Joep had geld nodig, Nina wilde wel lenen

Zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen zat in 2002 zo verlegen om geld dat hij een vete met Nina Brink beslechtte. „Joep bood een hoge rente.”

Nina Storms-Vleeschdraager, beter bekend als Nina Brink, verdiende een fortuin met de beursgang van World Online.
Nina Storms-Vleeschdraager, beter bekend als Nina Brink, verdiende een fortuin met de beursgang van World Online. Foto Maurice Boyer

Achter in restaurant Quartier Sud in Amsterdam-Zuid zaten ze op een zomermiddag in 2002 – precies tegenover elkaar: Joep van den Nieuwenhuyzen en Nina Brink. Joep over het tafelblad heen gebogen, druk pratend. Nina achterover leunend in haar stoel, luisterend. Vol vuur had Van den Nieuwenhuyzen over zijn nieuwe plannen verteld. Over de Chinese expansie van zijn helikopterfabriek MD Helicopters. Daar had hij geld voor nodig: 18 miljoen dollar. Maar, optimistisch als Joep is: de rendementen zouden eruit spuiten. Voor wie ze beter kende, was het een opmerkelijke bijeenkomst: de twee lagen destijds zakelijk met elkaar overhoop.

Wat Van den Nieuwenhuyzen er niet bij vertelde was dat de aankoop van dezelfde helikopterfabriek in het Amerikaanse Phoenix in 1999 zijn RDM Groep in grote financiële problemen had gebracht. En dat was niet het enige probleem. Van den Nieuwenhuyzen had na de HCS-affaire in de jaren negentig – de eerste grote voorkennisaanklacht in Nederland, waarvoor hij na vijf jaar procederen werd vrijgesproken – zijn krediet bij de banken grotendeels verspeeld.

Zijn vroegere protegee Nina kon uitkomst bieden. Zij was dankzij de beursgang van internetbedrijf World Online in 2000 honderden miljoenen euro rijker geworden. Van den Nieuwenhuyzen kon financiers zoals Brink aan zich binden dankzij zijn Rotterdamse boezemvriend Willem Scholten. De toenmalige directeur van het gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam was bereid om namens zijn bedrijf garant te staan.

De relatie tussen die twee staat centraal in het Rotterdamse havenschandaal, dat na het faillissement van RDM in 2004 losbarstte. Apotheose: de huidige strafzaak tegen Van den Nieuwenhuyzen. Hij wordt verdacht van onder meer faillissementsfraude en omkoping van diezelfde Willem Scholten. Scholten werd hier in 2010 al voor veroordeeld – die zaak loopt in hoger beroep. Justitie eiste onlangs 5,5 jaar celstraf tegen Van den Nieuwenhuyzen. Morgen verweert hij zich in deze strafzaak.

Kern van de aanklacht tegen Van den Nieuwenhuyzen is de „valse” garantieovereenkomst die hij op 28 december 2002 met Scholten zou hebben gesloten. Uit een reconstructie van het Openbaar Ministerie blijkt dat er verschillende versies van die zogeheten raamovereenkomst zijn opgedoken.

Daarnaast stelt justitie dat de grondslag voor die garantstelling door Scholten „in strijd met de waarheid is”. Van den Nieuwenhuyzen stelt dat Scholten hem in 2002 wilde helpen omdat de rijksoverheid toezegging voor compensatie aan RDM niet nakwam. De staat had er bij Van den Nieuwenhuyzen op aangedrongen om af te zien van een omstreden duikbotenleverantie aan Taiwan. Dat zou de toorn van China wekken.

In ruil voor terugtrekking van de duikbotenorder, klopte Van den Nieuwenhuyzen uiteindelijk bij zijn boezemvriend Scholten aan voor compensatie. Die wilde, in het belang van de Rotterdamse haven, wel helpen. Maar volgens justitie was de Taiwan-kwestie een gelegenheidsargument, dat niet bij alle opgespoorde garantieovereenkomsten werd genoemd. Volgens Justitie heeft Van den Nieuwenhuyzen Scholten omgekocht voor 1,2 miljoen euro.

Ook Nina Brink kreeg in het najaar van 2002 het argument te horen, waar justitie zo aan twijfelt, zo vertelt ze nu. „Joep was heel aardig”, herinnert ze zich. „Hij was op zoek naar geld en bood een hoge rente. Over de terugbetaling moest ik me geen zorgen maken. Het Havenbedrijf Rotterdam zou garant staan, als compensatie voor het mislopen van een grote order aan Taiwan.”

Brink was best geïnteresseerd , liet ze weten, maar zeker niet voor het hele bedrag. Van den Nieuwenhuyzen kwam hierop met de twee andere particuliere investeerders aan: vastgoedondernemer Hans van Veggel en Rattan Chadha, de eigenaar van modehuis Mexx. De drie ondernemers zouden ieder 6 miljoen dollar aan zijn bedrijf beschikbaar stellen, zo blijkt uit vertrouwelijke correspondentie.

Het kwam tot serieuze onderhandelingen. Op 16 december 2002 kwamen Brink en Van Veggel samen met Scholten en Van den Nieuwenhuyzen, vergezeld van hun advocaten.

De drie investeerders hadden moeite met de garantstelling van het Havenbedrijf. Handelde Scholten als ambtenaar niet in strijd met Europese mededingingswetgeving? En was Scholten wel bevoegd om een dergelijke garantie namens het Havenbedrijf af te geven? Zij stelden voor dat het Rotterdamse gemeentebestuur, als aandeelhouder van het Havenbedrijf, de garantie mede mee zou ondertekenden. Of het Havenbedrijf moest bij zijn vaste advocatenkantoor, De Brauw Blackstone Westbroek, een zogenoemde legal opinion zou afgeven „Een vergelijkbaar kantoor” mag ook, schreef Brinks advocaat Walter Hendriksen in een briefje aan Van den Nieuwenhuyzen.

Er kwam een juridische toets, maar niet van De Brauw. Het was RDM-advocaat Jacob Cornegoor van kantoor Spigthoff die dit voor zijn rekening nam. Brink en haar beoogde mede-investeerders twijfelden aan de rechtsgeldigheid hiervan. Justitie trouwens ook, want ook Jacob Cornegoor werd strafrechtelijk vervolgd voor valsheid in geschrifte. Hij werd onlangs in hoger beroep vrijgesproken maar het OM is in cassatie gegaan bij de Hoge Raad.

Op verzoek van Brinks advocaat kwam Cornegoor nog met een aanvullende verklaring, waarop twee kantoorgenoten ook hun krabbel zetten. In dat document werd nu wel de Taiwan-kwestie als motivatie gegeven voor Scholtens hulpvaardigheid aan RDM. De advocaat van Van den Nieuwenhuyzen laat in een reactie weten dat de concept-financieringsovereenkomst met Nina Brink de basis vormde voor de latere raamovereenkomst en dus niet tegenstrijdig is met het uiteindelijke onderonsje tussen Van den Nieuwenhuyzen en Scholten.

Hoezeer Van den Nieuwenhuyzen tegen Nina Brink riep dat alles in orde was, de gevraagde privéfinanciering kwam er niet. Door het ontbreken van een onafhankelijke legal opinion en het uitblijven van de zegen door het Rotterdamse college van B&W, hielden de drie investeerders grote twijfels over het mandaat van Scholten. Op 24 december 2002 trokken zij zich officieel terug. Vier dagen later zette Scholten zijn geruchtmakende handtekening onder de omstreden raamovereenkomst met Van den Nieuwenhuyzen, die hem nu voor het hekje heeft gedreven.