God is ditmaal clean

Drugs zijn verboden in de vernieuwde Pauluskerk De kerk, die zondag wordt ingewijd, is nog steeds een vluchtoord Maar nu veel vaker voor asielzoekers en illegalen dan voor junkies

ROTTERDAM - De nieuwe Pauluskerk in het centrum van Rotterdam . Exterieur van de nieuwe Pauluskerk in Rotterdam. De kerk blijft opvang bieden aan mensen aan de onderkant van de samenleving, waaronder drugsverslaafden, dak- en thuislozen en vluchtelingen. COPYRIGHT ROBIN UTRECHT FOTOGRAFIE
ROTTERDAM - De nieuwe Pauluskerk in het centrum van Rotterdam . Exterieur van de nieuwe Pauluskerk in Rotterdam. De kerk blijft opvang bieden aan mensen aan de onderkant van de samenleving, waaronder drugsverslaafden, dak- en thuislozen en vluchtelingen. COPYRIGHT ROBIN UTRECHT FOTOGRAFIE

verslaggever

De koster komt uit Ethiopië. Een rustige, bijna statige man, altijd in de buurt van de deur. Iedereen is welkom in de nieuwe Pauluskerk, maar koster Ayana Getahun weet wie er binnen is. Dat is wel zo prettig. Dominee Dick Couvée is blij met hem.

De nieuwe Pauluskerk. Aanstaande zondag wordt de kerk ingewijd. Afgelopen zondag nam burgemeester Aboutaleb de kerk al ‘in ontvangst’. Het is een opvallend gebouw, hoekig als een diamant, koperkleurig, in het hart van Rotterdam. Op de plek van de oude Pauluskerk. De bouw van de kerk (4,5 miljoen euro) is betaald door een deel van de grond te verkopen aan de gemeente. Het is nog steeds een vluchtoord voor mensen uit de marge van de samenleving. Maar de marge is veranderd.

In de jaren negentig, toen dominee Visser de baas was in de kerk, kwamen er vooral drugsverslaafden die er ook nog mochten gebruiken. Visser regelde ook een gebruikersruimte naast het centraal station, perron 0. Die junkies zijn vrijwel verdwenen door een succesvol opvangproject van de stad en door methadonverstrekking. Drugsgebruikers worden bovendien niet oud.

In de nieuwe Pauluskerk zijn drugs verboden. Alcohol trouwens ook. Van de huidige bezoekers is nog maar een klein deel van oorsprong Nederlands: mensen die door schulden en andere problemen dakloos zijn. De meesten komen van over de grens. Oost-Europeanen die hier door de crisis in problemen zijn gekomen. En vooral (uitgeprocedeerde) asielzoekers, vluchtelingen en illegalen. Dominee Couvée, die Visser in 2008 als predikant van de Pauluskerk opvolgde, wil het woord illegaal niet horen. „Geen mens is illegaal”, zegt hij. Hij spreekt consequent over ‘ongedocumenteerden’, mensen zonder papieren. Door het steeds strenger geworden vreemdelingenbeleid van de afgelopen jaren, is die groep gegroeid tot 70 procent van de mensen in de Pauluskerk. Als het buiten koud is, komen er tussen de 1.500 en 1.750 mensen per week.

Dat zijn mensen zoals Ayana Getahun. Ayana Getahun wil zijn verhaal wel vertellen, na enig aandringen. Maar, zegt hij in keurig Engels, hij wil vooral niet klagerig overkomen. Dan volgt een relaas over een journalist die werkte in een land vol elkaar bestrijdende groepen, waar persvrijheid een onbekend begrip is. Een journalist die niet buigt voor de censuur, vertelt hij, is vogelvrij.

Hij vluchtte naar Nederland in 2009. Zijn asielaanvraag leek aanvankelijk kans te maken, maar werd toch afgewezen. Hij moest vertrekken, deed dat niet, werd opgepakt en zat zes maanden in vreemdelingendetentie in Rotterdam. Op 29 maart 2012 werd hij vrijgelaten. „Ik wist niet waar ik heen moest. Het was geen gewoon ongemakkelijk gevoel. Het was een totale verlamming. Ik verlangde bijna terug naar die gevangenis, omdat ik daar tenminste een plek had. Rotterdam is een heerlijke plek maar als je er niemand kent, is het een jungle van beton.”

Hij kwam terecht in de Pauluskerk. Toen slaapplaats en eten geregeld waren, kwam er ruimte voor andere dingen. Dat is precies de theorie van Dick Couvée. Basiszaken moeten op orde zijn. Daar heeft ieder mens recht op. Dus is er in de Pauluskerk ruimte voor tijdelijk onderdak voor moeders met kinderen, ouderen en zieken. Er zijn artsen beschikbaar, maatschappelijk werkers en er is een vluchtelingenspreekuur. Mensen kunnen ook koken, internetten en teken- en schilderles volgen. Er is een stilteruimte, er komen yogalessen en er zijn plannen voor een schrijverscafé.

Couvée wil meer. Hij wil dat „kansarm en kansrijk” elkaar in de Pauluskerk zullen ontmoeten. Daarvoor moet kansrijk dus nog naar binnen. Dat wordt makkelijker, denkt Couvée, door het open en lichte gebouw dat een heel andere uitstraling heeft dan het eerdere gebouw waar mensen met een boogje om heen liepen. „Want daar zat het gespuis.” Elke zondag is er een kerkdienst, die veel Rotterdammers zal trekken, hoopt Couvée. Mensen kunnen er gedoopt worden, een begrafenisdienst houden, trouwen.

Couvée heeft plannen voor een restaurant, waar Rotterdammers een hapje komen eten na een werkdag. Mensen zonder papieren in de keuken en de bediening. De dominee springt op. Hij ziet het helemaal voor zich. „Een zinvolle dagbesteding”, zegt hij, „geeft mensen hun waardigheid terug.”

Ayana Getahun zegt dat dat klopt. Hij vindt, vertelt hij, de Nederlanders bij nader inzien best wel leuk. Toen ze hem linea recta wilden terugsturen naar Ethiopië had hij grote twijfels, dat zegt hij eerlijk. Maar in de Pauluskerk heeft hij grote goedheid ervaren. Hij plukt aan de mouw van zijn trui: alles wat hij aanheeft, heeft hij gekregen. Nederlanders, zegt hij, bekijken de wereld als Nederlander. Nederlanders mogen alles zeggen wat ze denken. Ze hoeven niet bang te zijn dat ze daarom worden opgepakt. Die Nederlanders snappen niet dat het in andere landen niet zo is. De hardheid, die asielzoekers zoals hij kunnen ervaren, is onwetendheid.