Van binnen gaat Ibrahim stuk

De verdachten in de ‘grensrechterzaak’ zwegen langdurig. Ze betuigden gisteren spijt en medeleven. „Dit moet nooit meer gebeuren.”

Ibrahim was 14 jaar oud toen hij zijn moeder voor het eerst teleurstelde. Hij werd opgepakt. Zijn moeder moest steeds huilen, zijn zusje ook. En nu was hij net op vrije voeten, net weer op de goede weg. Maar toen gebeurde dit – verdacht van mishandeling en doodslag werd hij opgesloten na de dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen.

Op de vijfde en laatste procesdag in de ‘grensrechterzaak’ neemt de nu 16-jarige Ibrahim voor het eerst uitgebreid het woord. Daar had hij zich goed op voorbereid, vertelt hij. „Ik had nog een brief geschreven, maar die ben ik vergeten. Ik was erg zenuwachtig.” Eerder had hij ook al een brief geschreven aan de familie Nieuwenhuizen om zijn medeleven te betuigen en te vertellen wat deze zaak met hem doet, vertelde zijn advocaat tijdens haar pleidooi.

Twee zonen van de grensrechter hadden eerder in de rechtszaak gezegd hoe erg ze het vonden dat niemand verantwoordelijkheid nam voor het incident. De verdachten, zeven minderjarige jongens en één man, beriepen zich constant op hun zwijgrecht. Tot vandaag.

Ibrahim: „In de media lijkt het alsof wij geen emoties hebben, maar van binnen gaan we stuk. Ik voel me rot.” Hij hoopt dat de gevolgen van de mishandeling in deze zaak de ogen openen van andere jongens. „Ik heb veel fouten gemaakt. Dit moet nooit meer gebeuren. Deze zaak heeft een aardbeving veroorzaakt.”

Medeverdachte Yassine (16), die bekend heeft de grensrechter te hebben geschopt, zegt dat hij het ook heel erg vindt wat er is gebeurd. Idem El-Hasan D., Yassines 51-jarige vader, verdacht van het schoppen van Nieuwenhuizen: „Ik vind het heel erg wat er is gebeurd. Toen ik hoorde dat de grensrechter was overleden, moest ik zelfs huilen.”

Verdachte Othman (17) betuigt zijn medeleven, maar zegt ook: „Ik heb niet tegen het hoofd en de rug geschopt.” Hij benadrukt dat de gevangenis geen goede invloed op hem heeft. „Ik ga nu om met mensen die misdaden hebben gepleegd. Dit is niet goed voor mij. Ik wil terug naar huis, naar mijn ouders en naar school. Ik wil mijn studie kunnen afmaken.”

Zijn neefje Mohammed (18), ook verdachte in deze zaak, wacht de uitspraak wel in vrijheid af. Diens voorarrest werd eind maart beëindigd. „Eerst was ik een normale puber en nu word ik gezien als een crimineel”, zegt Mohammed.

Toch blijft officier van justitie Joost Zeilsta vinden dat ze straf moeten krijgen, ook na alle verweren van de verdachten. Hij eiste eerder al celstraffen, variërend van één maand tot zes jaar. „Wij willen ook niet dat onschuldigen worden veroordeeld, maar daar is bij deze acht verdachten geen sprake van.”

De rechtbank in Lelystad doet op 17 juni uitspraak.