Erdogan, een soort Turkse Wilders

In Turkije vindt geen ‘Turkse Lente’ plaats, betoogt

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron.
Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

T erwijl de Turkse massamedia stil bleven, werden de rellen in Istanbul en andere Turkse steden meteen trending topic in de wereldwijde social media. Enthousiaste parallellen met het Egyptische Tahrir-plein en termen als ‘de Turkse Lente’ werden snel gemeengoed.

Die vergelijking berust echter op een gebrekkige begrip van zowel de Turkse economie als de sociale klassen die de kern vormen van de huidige protesten.

Wie kijkt naar de sociale achtergrond van de jongeren die protesteren en – nog belangrijker – de jongeren die niet protesteren, ziet dat er geen sprake is van een brede opstand die wordt gesteund door de meeste lagen van de bevolking. De jongeren in het Gezi-park steunen verschillende politieke groepen, maar de meesten hebben een ding gemeen: ze zijn afkomstig uit de seculiere, relatief geprivilegieerde hoek.

De arme Turkse massa’s in de steden en op het platteland roeren zich niet. Er zijn nauwelijks jonge meiden met hoofddoekjes aan het protesteren. De arme arbeiders en werkloze jongeren in de sloppenwijken blijven thuis. Kortom, de enorme lagere- en middenklasse met een Anatolische achtergrond – de achterban van Erdogan – staat nog steeds pal achter hun gekozen leider. Er is dus geen sprake van een brede opstand die wordt gesteund door de meeste lagen van de bevolking, zoals we dat zagen tijdens de ‘Arabische Lente’ in Egypte.

De huidige protesten in Turkije zijn in essentie een culturele revolte van de ‘seculiere’ segmenten van de samenleving. Zij voeren, en verliezen, in de afgelopen jaren een bittere machtsstrijd met de Anatolische nouveau riche elites van de AKP.

Vooral na de opeenvolgende overweldigende verkiezingszeges in 2007 en 2011 rook Erdogan zijn kans schoon om zijn macht blijvend te consolideren. De ‘gematigde’ houding uit de beginjaren van zijn regering is verdwenen. Met succes heeft hij steeds meer ‘seculiere’ krachten verwijderd uit het landsbestuur en belangrijke instituties zoals de media.

Onder Erdogan is Turkije weer, net als toen de seculieren aan de macht waren, koploper in de wereld als het gaat om onderdrukking van vrijheden. Het verschil met vroeger is dat nu vooral seculiere schrijvers, journalisten, studenten en intellectuelen de klos zijn.

Bovenal – en hier gaan de Turkse protesten in essentie om – stimuleerde Erdogan de laatste jaren het religieus-conservatisme in de samenleving en claimde zo de publieke ruimte. Vooral in de afgelopen maanden volgden lipstick-controversies, antizedelijkheidscampagnes, alcoholrestricties en de vernietiging van culturele bastions van de oude elites, zoals een beroemde bioscoop in Istanbul, elkaar in hoog tempo op.

De flagrante veronachtzaming van het milieu in veel van Erdogans megalomane bouwprojecten, zoals de derde brug over de Bosporus, voegen alleen maar meer brandstof toe aan het seculiere vuur. Dit vuur kwam in het Gezi-park uiteindelijk tot uitbarsten, waar de overheid het zoveelste winkelcentrum wilde bouwen.

Maar dit vuur wordt niet gedragen door de brede lagen van de bevolking. Erdogans AKP blijft populair. De politieke en economische repressie van de oude ‘seculiere’ machthebbers staat namelijk nog vers in het geheugen van zijn electoraat. Dankzij de AKP profiteren deze ‘zwarte Turken’, oftewel de massa’s in de steden en in het achterland van de onstuimige economische groei in het land. Erdogan biedt hen creditcardconsumptie, toegang tot geprivatiseerde zorg en ontwikkeling van infrastructuur, en blijft daardoor ongekend populair.

Overigens is de Turske economie, in tegenstelling tot de heersende mening, geenszins duurzaam aan het groeien. Zo staan zowel handelstekort als het tekort op de lopende rekening op recordhoogte. Ook arbeidsparticipatie, vooral die van vrouwen, staat op een dieptepunt.

Maar dat de economische groei gefinancierd wordt door oplopende tekorten en schulden zal de Erdogan-aanhangers een zorg zijn. „We krijgen nu tenminste kruimels. De rotzakken die hiervoor aan de macht waren gaven ons helemaal niks.” Gelijk hebben ze. Sinds de neoliberale coup van 1980 hopt Turkije van ‘boom’ naar crisis. Alleen kreeg de Turkse bevolking onder Erdogans voorgangers nooit ‘kruimels’.

In een reactie op de onlusten wees Erdogan dan ook slim op het belabberde beleid van zijn seculiere voorgangers: „Zijn jullie vergeten dat Istanbul geen schoon drinkwater had? Dat het vuilnis nooit werd opgehaald?” Het is zijn beproefde retoriek: ‘Vergeet niet hoe erg jullie het hadden toen ‘zij’ aan de macht waren’.

Wie de vergelijking tussen Taksim en Tahrir maakt moet niet vergeten dat Erdogan geen Mubarak is. Terwijl Erdogan eerlijk is gekozen met 50 procent van de stemmen werd Mubarak gehaat door de meerderheid van de Egyptische bevolking. Zolang hoofddoekmeisjes, werkloze jongeren uit de sloppenwijken en andere lagere klassen niet massaal meedoen aan de protesten is een vergelijking met Tahrir 2011 misplaatst.

Erdogan is ironisch genoeg beter te vergelijken met Geert Wilders. Een debat over lipstick verschilt niet zoveel van een debat over halalbroodjes in het gemeentehuis: de hongerige onderbuik van ‘de gewone man’ afleiden met holle thema’s en daarmee jezelf neerzetten als de stem van het volk.

Er is dus geen sprake van een ‘Turkse Lente’. Integendeel, de protesten in Turkije en Erdogans getart zullen ervoor zorgen dat de al zeer verdeelde Turkse samenleving nog meer zal polariseren. Pas wanneer de Turkse economische bubbel barst, en hij zal vroeg of laat barsten, zal er ruimte ontstaan voor een brede massabeweging. Net als in Egypte.