Zelfvertrouwen Assad lijkt te groeien – drie zaken die zijn positie versterken

Aanhangers van de Syrische president Bashar al-Assad tijdens een demonstratie tegen Israëlische aanvallen op Syrië. Foto Reuters / Khaled Abdullah

De Syrische president Bashar al-Assad heeft zich gisteren in een interview “vol vertrouwen in de overwinning” getoond. Zijn (hernieuwde) zelfvertrouwen lijkt drie hoofdoorzaken te hebben: hulp van Hezbollah, intern geruzie bij de rebellen en de opgelaaide internationale discussie over wapenleveranties.

Assad deed zijn uitspraken gisteren in een vraaggesprek met het televisiestation van Hezbollah, Al-Manar. Zijn woorden waren niet slechts bluf. Onder meer bij het strategische stadje Qusayr bij Homs, bij Damascus en bij Idlib in het noorden is een opmars van het Syrische leger gemeld. Volgens de Duitse inlichtingendienst heeft Assad zijn militaire positie aanzienlijk verbeterd, onder meer doordat zijn aanvoerlijnen voor materieel en manschappen zijn hersteld.

Kaartje van Syrië met daarop aangegeven wie in welk gebied de macht heeft momenteel:

Het interview met Bashar al-Assad van gisteren:

De drie belangrijkste steuntjes in de rug voor Assad zijn:

1. De hulp van Hezbollah en andere bondgenoten van Assad
De hulp van Hezbollah aan het regime van Assad groeit, en dient niet te worden onderschat. NRC-buitenlandredacteur Carolien Roelants schrijft vandaag:

Steeds meer worden buitenlandse bondgenoten van beide zijden drijvende kracht van de oorlog.

Roelants noemt in het bijzonder Hassan Nasrallah, de leider van Hezbollah uit Libanon. Die zei enkele weken geleden al dat “vrienden van Syrië” niet zullen toestaan dat Assads regime ten val komt. Hij scherpte die opmerking afgelopen weekend nog eens aan door te verklaren dat zijn strijders in Syrië blijven, wat de consequenties ook zouden zijn, “tot het einde van de weg”, en dat is: “de overwinning”.

Hezbollah heeft volgens Franse inlichtingendiensten 3.000 tot 4.000 man in Syrië ingezet. En Hezbollah is niet de enige bondgenoot van Syrië. Roelants:

Iran levert op grote schaal geld (deze week een krediet van 4 miljard dollar), wapens, training en adviseurs; tot dusverre zijn claims dat Iran eveneens gevechtstroepen heeft gestuurd, niet bewezen. Het door shi’ieten gedomineerde Iraakse bewind speelt een belangrijke rol door dringende Amerikaanse verzoeken te negeren om de Iraanse wapenpendel door zijn luchtruim te blokkeren.

Toespraak van Hassan Nasrallah, de leider van Hezbollah uit Libanon, eerder deze week:

2. Het interne geruzie van de rebellen
Assads positie versterkt ook, doordat die van zijn tegenstanders verzwakt. Verdeeldheid teistert de rebellen al sinds het begin van de opstand, maar lijkt steeds duidelijker tot uiting te komen. In sommige regio’s worden onderlinge gevechten om de macht gemeld.

Ook is het imago van veel rebellengroepen aan het afbrokkelen. Zo zei Paulo Pinheiro, chef van het onderzoeksteam van de Verenigde Naties naar het conflict, recent:

“Er werd gezegd dat de rebellen engelen waren. Maar er is slechts een minderheid van strijders met een democratische geschiedenis die gelooft in het Syrische mozaïek en die een staat voor allemaal wil. De meerderheid van de rebellen staat heel ver van democratische gedachten en zij hebben andere aspiraties.”

Sunnitische landen in het Midden-Oosten (zoals Saoedi-Arabië en Qatar) zijn de steunpilaren van de rebellen. Grotendeels omdat die landen Syrië als een goed slagveld zien in hun strijd tegen Shi’itische buren als Iran. Maar zij sturen niet alleen grote sommen geld naar de rebellen, schrijft Roelants:

Behalve wapens stromen de laatste maanden ook buitenlandse sunnitische jihadisten naar Syrië.

Het maakt dat de oorlog in Syrië in toenemende mate ook een religieus conflict van sunnieten tegen shi’ieten wordt. En de hulp die de rebellen ontvangen van de sunnitische landen weegt lang niet op tegen de steun die het regime van Assad ontvangt uit Rusland en uit shi’itische bronnen. Roelants:

Het komt ook doordat Rusland, Hezbollah en Iran eensgezind zijn in hun toewijding aan Assad, terwijl Saoedi-Arabië en Qatar rivaliserende rebellen- en oppositiegroepen steunen en daarmee de bestaande verdeeldheid versterken.

Reportage van Al-Jazeera over de verdeeldheid van de rebellen:

3. De opgelaaide discussie over wapenleveranties
De discussie over wapenleveranties is de laatste tijd weer stevig opgelaaid. Deze week liet de Europese Unie het wapenembargo tegen Syrië verlopen en maakte zo wapenleveranties door lidstaten aan ‘gematigde’ groepen opstandelingen mogelijk. Dit besluit geeft met name Rusland echter ook extra ruimte om weer meer stappen te nemen op het gebied van wapenleveranties aan het regime van Assad – in ieder geval in woord.

Zo meldde televisiestation Al-Manar gisteren aanvankelijk dat Assad S-300 luchtdoelsystemen van Rusland zou hebben ontvangen. Dat bericht werd later ingetrokken. Moskou gaf wel toe meer dan tien MiG-29 gevechtsvliegtuigen te willen leveren aan Syrië. Dat zei de directeur van die vliegtuigbouwer vanochtend. Volgens hem is een Syrische delegatie in Moskou om hierover te praten.

Het regime van Assad heeft de vliegtuigen hard nodig. Het gebruikt zijn luchtmacht om rebellen mee te bestoken. Daarbij komen ook veel burgers om het leven. Rebellen hebben intussen veel vliegtuigen uit de lucht geschoten.

Of de vliegtuigen uiteindelijk ook werkelijk zullen worden geleverd, blijft voorlopig overigens nog de vraag. Maar dat lijkt een zorg voor later. De belofte alleen, de mogelijkheid, is al een hele opsteker voor Assad.