Zijn ze weer terug bij af?

De bewoners van de Vluchtkerk moeten vanmiddag om zes uur weg zijn Waar gaan zij naartoe? En heeft de actie geholpen?

Drukke dag morgen, zegt Jonathan. „Busy day. Babylon day.”

Dat was gisteravond en Babylon day is vandaag: de dag dat Jonathan en zijn ongeveer 150 medeasielzoekers hun boel moeten pakken en de zogenoemde Vluchtkerk in Amsterdam-West moeten verlaten. Als ze dat ook daadwerkelijk zonder gedoe doen, krijgen ze 225 euro per persoon mee van de gemeente Amsterdam.

Jonathan is een christen uit Soedan, vandaar zijn vergelijking met de joden en hun Babylonische ballingschap, beschreven in het Oude Testament. De vorige keer dat de asielzoekers de kerk moesten verlaten, was dat een flinke logistieke operatie, met vrijwilligers die in autootjes spullen van de bewoners naar een opslagloods brachten. Destijds werd de ontruiming op het laatste nippertje afgeblazen. Dit keer zal er niet nog eens uitstel komen, verwachten de vrijwilligers.

Jonathan staat vanaf nu op straat. Hij is weer even ver als hij was toen hij zich ruim acht maanden geleden aansloot bij de demonstratieve samenscholing in het tentenkamp aan de Amsterdamse Notweg, vanwaar hij in december mee verhuisde naar de Vluchtkerk. „That’s not good”, zegt hij, want dat zegt hij steeds als hij vertelt over het stressvolle leven in de onderduik.

Toch zijn er sindsdien wel een paar dingen veranderd in het voordeel van Jonathan en zijn lotgenoten.

In de eerste plaats zijn de asielzoekers met behulp van vrijwilligers van het eerste uur, onder meer van actiegroepen Migrant2Migrant, Vrouwen tegen uitzetting en Vluchtelingen van de straat, omgevormd tot gedisciplineerde activisten met een politieke agenda.

Ze hebben zich georganiseerd langs etnische lijnen. Alle (voornamelijk Afrikaanse) landen hebben een woordvoerder en die hebben vele maanden lang en onder zware omstandigheden de eenheid van de groep weten te bewaren en koppig weerstand geboden aan vriendelijke doch dringende pogingen van de Amsterdamse burgemeester Van der Laan om de manifestatie te beëindigen.

Die organisatie komt voort uit de ervaringen van zo’n twee jaar protest tegen het asielbeleid, met de ontruiming van het tentenkamp bij het uitzetcentrum in Ter Apel als dieptepunt. Daar liet de burgemeester een soortgelijk demonstratief tentenkamp ontruimen voordat de rechter daarover zijn oordeel had gegeven. De rechter noemde het noodbevel dat aan de ontruiming ten grondslag lag achteraf ‘disproportioneel’.

Dat heeft burgemeester Van der Laan – jurist van huis uit – willen vermijden. Hij heeft alle formele wegen bewandeld en ook een paar informele weggetjes. Hij bleef de bewoners van de Notweg en later Vluchtkerk volkomen serieus nemen en verleende hen zodoende steeds meer cachet als demonstranten.

Een ander verschil met de situatie van voor de Notweg is de belangstelling voor het onderwerp. Met hun demonstratieve aanwezigheid, gesteund door honderden vrijwilligers van vooral protestants-christelijke huize, hebben de asielzoekers het probleem van de ‘onuitzetbaarheid’ onder de aandacht gebracht van media, wetenschappers en politici.

Ze werden daarbij recentelijk gesteund door uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen in vreemdelingendetentie. Zij protesteerden tegen de in hun ogen inhumane omstandigheden in de gevangenis. Ook zij kregen veel aandacht.

En dan was er nog de discussie binnen de PvdA over het strafbaar stellen van illegalen. Die maatregel staat in het regeerakkoord. Na een hoop discussie ging de PvdA-achterban schoorvoetend akkoord. In ruil voor steun moest het asielbeleid dan wel op andere punten humaner worden. Daarover wordt nog onderhandeld.

Terug naar de Vluchtkerk. Heeft alle aandacht voor de mensen die morgen de kerk moeten verlaten een positief effect? Waar moeten zij naartoe?

Het antwoord is helder. Zij komen op straat en zullen onderduiken in de illegaliteit.

Waarom gaan ze niet terug naar het land van herkomst? Alles beter dan een leven op straat.

Een deel kan niet weg, ook al zouden ze dat willen. Hun landen van herkomst erkennen hen niet als onderdaan en geven geen inreispapieren.

Een ander deel durft niet, omdat hun land te gevaarlijk is. Veel Somaliërs bijvoorbeeld zijn banger voor hun eigen land dan voor de kou en regen in Nederland. Voor de Irakezen geldt dat ook. Irak accepteert alleen mensen die vrijwillig terugkeren.

En een deel kan niet terug, omdat de familie hen dan uitspuugt. Bij Afrikanen voor wie de hele familie of het hele dorp heeft bijgedragen aan hun vertrek, wordt terugkomst eenvoudigweg niet geaccepteerd. Terugkeren betekent falen.

Volgende maand praat de Tweede Kamer over een mogelijke versoepeling van de regels. Als wordt besloten het ‘buitenschuld-criterium’ (een verblijfsvergunning voor vreemdelingen die buiten hun schuld niet kunnen terugkeren naar hun land) te verruimen, kan dat een opening zijn voor de mensen uit de Vluchtkerk. Tot daar meer duidelijkheid over komt, moeten ze afwachten. Op straat.