Wiggins' eenzaamheid

Het is weer de tijd van de Tourspecials. In de extra uitgaven van de bladen wordt enthousiast vooruitgeblikt. Soms komt het voor dat kort na het drukken van de kopij een groot kanshebber de handdoek in de ring gooit. Dat is niet altijd verspilde moeite. In Sport Special vond ik een interessant artikel waarin de psyche van Bradley Wiggins wordt onderzocht.

Onlangs maakte de ploeg Sky bekend dat Wiggins zijn titel niet gaat verdedigen in Frankrijk. Knieblessure. Hij kon nooit meer op tijd in vorm zijn voor het grote treffen. Ik geloof er niets van. Ik vrees dat hij op dit moment aan van alles denkt behalve aan een knie.

Wiggins zou voor de eindoverwinning in de Giro gaan, zijn krasse ploeggenoot Chris Froome was het kopmanschap in Frankrijk beloofd. Al voor de Giro kwam Bradley terug op de afspraak: hij wilde de Giro én de Tour. Tijdens de Ronde van Italië moet iets geknapt zijn in z’n hoofd. De angst die hem besprong tijdens de natte afdalingen was niet de angst van een wielrenner, maar iets dat veel groter was, en ongrijpbaarder. Hij reed naar beneden als een juffertje, hij bibberde door de bochten als een juffershondje. Het leek er meer op dat Bradley bang was voor Bradley.

In Sport Special lees ik over Bradley de humorist. Hij die alles relativeert en oplost in een absurdistische lach. Na zijn Tourzege sprak hij op het podium in Parijs het Franse publiek toe: „Goed, en dan gaan we nu de winnende nummers voor de loterij trekken.”

Ik had al veel langer de indruk dat hij de wielrenner in zichzelf serieus neemt, maar niet de flauwekul eromheen. Het is de eenzaamheid die hem aantrekt, de rest is verpakkingsmateriaal. Wiggins lijkt wel een beetje op wijlen Laurent Fignon die een schild tussen zichzelf en de wereld optrok om niet te verzuipen.

In 2008 kreeg Bradley Wiggins het niet voor elkaar zijn vader te begraven. Gary Wiggins, een niet onverdienstelijke Australische baanwielrenner, verdween uit zijn leven toen hij amper twee was. Van hem had hij behalve het wielertalent ook het vermogen geërfd zichzelf in drank te verliezen. De oude Wiggins verloor zich overigens in meer dan drank. Hij was een grootverbruiker van amfetaminen, en smokkelde dat ook over de grenzen. Soms was het spul verstopt in de luier van baby Bradley. Gary stierf een gewelddadige dood in een achterafsteeg in Aberdeen.

Bradley Wiggins zei eens vol zelfspot tegen een Britse commentator: „Je weet toch dat ik een gespleten persoonlijkheid heb?” Mijn theorie is het dat hij tijdens de natte afdalingen van de Giro, meer onbewust dan bewust, opeens genoeg had aan zijn financiële onafhankelijkheid en koos voor de roes van de beschaving. Hij is geen wielrenner meer.