Later in dit theater: de NS-spaghettiwestern

De eerste heette de Snelheid. Vervolgens werden de bestellingen afgeleverd voor de Arend, de Hoop en de Leeuw. Zij waren de locomotieven voor de eerste trein. Amsterdam-Haarlem. Met spooraanleg (1837) en treinen rijden (1839) heeft Nederland inmiddels zo’n 175 jaar ervaring. En dan dit.

Het debacle van de hoge snelheidslijn (HSL) en de Fyratrein is materiaal voor een filmmaker. Uit het leven gegrepen. Hoofd- en bijrollen genoeg. Als nieuwkomer in de top van de Nederlandse Spoorwegen wil Bert Meerstadt een van de jongens worden: hij meldt zich in de machinistenklas. Eenzaam vak. Het is eenzaam aan de top. We zien ’m later aan de slag in het hoofdkantoor, met dat formidabele uitzicht op het spaghettinet van sporen van en naar Utrecht CS. Dat is het steeds bewegende decor bij de onderhandelingen en de ruzies. In de top zelf. Met de onderling strijdende vakbonden. Met spoorbeheerder ProRail.

De camera zoemt uit. We zien de wisselwerking met de rijksaandeelhouder. Met ministers. Staatssecretarissen. (Vrouwen alom, fijn voor het script, want het moet geen buddyfilm worden.)

Ministers komen en gaan en komen soms weer terug. Bij elke kabinetswissel treint Meerstadt naar Den Haag. Zieltjes winnen.

En: leren werken met de ‘Wet van Westerterp’. De wet is vernoemd naar de minister van Verkeer en Waterstaat (1973-77). De wet zegt: grote projecten, zoals Oosterscheldewerken of de aanschaf van een jachtvliegtuig, gaan politici boven de pet. Maar over gewone dingen, zoals de vraag of een bromfietser een helm moet dragen, heeft iedereen een mening. Ook de NS is van iedereen. Voor iedereen. Blaadjes op de rails? De winterdienstregeling die vastloopt in de sneeuw? Treinen zonder toilet? Falende informatie op perrons? Iedereen weet hoe het wél moet.

Tussen de bedrijven door zie je Meerstadt met mapjes, brieven en contracten met die ene afkorting. HSL. De hoge snelheidslijn. Dan opeens, begin 2011. Crisis. De hele zaak dreigt failliet te gaan. Het deksel van de doofpot trilt. In de achterkamertjes verzamelen zich crisismanagers en financiële fixers. Door de kieren klinkt de volkswoede. Dankzij een truc van de minister kan de NS zijn HSL én zijn lucratieve intercitynet houden. Wonderen bestaan. Maar als hij het departement verlaat ziet Meerstadt zijn steeds zelfverzekerder particuliere concurrenten wachten op hún gesprek met de minister. De mannen van Virgin en Arriva. Nog één fout en zij winnen HSL én intercitynet.

De camera zoemt verder uit. We zien hoe de bovenbaas van de Italiaanse Fyrabouwer AnsaldoBreda wordt opgepakt. Verdacht van omkoping. We zien hoe de baas van NS-partner NMBS, de Belgische spoorwegen, de Fyra in de ban doet. Speelt hij geraffineerd dubbelspel om de Frans-Belgische Thalys als onvermijdelijke Fyra-opvolger te positioneren?

Weer crisis. Dan gaat het snel. Meerstadts laatste rit naar Den Haag. Hij weet: een minister redt maar één keer. Een lek naar De Telegraaf bezegelt zijn lot en dwarsboomt een eervoller vertrek.

Slotscène. De glazen klinken op Meerstadts afscheidsreceptie in het Spoorwegmuseum. De camera zoemt in op een replica van de Snelheid. Dichter en dichterbij komt een klein metalen plaatje. Made in Britain. Wie bestelt dan ook een trein in Italië.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.