Dit is een artikel uit het NRC-archief

Defensie

Geen strand maar strijd

De Amsterdammer Panayiotis Piperis (22) ging op familiebezoek in Griekenland. Bij aankomst in Athene bleek hij gezocht te worden; hij moest zijn dienstplicht vervullen. Er viel niet aan te ontkomen. Twee weken vakantie werden een jaar in het Griekse leger.

‘Heb je weleens gezien hoe de Noord-Koreanen hun wapens tonen?” , vraagt Panos. Hij staat op en doet het voor. „In het begin snapte ik er niks van, het was in het Grieks. Hakken tegen elkaar. Voeten in een V en armen strak naast je lichaam.” Hij maakt zijn dansje af. Daarna komt het presenteren van het aanvalsgeweer. Hij doet alsof hij een wapen recht voor zich houdt, het in de lucht gooit en achter zich weer opvangt. Dat wordt een paar uur per dag geoefend, vertelt hij tijdens een zeldzaam verlof, in een café in Athene.

Op het eerste gezicht zou de 22-jarige Panayiotis Piperis uit Amsterdam, Panos in de wandeling, met zijn negentig kilo en één meter negentig best voor soldaat door kunnen gaan. Maar hij was niet van plan om in dienst te gaan, en al helemaal niet in Griekenland. Als kok en voedingsdeskundige had hij net een ideale baan aangeboden gekregen. Die heeft hij nooit kunnen aannemen. Ook zijn kamer in Amsterdam moest hij opgeven. Net als alcohol en seks, kranten, een stevig ontbijt, een wc-pot en lang haar. Zijn vrijheid.

In juni vorig jaar wilde Panos de Griekse kant van zijn familie bezoeken. Hij boekte een retourtje Athene en pakte een zonnebril, een zwembroek en wat cadeautjes voor zijn familie in. Hij zou twee weken wegblijven.

Het retourtje werd een enkele reis. Panos keerde niet terug maar belde vanaf het vliegveld zijn moeder: „Stuur alsjeblieft een pak stroopwafels op, want het ziet er naar uit dat ik hier voorlopig blijf.” Hij hoopte toen nog dat het wel los zou lopen.

Nu wordt hij iedere ochtend om half zes wakker op een legerbasis. Hij scheert zijn wangen zo glad mogelijk. Als de commandant er een zakdoek overheen haalt en er een pluisje op zijn wang achterblijft, krijgt hij drie dagen langer dienstplicht. Na het scheren maakt hij zijn bed op. Als het beddengoed niet strak genoeg zit, krijgt hij twee dagen extra. Daarna trekt hij zijn uniform en glimmend gepoetste kistjes aan en meldt hij zich bij de commandant.

„Ik werd bij toeval aangewezen om mijn koffers te openen”, vertelt Panos. De douane vroeg om zijn paspoort. „Wilt u ons even volgen? U wordt gezocht”, kreeg hij te horen. „U heeft een probleem. We zijn al sinds 2011 op zoek naar u.” Panos was sprakeloos. „Ik zei, what the fuck, wat gebeurt hier?” Maar de politie wees hem er op dat hij zich onmiddellijk moest melden bij het leger.

„Ik dacht in eerste instantie: ik smeer ’m gewoon.” Maar dan zou hij de komende 23 jaar zijn familie niet kunnen bezoeken en een boete van 6.000 euro moeten betalen.

Panos, zoon van een Griekse vader en een Nederlandse moeder, heeft geen dubbele nationaliteit. „Niets aan mij is Grieks, alleen de helft van mijn bloed.” Zijn vader is na een aantal jaar in Nederland terugverhuisd naar Athene en heeft daar eind jaren negentig een huis gekocht. Bij de gemeente heeft hij desgevraagd aangegeven dat hij een zoon heeft. De Griekse ambassade in Nederland bevestigt dat wanneer een Griek in Griekenland bij de gemeente vastlegt een kind te hebben, de naam van dat kind wordt opgenomen in het gemeenteregister. Daarmee is het kind automatisch Grieks burger. En dienstplichtig. Ook al woont zo’n jongen in het buitenland, dan nog kan hij door het leger worden opgeroepen. Panos en zijn ouders wisten dit niet.

Vanaf het moment dat hij zich moest melden bij het leger in Athene, hebben hij en zijn ouders documenten proberen te regelen die bewijzen dat hij Nederlands is. Dat hij altijd in Nederland gewoond, gestudeerd en gewerkt heeft. Dat is een langdurig en bureaucratisch proces. De Nederlandse ambassade in Griekenland vraagt Panos om officiële stempels op formulieren uit Nederland. Die documenten moeten in het Grieks worden vertaald. De stempels kan hij alleen persoonlijk in Nederland halen. Het leger heeft zijn paspoort in beslag genomen, net als van alle dienstplichtigen.

Inmiddels is Panos sinds februari officieel in dienst. Hij heeft er geen vertrouwen meer in dat zijn dienstplicht nog bekort wordt. „In het begin was het een hel”, zegt hij. De commandanten gaven hem schreeuwend opdrachten, maar hij kon ze niet verstaan. En hij was bang dat hij ’s nachts bestolen zou worden omdat iedereen wist dat hij uit Nederland kwam en dus rijker was dan de meeste Grieken. „Ik sprak geen Grieks. Ik zat iedere dag met mijn hoofd in Nederland en ik miste alles. Een frikandel speciaal, mijn stamkroeg in Bussum, fietsen, mijn vrienden en familie. Na de eerste twee dagen belde ik bijna jankend mijn vader op: je moet me hier weghalen of ik ontsnap, want ik ga dit niet volhouden.”

De faciliteiten op de Griekse legerbasis zijn minimaal. Om politieke meningsverschillen tussen de soldaten te voorkomen, mogen er geen kranten worden gelezen. Homo’s worden volgens hem gediscrimineerd en belachelijk gemaakt door sommige commandanten, en moslims bij voorbaat ontoerekeningsvatbaar verklaard. Ze mogen geen wapens vasthouden en zijn volgens Panos voornamelijk veroordeeld tot schoonmaakwerk. Er zijn drie computers voor 140 jongens van tussen de 18 en 25 jaar die allemaal hun vriendin willen mailen. Gelukkig lukt het Panos dagelijks telefonisch contact te hebben met zijn ouders.

Inmiddels heeft hij drie van de twaalf maanden dienstplicht achter de rug. Hij zit bij een anti-tankeenheid. Hij moet samen met drie anderen, op een afstand van 200 tot 500 meter, op doelen schieten met een bazooka. ’s Middags staat hij vaak op wacht, als het meezit zes uur achter elkaar. Soms acht.

Panos is het lievelingetje van de commandanten. Omdat hij de taal niet begreep, deed hij extra zijn best bij de training. Hij doet alles wat hem wordt gevraagd en voert het zo goed mogelijk uit, uit angst nog langer in het leger te moeten blijven. Ook spreekt hij nu vloeiend Grieks en heeft hij veel vrienden gemaakt. Het duurde even voordat hij gewend was aan de Griekse machocultuur. „Als je gewoon een rustige jongen bent dan ben je hier geen echte man. Maar ze zijn wel allemaal moederskindjes die op hun achtentwintigste nog thuis wonen. Het was eerst heel vervelend maar nu vind ik het eigenlijk best leuk. We zijn allemaal broeders geworden”, zegt hij.

Panos vindt het moeilijk te zien wat de toekomst zal brengen voor zijn vrienden in Griekenland, waar bijna twee op de drie jongeren tussen de 15 en 24 jaar werkloos zijn. Zij zijn bereid om na hun dienstplicht overal te werken. Of het nou bij McDonald’s is of in de supermarkt. Sommigen hopen dat Panos later een baantje voor hen kan regelen in Nederland.

Op 20 december 2013 is Panos’ dienstplicht vervuld en kan hij terug naar Nederland. „Ik heb nu ervaring in het leger, dus misschien kan ik wel bij de politie. Of ik ga een boek schrijven over wat mij is overkomen. Ik ben me er al met al zeer bewust van geworden wat mijn vaderland is”, zegt Panos, terwijl hij een glas Heineken-bier bestelt. „En dat is Nederland.”