelsconflict met China waard? Die vraag dringt zich op nu de Europese Commissie een straftarief heeft ingesteld voor de import van panelen en relevante onderdelen, die door zwaar gesubsidieerde en aan overcapaciteit lijdende Chinese fabrikanten onder de prijs werden gedumpt op de Europese markt. De heffing is vooralsnog gering: 11,8 procent. Maar als China in augustus geen bevredigend compromis presenteert dan loopt zij op tot gemiddeld bijna 50 procent.

Er is behoorlijk wat af te dingen op de maatregel. Hij zou de prijs van panelen opdrijven tot een niveau waar het nauwelijks meer rendabel is om op zonne-energie over te gaan. De Europese zonnepanelenindustrie zou toch zijn gedecimeerd, dus de maatregel komt te laat. De heffing van tussen 24 procent en wel 255 procent, die de VS de Chinezen vorig jaar oplegden,wordt omzeild via productie in andere Aziatische landen en zou niet of nauwelijks hebben geleid tot de verwachte werkgelegenheid in eigen land.

Hoe belangrijk en betwistbaar ook, dit zijn details. Zonnepanelen zijn slechts één productcategorie, ze staan symbool voor een groter probleem. Door de geschiedenis heen hebben nieuwe, opkomende landen vrijwel zonder uitzondering gedrag vertoond waar China dezer dagen van wordt beticht: namaken, subsidiëren van de eigen industrie, dumpen in het buitenland en het afschermen van de eigen markt. Japan was de vorige grote boosdoener. Het weerde in de jaren tachtig bijvoorbeeld buitenlandse ski’s van de markt omdat Japanse sneeuw anders zou zijn. De Amerikaanse autobandenindustrie werd vrijwel weggevaagd door de Japanse. In de negentiende eeuw was het Amerika zelf geweest waarover in het Britse Lagerhuis steen en been werd geklaagd.

China is wat dat betreft niets nieuws: het rijdt in zijn ontwikkeling tot modern industrieland mee op de treeplank van de internationale economie. Maar er is één belangrijk verschil: China is enorm. Nooit betrad een nieuwe speler van deze omvang de markt. Dat geeft het land een extra verantwoordelijkheid.

Het economische model waarin de groei het vrijwel geheel moet hebben van (over)investeringen, zal plaats moeten maken voor een model waarin binnenlandse particuliere consumptie prevaleert.

Met zijn schreeuwende overcapaciteit is de Chinese zonnepanelensector er zelf een voorbeeld van dat de Chinese strategie haar grenzen begint te bereiken. Dat kan niet worden afgewenteld op het buitenland. Meerijden op de treeplank is één ding, maar het mag er niet toe leiden dat het hele voertuig van de wereldeconomie er door kantelt.