Resten van oudste Franse wijnbouw: 425 voor Chr.

Er waren al sterke vermoedens, maar nieuwe chemische analyses van resten in oude amforen en vooral op een oude kalkstenen wijnpers tonen het nu onomstotelijk aan: 425 à 400 voor Chr. maakten de Kelten in Zuid-Frankrijk zelf wijn. De Franse wijnbouw komt wel uit Italië, niet uit de Romeinse cultuur, maar van de Etrusken die in Toscane woonden. Later kwam de wijnbouw met de Romeinen in Noord-Frankrijk.

Beslissend bewijs voor de oude wijnmakerij is de vondst van resten wijnsteenzuur in de wijnpers en in 3 van de 13 onderzochte amforen. Wie nu Franse oerwijn zou drinken, zou onmiddellijk denken aan Griekse retsina-wijn: er zijn ook duidelijke bewijzen voor toevoeging van pijnboomhars gevonden. Net als trouwens van rozemarijn, tijm en basilicum. De hars werd toegevoegd als conserveringsmiddel, de kruiden voor de smaak en mogelijk ook voor medische doeleinden, schrijven chemici en archeologen deze week in de Proceedings of the National Academy of Sciences (Early view online).

De conclusies van de chemische analyses passen in wat al vermoed werd op grond van archeologische vondsten. Vanaf 600 voor Christus verschijnen er in Zuid-Frankrijk Etruskische amforen die vrijwel zeker gebruikt werden voor de import van wijn. Rond 525 voor Christus ging men in Massallia (Marseille) eigen amforen maken, vermoedelijk om wijn in te exporteren, maar zeker is dat niet. In het nabij gelegen Lattara, waar de wijnpers gevonden is, zijn ook resten van grote hoeveelheden druivepitten en -velletjes gevonden.