Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Media

Ik zal het toegeven: ik ga voor de Oscar

Scenarioschrijver Willem Bosch vindt zijn eigen werk slecht als het voor de eerste keer op de televisie te zien is. „Dan zie ik hoe alles ook anders had gekund.”

Nederland, Amsterdam, 27-05-2013 Willem Bosch, Nederlands scenarioschrijver. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
Nederland, Amsterdam, 27-05-2013 Willem Bosch, Nederlands scenarioschrijver. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2013

In de winter van 2009 had Willem Bosch geen geld voor een winterjas. Als hij naar buiten ging, droeg hij drie vesten over elkaar. Anderhalf jaar daarvoor was hij afgestudeerd aan de Amsterdamse Filmacademie, richting scenario. Hij schreef scripts voor series die er nooit kwamen, of op het laatste moment werden gecancelled – al stonden soms de decors al klaar.

Terwijl het buiten giet van de regen, warmt Willem Bosch (26) zijn handen aan zijn tweede kop koffie. Het is drie uur ’s middags, maar hij is pas net wakker, bekent hij met hese stem. Nee, hij is niet verkouden. Wel moe. Hij heeft de hele nacht op de filmset gestaan.

Want in 2010 keerden zijn kansen. Toen werd Bosch samen met Michael Leendertse benaderd voor het script van de BNN-dramaserie Feuten, waarin hij een beeld schetst van de drankovergoten avonturen van de leden van een fictief studentencorps. Hoewel de kijkcijfers in de eerste instantie tegenvielen, kwam er toch een tweede seizoen. En een derde. En inmiddels is er ook een film in de maak.

Na Feuten schreef Bosch ook afleveringen voor onder andere de dramaserie Van God Los en het script van de bioscoopfilm Bellicher: Cel. In september vorig jaar verscheen bij Lebowski zijn debuutroman Op Zwart, over de Amsterdamse geschiedenisleraar Bram van der Stok die in het donker moet leven omdat de wereld gestopt is met draaien. Het idee voor een roman was er al langer, in de vorm van een onafgemaakt script. Het boek kwam er nadat zijn moeder was verongelukt. „Daar was ik enorm van ondersteboven, maar het gaf me ook kracht. Twee weken na haar dood dacht ik: ik ga nú dat boek schrijven. Ik ben begonnen en niet meer opgehouden tot het af was.”

Bosch komt uit een sociaal bevlogen gezin. „Mijn moeder was verhalenvertelster. Mijn vader pastoor, totdat hij mijn moeder ontmoette. Toen heeft hij zijn ambt opgegeven om met haar te trouwen. Romantisch, hè?” Na de middelbare school in Tilburg werd Bosch op zijn 17e aangenomen op de Amsterdamse Filmacademie. „Ik was een onuitstaanbare branieschopper, een bijdehand ventje dat dacht dat-ie alles wist. Dat moeten die mensen van de Filmacademie totaal doorzien hebben. Waarschijnlijk dachten ze: maak jij dat maar eens waar.”

Wat betreft zijn carrière, was hij altijd al optimistisch: „Daar heb ik altijd van gedacht: dat gaat wel lukken, dit moet ik gewoon doen.”

En, ben je tevreden?

„Tevreden vind ik een moeilijk woord. Het impliceert een soort stilstand. Zo van: het gaat wel lekker. Altijd als ik voor de eerste keer iets zie dat ik gemaakt heb, haat ik het heel erg. Als het op televisie komt, dan zit ik onder de bank of op de wc. Dan zie ik dingen die anders moeten. Dan klopt niets meer. De dialogen, de grappen, ik vind alles slecht. Maar als ik nu dingen terugzie die ik wat langer geleden gemaakt heb, kan ik daar wel gewoon naar kijken. Misschien heeft het ermee te maken dat ik vond dat ik eerst voet aan de grond moest krijgen en daarna pas beter kon worden. Ik denk dat ik inmiddels in die fase beland ben. Als er nu een keer een jaar niets van me op tv komt, dan zou ik dat prima vinden. Ik wil mezelf verder ontwikkelen.”

Wat voor scenarioschrijver wil je zijn?

„Een paar jaar geleden zou ik gezegd hebben dat ik graag heel veel publiek wil trekken, en dat Steven Spielberg mijn grote held is. Maar nu weet ik eigenlijk niet helemaal zeker of dat wel waar is. Je hebt scenarioschrijvers die altijd hetzelfde klinken, en schrijvers die personages volledig een eigen stem geven. Mario Goos bijvoorbeeld, zij brengt personages echt tot leven. Bij mij zul je altijd een eigen toon herkennen, overal zit een beetje Willem in. Ik heb bijvoorbeeld een voorliefde voor kwalijke, onbetamelijke mensen. Underdogs hebben bij mij ook een kant van het verhaal.”

Is het moeilijk dat je als scenarioschrijver meestal in opdracht werkt?

„Ik vind dat juist wel leuk. Ik ben weleens gevraagd een aflevering voor een politieserie te schrijven, zoiets zou ik zelf nooit zomaar doen. De vrijheid die je hebt bij het schrijven van een boek, vind ik heftig. Dat je overal maar over kunt schrijven en dat het ook allemaal niets kost. Als scenarioschrijver denk ik wel tien keer na voordat ik een helikopter laat ontploffen. Daar is helemaal geen geld voor. Je bent altijd aan het bekijken wat je mogelijkheden zijn. Ik merk dat ik nu in een fase van mijn carrière kom waarop ik niet meteen zou worden weggestuurd als ik met een eigen idee kom. Ik voel me nog niet genoeg op mijn gemak als schrijver om heel mooi te schrijven. Dan maar liever kort en bondig. Ik ben niet een enorme taalkunstenaar. Maar dat is ook niet mijn ambitie.”

Wat dan wel?

„Ik zal het maar gewoon toegeven: eigenlijk wil ik naar Amerika. Dat is het plan. Over tien jaar, als mensen dit interview teruglezen, wil ik eigenlijk een Oscar gewonnen hebben. Ik zeg het nu grappend, maar het is serieus. Ik wil een Oscar winnen. Nederland is als filmland niet te vergelijken met Amerika. Ook niet met Frankrijk, of met België zelfs. Er is vaak kritiek op de Nederlandse film. Waarom is die niet zo goed als de Deense of de Vlaamse? Ik zeg altijd: dat is een kwestie van geld. Als je Borgen wilt, prima. Maar dat kost gewoon wat. Nederland heeft goede schrijvers en kunstenaars voortgebracht, maar een film maken kost veel geld en dat is er niet.”

Denk je dat talentvolle scenarioschrijvers daarom uit Nederland weggaan?

„ Scenarioschrijven is in Nederland lang een ondergeschoven kind geweest; op de een of andere manier was de opvatting van filmmakers dat het met het verhaal wel goed zou komen. Maar nu wordt daar anders over gedacht. Een goed scenario is de hoeksteen van je film of serie. De opleiding scenario op de Filmacademie bestaat nog niet zo lang. Het ontstaan van zo’n opleiding is een duidelijk signaal dat we het belangrijk zijn gaan vinden. Eigenlijk leven we in een nieuwe golden age of television: mijn generatie is opgegroeid met écht goede series zoals The Soprano’s en The Wire. Dat belooft wat.”