Maar ook de mannen hebben het zwaar

Ze slapen met hun Blackberry onder hun kussen, kennen de vroege schoonmaakploeg en nachtportier, hebben meer vakantiedagen over dan ze ooit zullen opnemen en accepteren jarenlange onzekerheid: de jonge advocaten die partner willen worden bij een groot advocatenkantoor. Maar die status lijkt steeds meer voorbehouden aan een select gezelschap.

Traditioneel bestaan de kantoren uit een grote groep stagiaires, een kleinere groep medewerkers en nog minder partners. „Door de piramidestructuur is er in de zakelijke advocatuur per definitie niet genoeg plek voor alle medewerkers om partner te worden”, zegt Merel van Deursen van adviesbureau Legal High Performance. „Daarbij hebben kantoren het nu moeilijk. De winst groeit minder hard, dus je moet aan hogere omzeteisen voldoen om partner te worden. Zeker in de vastgoed- en overnamepraktijk is het lastig, maar het is een logisch gevolg van de crisis.”

Het Britse Legal Week schreef recent dat het aantal partnerbenoemingen bij de dertig grootste Britse kantoren in het eerste kwartaal van dit jaar met 17 procent is afgenomen. Ook in Nederland lijken de carrièreperspectieven voor jonge advocaten te versomberen. Niet zozeer omdat er minder partners worden benoemd – die aantallen blijven volgens de kantoren zelf stabiel – maar omdat ervaren medewerkers angstvallig stil blijven zitten, waardoor er meer concurrentie is. „De mobiliteit in de advocatuur is op dit moment erg laag”, zegt Erwin Bouwman van het juridische werving- en selectiebureau Legal People. „Er is een grote poule senior medewerkers die de doorstroom blokkeert voor de mensen eronder. Juristen zoeken zekerheid, ook in hun eigen leven, en wachten af.”

Bouwman weet van kantoren die hun medewerkers actief helpen bij het vinden van een andere baan, om zo „het stuwmeer aan senior advocaten weg te werken”. Bijvoorbeeld De Brauw Blackstone Westbroek, met 272 advocaten het grootste kantoor van Nederland. Van de 110 stagiairs die het kantoor opleidt, wordt zo’n driekwart medewerker. Daarvan worden ieder jaar maar twee tot vier partner.

„Het aantal partners is vergeleken met 2001 afgenomen, maar het aantal benoemingen is gemiddeld per jaar stabiel gebleven”, zegt Martijn Snoep, managing partner van De Brauw. „Bij ons is het up or out: een deel wordt na tien jaar partner, de rest kan of wil geen partner worden en vertrekt.” Hij ontkent dat er sprake is van een te grote groep ervaren advocaten. „We helpen onze mensen inderdaad ander werk te zoeken, maar die groep is de afgelopen jaren niet groter dan anders.”

Een andere reden dat veel advocaten blijven zitten is dat het steeds moeilijker wordt weg te gaan naarmate ze ouder worden. Met een stagnerende economie zijn er maar weinig bedrijven die zo’n hoog salaris over hebben voor een tiendejaars superspecialist, die alles weet van bestuurdersaansprakelijkheid, maar niet breed inzetbaar is als bedrijfsjurist.

Wil de medewerker in de race blijven als mogelijke partner, dan volgen jaren van keihard werken, tijdrovende kantooractiviteiten, borrelen met de juiste mensen en het in kaart brengen van vriend en vijand. En dat allemaal zonder garantie op een goede afloop.

„Het is gekmakend”, verzucht een elfdejaarsadvocaat bij een groot kantoor. „Al drie jaar krijg ik te horen dat ik op de goede weg ben, maar dat mijn businessplan nog iets kan worden aangescherpt. Ik werk dag en nacht, zit in commissies, publiceer artikelen, maar ik kom niet verder. En waarom weet ik niet.”

Van Deursen begeleidt in haar adviespraktijk advocaten die met dezelfde problemen worstelen. Zij helpt hen zich zo goed mogelijk te positioneren, voordat ze het ‘partnertraject’ ingaan. Goed werk leveren, genoeg uren draaien en niet op al te veel tenen trappen is niet altijd voldoende. Naast algemene criteria als een goedlopende eigen praktijk, een mooi cliëntenbestand en juridische kwaliteit, is de interne politiek heel belangrijk.

„Grote kantoren hebben elk hun eigen criteria”, zegt Van Deursen. „Je moet zorgen dat je zichtbaar bent en dat je voldoende activiteiten verricht naast juridisch inhoudelijk werk. Ook moet je weten welke mensen je moet kennen en wie de beïnvloeders zijn. Het traject heeft per definitie een subjectief element, een gunfactor. Een maatschap is net een huwelijk, je moet elkaar leuk vinden.”

Kleinere kantoren hebben het voordeel dat ze niet gebonden zijn aan vaste (internationale) criteria bij de benoeming van partners. Gerben Smit (34) begon drie jaar geleden bij het Amsterdamse kantoor Stek, na een carrière als bedrijfsjurist en advocaat bij een groot kantoor. Hij werd begin dit jaar partner, ook al waren er in zijn specialisme al drie partners. „Als er bij een groot kantoor al drie litigation partners zijn, is de kans groot dat je moet wachten tot er een weggaat. Een kleiner kantoor is flexibeler. Het gaat erom of je een goed verhaal hebt en een goed businessmodel.”

Smit bracht het in zijn sollicitatie al ter sprake, maar Stek was zelf ook duidelijk over de mogelijkheden. Vorig jaar werd hij gevraagd een businessplan te schrijven. „Nog een voordeel van een klein kantoor”, zegt Smit. „Ze houden je geen wortel voor. Als je het traject begint, word je in principe ook partner.”