‘Boem! Overdonder ze. Ik kan dat niet laten’

Danny Boyle draaide vorig jaar Trance, terwijl hij de opening van de Olympische Spelen voorbereidde. Met de rug tegen de muur: zo filmt hij het liefst.

Danny Boyle
Danny Boyle

Amsterdam? „Daar kom ik vermoedelijk niet filmen. We houden ons niet zo aan de roman.”

We zijn in Londen voor Trance, de doolhofthriller die Danny Boyle (56) in de aanloop van zijn bejubelde openingsceremonie van de Olympische Spelen opnam, en na afloop daarvan monteerde. Maar mentaal is Boyle, wiens ogen welhaast uitpuilen van enthousiasme, alweer een film verder.

Boyle werkt momenteel aan Porno, het vervolg op zijn filmhit Trainspotting (1996). Zijn ruzie met acteur Ewan McGregor werd onlangs bijgelegd: hij was met Boyle gebrouilleerd sinds 1999, toen hij bijna de rol van Obi Wan Kenobi in Star Wars liet schieten voor Boyles backpackersthriller The Beach - om via via te ontdekken dat Leonardo DiCaprio de hoofdrol al was toegezegd.

Daar wil Boyle het dus liever niet over hebben, wel over Porno. „Het wordt echt Trainspotting 2, T2 is onze werktitel. U kent die documentaireserie toch wel, 7 Up, 14 Up, 21 Up? Waar je dezelfde mensen elke zeven jaar volgt? Dat houdt je als kijker een spiegel voor, zoiets wil ik ook bereiken, met dezelfde acteurs in dezelfde rollen. Waar zijn ze tien jaar na dato? Nog steeds verslaafd aan heroïne, nog steeds bevriend? Have they loved and lost?

„Dat het zo lang duurt, komt ook doordat acteurs zo langzaam oud worden. Je denkt bij acteurs aan rebelse en gevaarlijke wezens, maar ze gaan meestal op tijd naar bed met plakjes komkommer op hun oogleden. Nu, bijna twintig jaar later, ziet de cast er eindelijk tien jaar ouder uit dan toen.”

Renton (Ewan McGregor) zal niet als in de roman Porno van Irvine Welsh, waar Boyle zijn film losjes op baseert, een nachtclubhouder in Amsterdam zijn. Al is de finale van de roman, waarin Renton zijn gewelddadige vriend Begby schept, „wel een erg aantrekkelijk idee om te gebruiken”. Al was het maar om het beeldrijm met dat inmiddels iconische begin van Trainspotting: Renton die onder het beukende ritme van Iggy Pops Lust for Life op een motorkap belandt.

Terug naar Trance,weer zo’n film waarmee Boyle het zichzelf heel moeilijk maakt. Hij houdt van uitdagingen en veel te krappe budgetten, van filmprojecten die hem „met de rug tegen de muur zetten”, zegt hij. Met grotere budgetten dan 20 miljoen dollar werkt hij niet meer sinds het fiasco van The Beach, een film die hij met Hollywoodster DiCaprio in Thailand draaide. Hij klauterde uit het dal met twee no-budget televisiefilms, zombiefilm 28 Days Later, kinderfabel Millions en sf-spektakel Sunshine: films die veel goedkoper waren dan ze er uitzagen. Om na zijn triomf, Bollywoodmelodrama Slumdog Millionaire, opnieuw te kiezen voor een onmogelijke film: 127 Hours. Die speelde zich af in een nauwe canyon en beleefde zijn emotionele crescendo toen acteur James Franco zijn beknelde arm afzaagde met een bot Chinees zakmes. Als zo’n film slaagt, kun je wat.

Daarmee vergeleken is Trance bijna een eitje, al moest Boyle de opnames ergens tussen zijn toneelstuk Frankenstein en de regie van de openingsceremonie van de Olympische Spelen frommelen. En veranderen de drie hoofdrolspelers beurtelings van sympathiek in schurkachtig en weet je nooit waar je bent: realiteit, waan of trance?

Het gesprek in het Londense Soho Hotel speelt zich af in een ‘don’t mention the war’-atmosfeer: volgens de roddelpers hebben Boyle en zijn 33-jarige hoofdrolspeler Rosario Dawson onlangs hun relatie beëindigd. Trance is Boyles eerste film met een vrouw als spil. Hij las het scenario tijdens het maken van Shallow Grave in 1994. „Scenarioschrijver Joe Ahearne stuurde het me op, maar besloot hem vervolgens zelf te regisseren als televisiefilm: een beetje vreemd.” Maar misschien beter, want vlak na Shallow Grave, ook over drie mensen en groeiende paranoia, was het als een herhalingsoefening ervaren.

Trance draait om hypnose. Bent u zelf ooit gehypnotiseerd?

„We bezochten met de hele cast een hypnotiseur, die niemand in trance kreeg. Dat lag deels aan de giechelige setting, maar slechts vijf procent van de mensen is ontvankelijk.”

Waarom keerde u terug naar Trance?

„In de jaren negentig was het een andere film geworden, met Hugh Grant in de hoofdrol. Die was toen in beeld. Maar het script bleef in mijn achterhoofd. De uitdaging: drie mensen die iets heel anders zijn dan je denkt. Daarvoor krijg je geen groot budget, Amerikaanse studio’s vragen dan: voor wie moeten we zijn? Als dat continu verschuift, worden ze heel nerveus. Zoals in Trance. Eerst lijkt James McAvoy de klassieke held. Een grappige, slimme voice-over, hij kijkt u direct aan, dus u denkt: onze man. En dan wordt hij ook nog eens gemarteld door een Franse gangster, Vincent Cassel. Maar die verandert juist langzaam in een verliefde schooljongen. En dan Rosario: een klassieke femme fatale, of toch niet? Ik wilde geen koele blondine, want er is een pijn in haar rol, een emotie die veel rijker is dat het cynische manipuleren van kerels.”

Verplaatste u de film naar Londen zodat u de opnamen kon combineren met uw werk voor de Olympische Spelen?

„Dat klopt. Ik wist dat je in de aanloop veel moet wachten en dat is niks voor mij. Aanvankelijk zou de film in Manhattan spelen, met een Britse actrice. Een vreemdeling in een vreemd land, geïsoleerd. Maar dat kon natuurlijk ook met een Amerikaanse actrice in Londen.”

Trance is een hersenkraker, zo’n soort thriller had u nog niet gemaakt. Wilt u alle genres een keer uitproberen?

„Nee, al wil ik wel erg graag een musical doen. Je denkt niet in genres als je met een film begint. Ik werk aan twee projecten die je ‘kostuumfilms’ kunt noemen. Omdat het verhaal me interesseert. Al doende ontdek je dan dat er ook zekere genreregels zijn.”

Klopt het dat u veel aan Trance moest veranderen na testvertoningen?

„Veel filmmakers haten testvertoningen, ik ben er dol op. Je krijgt zelden zo’n pure respons. Ik leer vooral van het ritme van de zaal. Dan merk je dat je informatie te snel of juist te langzaam brengt, of zelfs onbegrijpelijk bent. In Trance val ik als altijd met de deur in huis. Boem! Overdonder ze! Ik kan dat niet laten. Maar daarna moet het publiek nogal aan het werk. We hebben de film drie keer in Amerika getest. Dat kost elke keer 40.000 dollar, maar in Amerika zijn ze altijd bloednerveus en testen ze films tot je bijna smeekt: gaat hij nou in godsnaam eens in roulatie? Een Amerikaans testpubliek begrijpt films iets beter, ze eten, drinken en ademen daar film.”

Bent u zelf geen halve Amerikaan?

„Als Brit heb ik soms last van de traditie van kitchen sink realism. Ik wil realisme opblazen en uitrekken zodat het niet neuriet, maar in zingen uitbarst. Ik film in de echte wereld, maar dan duikt iemand opeens in de ergste toiletpot van Schotland. Film wordt pas echt opwindend als er ruimte is voor surrealisme.”