Mastodont

Wonderlijk, de relatie van onze politici met hun geweten – of iets dat daarop lijkt. Meestal gaat het zo: zolang ze actief zijn, plegen ze zonder veel omhaal verraad aan hun idealen en principes, gieten ze dagelijks een scheut water bij de wijn. Eenmaal in de luwte begint het te knagen. Het is alsof achteraf alles goedgemaakt moet worden; op de mestvaalt van herinneringen aan gebroken beloften en politiek opportunisme bloeit dan ineens een zuivere droom op over wat goed en juist is. Men geselt zijn opvolgers in opiniestukken. Men houdt striemende toespraken op het partijcongres.

Bos praat zijn eigen gebrek aan visie achteraf goed

Er zijn uitzonderingen. Ik denk aan Wouter Bos. Die gebruikt zijn column in de Volkskrant niet om alsnog de vergezichten te ontvouwen waar hij tijdens zijn korte politieke loopbaan niet aan toe kwam, maar om zijn eigen gebrek aan visie achteraf goed te praten. Dat de politiek zo’n slechte naam heeft, ligt niet aan politici. Dat ligt aan de kiezers, die de politiek niet begrijpen. Maar vooral ligt het aan domme journalisten, die de politiek in een kwaad daglicht stellen.

Deze week sloeg Bos opnieuw van zich af. Dat de huidige regeringspartijen onophoudelijk van kiezersbedrog worden beschuldigd, is vooral te wijten aan journalisten die verzuimen hun lezers warm te maken voor de edele kunst van het compromis. Dat twee ideologisch tegengestelde partijen zich tijdens een kwartetspel onder leiding van Bos hebben laten verleiden tot het klakkeloos uitruilen van standpunten, is geen uitverkoop van overtuigingen. Integendeel, het was democratie zoals democratie moet zijn! Jammer dat je dat in de kranten niet terugleest. Bos: „Hebben journalisten niet de taak om mensen ook voor te lichten, op te voeden wellicht, over hoe een democratie werkt en hoe waardevol het is als die partijen die elkaar naar het leven staan in een campagne vervolgens toch in staat blijken compromissen te sluiten en met elkaar verder te gaan?”

Precies zo praatte het CDA de samenwerking met de PVV goed. Kijk waar die partij nu is.

Iedereen begrijpt dat een land met veel partijen niet geregeerd kan worden zonder een pragmatische instelling. Het probleem is dat in het hoofd van Wouter Bos politiek alleen nog maar als pragmatisch wordt opgevat. Wanneer je geen echte overtuigingen hebt, kun je er ook geen verraad aan plegen. Weg ermee.

Voor Bos is politiek geen kwestie van water bij de wijn doen. Het water is de wijn.

Dat Bos zijn column schreef in de week dat oud-minister Jan Pronk zijn lidmaatschap van de PvdA opzegde, zal geen toeval zijn. Als het toeval is, dan is het ook veelzeggend. Er was naast wat plichtmatige lof vooral veel hoon voor Pronk. Vanaf de zijlijn is gemakkelijk praten, hij had zelf decennialang stilzwijgend meegebogen in de vervuilde wereld die politiek heet, zijn idealistische opvattingen over een betere wereld zweefden te ver boven de huidige werkelijkheid.

Mastodont, onverbeterlijke dromer, zelfgenoegzame betweter.

Dat zal allemaal ten minste voor een deel kloppen, maar in de opvattingen van Pronk vind je een ethische dimensie die bij een gelegenheidspoliticus als Bos volledig lijkt te ontbreken. De teleurstelling die zoveel kiezers bij dit kabinet voelen, wordt niet alleen maar veroorzaakt door verwendheid – meteen moord en brand schreeuwen wanneer je een keer je zin niet krijgt – maar door het ontbreken van richting en visie in de politiek. Daarom dwingt de wendbaarheid van Rutte en Samsom geen ontzag af; overtuiging heeft plaats gemaakt voor verleidingskunst. Zo is elk compromis geen morele nederlaag, maar juist een overwinning van politieke handigheid.

In het gesprek dat ik gisteren voor NRC Boeken had met de Amerikaanse politiek filosoof Michael Sandel, stelde hij dat het publieke debat volkomen uitgehold is. In de politiek wordt niet meer gedebatteerd vanuit een opvatting over wat goed van de samenleving zou zijn – vandaar die stortvloed aan maatregelen die de maatregelen van het jaar ervoor weer terugdraaien. Er wordt nauwelijks meer gedebatteerd over wezenlijke uitgangspunten, alleen nog maar onderhandeld.

Je kunt het met Jan Pronk oneens zijn, maar er is tenminste iets om het oneens mee te zijn.

In zijn column schampert Bos over de VVD die het onderhandelingsresultaat na de formatie niet aan de leden hoefde voor te leggen. Had Halbe Zijlstra dat gedaan, dan hoefde hij nu geen gebroken beloften toe te geven!

De partijleden – alsof de kiezers er niet toe doen.

Het afschieten van een politieke mastodont als Jan Pronk is meer dan een afrekening met achterhaald idealisme. Het is de angst voor de overtuiging.