Opinie

Hoe de Rabo winst op reddingsactie maakt

Eén euro. Wat koop je nog voor 1 euro?Een suikerspin.

Een euroknaller bij McDonald’s.

Of een regionale bank.

Ja, de Rabobank heeft vorig jaar de eigenaar van de Friesland Bank gekocht voor 1,00 euro. Geen 99 cent. Geen 1,01 euro. Nee, precies 1,00 euro, zegt het jaarverslag van de Rabobank.

Dat eurootje is de definitieve bevestiging van de Rabo-reddingsactie, al bestreden allerlei betrokkenen dat toentertijd.

Een rekensom in het Rabo-jaarverslag brengt de werkelijke waarde van de Friesland Bank in beeld. De kredieten van de Friesland Bank stonden bij de overname voor 8.945 miljoen euro in de boeken, maar de Rabo becijferde de werkelijke waarde op ‘maar’ 8.574 miljoen. Dat verschil van 371 miljoen duidt op substantiële stroppen, op bouwbedrijven bijvoorbeeld, die vroeger of later in mindering moeten worden gebracht op het kapitaal en de reserves. Na de overname stak de Rabobank daarom meteen 200 miljoen euro aan vers kapitaal in de Friesland Bank om dit gat in de reserves te dichten en te voldoen aan de regels van de controlerende Nederlandsche Bank.

De redding van de Friesland Bank is dankzij de Rabo een particuliere onderneming geworden, geen staatszaak à la SNS Reaal. Voor de Rabo, die eerder een aanzienlijke som had geleend aan de Friesland Bank, stond kennelijk te veel op het spel. Dat maakte haar ontvankelijk voor zakelijke pressie van toezichthouders.

De redding onderstreept tevens de eenzame positie van de Rabo als financieel zwaargewicht. Als een pseudocentrale bank. Anderen zien dat ook zo. Eind 2012 hadden centrale banken 21 miljard euro bij de Rabobank ‘gestald’, terwijl de Rabo op haar beurt ruim 66 miljard euro had uitgeleend aan centrale banken, zoals de ECB. Dat geld kwam ook van andere banken, die een veilige vluchtheuvel zochten voor overtollige middelen.

Juist als pseudocentrale bank moet de Rabobank aan haar financiële gewicht denken. Hoe meer kapitaal en reserves, hoe beter. De bank is een coöperatie en kan geen aandelen uitgeven aan beleggers. Winst is haar enige bron van écht kapitaal.

Laat die redding van de Friesland Bank hiervoor een uitkomst zijn. De Rabobank had, zoals dat hoort bij een overname, de reële waarde uitgerekend van alle bezittingen en verplichtingen van de Friesland Bank. Het verschil is de feitelijke waarde: 103 miljoen euro. De prijs van de Rabo: dat ene eurootje.

Dat is de omgekeerde zakenwereld. In de regel betalen kopers juist méér dan het verschil tussen bezittingen en schulden, zo overtuigd zijn zij dat zij meer winst gaan maken. Zo opgetogen zijn zij over merknamen, klantenkring en andere bezittingen.

Maar hier is het precies andersom. Dan zegt de boekhoudregel: het verschil tussen die euro en die 103 miljoen euro is winst voor de Rabo. Kwam dat even goed uit. Want door hogere reserveringen voor stroppen op vastgoedfinancieringen en andere kredieten was de winst van de Rabo zonder de reddingsactie bijna een kwart lager uitgekomen. Nu bleef de teruggang beperkt tot minder dan 20 procent. Met dank aan de ‘boekhoud epo’.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.