Je bent vrouw, dus ben je weg voor je 30ste

Veel jonge, vrouwelijke advocaten stoppen voortijdig Ze vinden het vak te veeleisend De concurrentie is hard en cliënten eisen volledige beschikbaarheid

Gerben Smit, partner bij het middelgrote advocatenkantoor Stek.
Gerben Smit, partner bij het middelgrote advocatenkantoor Stek. Foto’s Mieke Meesen

Er staan witte bloemen op de steigerhouten tafel aan de Veemkade in Amsterdam-Oost. We zitten bij WIJ Advocaten. Alleen het rekje jurkjes bij de ingang verraadt om wat voor advocatenkantoor het hier gaat: women only.

Dat rekje wordt eigenlijk misbruikt, legt oprichter Harriët Delhaas van WIJ Advocaten uit aan tafel. Normaal hangt er een jas of een toga overheen. Maar vanmiddag is er een fotoshoot, vandaar die jurken. Onlangs hebben de dames een zevende vrouwelijke advocaat aangenomen. Er was ook een jongen in de running, maar nee: Eline Palmen was gewoon beter gekwalificeerd. Morgen begint ze.

Toch is het toeval dat er alleen vrouwen werken bij het in verzekeringsrecht gespecialiseerde kantoor, vertellen Delhaas en medeoprichter Suzanne Colsen. De zes partners kennen elkaar nog uit hun tijd bij advocatenkantoor Houthoff. Daarna vlogen ze uit: naar een verzekeraar, naar een ander kantoor, naar de rechterlijke macht, de universiteit of de gezondheidszorg. Zoals zoveel vrouwen doen na een paar jaar bij een van de grote commerciële kantoren. Want voor velen van hen geldt: de dagen zijn lang, de kinderen wachten thuis en de kantoorpolitiek is vermoeiend.

Alweer een verhaal over het glazen plafond? Nee, het probleem is groter. Nog voor ze überhaupt in aanmerking komen voor het partnertraject verlaten veel jonge, vrouwelijke advocaten het kantoor. Met name de uitstroom van vrouwelijke twintigers en dertigers bij grote kantoren is een ‘aandachtspunt’ volgens de Orde van Advocaten, de beroepsorganisatie.

Intentieverklaring diversiteit

Bij de tien grootste advocatenkantoren is gemiddeld 42 procent vrouw, maar kijk je naar het aantal vrouwelijke partners in de maatschap dan is dat 16 procent. In 2007 riep de orde een commissie ‘diversiteit’ in het leven: 26 grote kantoren tekenden een intentieverklaring.

Toch is er nog weinig veranderd. In tien jaar is het percentage vrouwen bij de grootste kantoren nauwelijks gegroeid, terwijl de rest van de kantoren een inhaalslag maakte van 38,4 naar 42,6 procent vrouwen. ‘Op langere termijn zit er weinig beweging in het percentage vrouwelijke advocaten bij de top-10 van kantoren’, staat in de Stand van de Advocatuur 2013 van afgelopen maart.

Is de uitstroom van vrouwen een probleem? Nee, denkt Delhaas. „Het is een keuze.” Je kunt bijna nergens drie dagen partner zijn, zegt ze. „Het minimum zal altijd vier zijn bij een groot kantoor. Ik denk dat je bewust de keuze maakt: wil ik mijn privéleven zo organiseren dat ik altijd heel hard werk binnen de muren van een groot kantoor, met de bijbehorende kantoorpolitiek. Of wil ik dat niet.”

Headhunter Ilona Tjon Poen Gie krijgt de uitstromers op gesprek. Zij is oprichter van Legal Women, een platform voor vrouwelijke juristen. „Na vijf jaar werkervaring zie je dat vrouwen uitstromen. In het begin is de man-vrouwverhouding ongeveer gelijk. Op een gegeven moment komt dan de vraag of ze partner worden. En dan trekken veel vrouwen zich terug.” Ze willen niet iedere avond tot elf, twaalf uur op kantoor zitten, zegt Tjon Poen Gie. „Ik krijg vrouwen op bezoek die als ze 24 zijn, zich al zorgen maken over hoe ze dat straks moeten doen als ze kinderen krijgen. Typisch vrouwelijk.”

Hiërarchisch gebeuren

Maar een deel van het probleem zit in de cultuur, zegt Tjon Poen Gie. „Als je kijkt naar de grote advocatenkantoren: dat is nog steeds een ongelooflijk hiërarchisch gebeuren. Wat je ziet is dat veel jonkies zich moeten confirmeren.”

Je moet niet alleen goed zijn in wat je doet, je moet ook leuk gevonden worden, zegt de headhunter. „Het is zo politiek dat je niet echt jezelf kunt zijn.” Clifford Chance bijvoorbeeld heeft een grote uitstroom gehad van vrouwelijke finance advocaten – er vertrokken er vijf in een periode van anderhalf jaar. Al heeft het kantoor ook de diversiteitsverklaring ondertekend en een programma voor vrouwen.

Tjon Poen Gie: „Banking is helemaal een verschrikkelijk gebied. Dat begint pas ’s avonds, omdat je bij grote internationale deals telefonisch moet overleggen met partijen in verschillende tijdzones. Dan kun je gewoon niet weg, omdat je nog op iets moet kunnen reageren. Dat je doordeweeks niet kunt sporten of afspreken met iemand is natuurlijk best pittig.”

Maar waarom zijn die lange dagen eigenlijk nodig? Dat komt deels door interne druk: een omzetnorm voor partners en een urennorm voor de rest. Maar het harde werken is vooral een gevolg van de vraag naar complete beschikbaarheid, zegt Winfred Knibbeler, partner bij het Angelsaksische kantoor Freshfields. En dat is een eis van de cliënt. „Wat je veel hoort is ‘instant availability’ als belangrijkste bezwaar waarom veel vrouwen afhaken. De concurrentie dwingt ons daartoe.”

Eén op de zestien partners bij hem op kantoor is vrouw. „Dat is echt te weinig.” Hij schat dat gemiddeld 50 procent van de stagiaires vrouw is. „Wij vinden het echt een verspilling dat zoveel vrouwen de beslissing nemen om uit te stromen. Daarom hebben wij nu onder andere een mentorproject opgesteld.”

Heleen Kersten begon 24 jaar geleden bij advocatenkantoor Stibbe. Sindsdien kreeg ze vier kinderen en is ze opgeklommen tot managing partner. De man-vrouwverhouding is niet iets wat vanzelf verandert, maar waar actief beleid op moet worden gevoerd, zegt Kersten. Net als Freshfields en Clifford Chance heeft Stibbe een programma waarbij vrouwen met talent vroegtijdig worden gespot en begeleid. „Niet iedereen wordt uiteindelijk partner. Wat je wil, is dat de vrouwen die het wel zouden willen, blijven.”

Praten over werktijden

Toen het programma bij Stibbe werd ingevoerd in 2009 was 69 procent van de medewerkers die vertrok vrouw, in 2012 was dat gedaald naar ongeveer 50 procent. Van de zes partners die het kantoor de afgelopen drie jaar heeft benoemd zijn er drie vrouw.

Stibbe doet bijvoorbeeld aan ‘maternity coaching’ als vrouwen na hun zwangerschap terugkomen. Maar ook door partners van andere afdelingen te koppelen aan jonge advocaten. En door meer te praten. Uit een intern onderzoek van Stibbe in 2008 bleek dat veel vrouwen het idee hadden dat ze minder kans maken op een plek in de maatschap, zegt Kersten. „Waarom, daar kun je niet helemaal achterkomen. De perceptie is dat het niet normaal is dat je praat over werktijden. Vrouwen voelen zich prettiger als ze gewoon kunnen bespreken dat ze vroeg naar huis gaan omdat de oppas uitvalt.”

Bij mannen is dat anders, zegt Kersten. „Mannen halen het vaak meer uit zichzelf: al zegt niemand me dat ik het kan, ik ga gewoon partner worden. Vrouwen hebben meer last van onzekerheid en vragen zich af: kan ik het wel?”