Waarom zou je altijd je gevoel volgen?

Jan Latten is al jarenlang een veel geraadpleegd demograaf. Hij hecht buitengewoon aan feitelijke informatie en heeft daar ook een verklaring voor.

Jan Lattem

Al tientallen jaren onderzoekt hij hoe de Nederlandse bevolking zich ontwikkelt. Hoe het immigranten vergaat, waarom het aantal alleenstaanden zo sterk groeit en hoe het zit met het liefdesgeluk van de Nederlander. Jan Latten (60) is bijzonder hoogleraar sociale demografie aan de Universiteit van Amsterdam en een veel geraadpleegd demograaf. In kranten van de afgelopen jaren zijn honderden artikelen te vinden waarin hij aan het woord komt. Journalisten die hem bellen, kunnen dan ook rekenen op een gedetailleerd antwoord, waarheidsvinding is voor hem van groot belang. Omdat Latten als zoon van een Tsjechische moeder vaak in het Oostblok kwam en zag hoe de bevolking de waarheid werd onthouden, denkt hij zelf. „Mensen zijn niet gek. Geef ze feitelijke informatie, dan zien ze hoe het echt zit en dan komt het wel goed.” Na al die jaren van onderzoek is dit wat Latten weet van het leven tot nu toe.

„Relativeren is heel makkelijk. Voor mij althans. In de jaren vijftig en zestig ging ik als kind met mijn ouders minstens één maand per jaar naar familie in Tsjechoslowakije, achter dat supergesloten ijzeren gordijn. Daar was alles zo anders. Van mijn oma kreeg ik er hoge, witte schoenen. Die had verder niemand op school in Limburg. Mijn oma was pro-communisme en mijn moeder juist helemaal niet. Ik leerde vanuit verschillende perspectieven kijken en enorm relativeren. Ik wist dat veel dingen ook anders konden. De grote massa om mij heen wist dat niet. Tijdens mijn middelbare schooltijd in Kerkrade was Cuba bijvoorbeeld populair onder klasgenoten. Ik dacht: waar hebben ze het over? In Tsjechië werden mensen onder datzelfde communisme zwaar onderdrukt. Op school waren ze eenzijdig geïnformeerd.”

„Het is niet erg om nergens bij te horen. Je zou me een Nederlands-Tsjechische Limburger kunnen noemen die al jaren in Den Haag woont, maar uiteindelijk ben ik ‘freischwebend’. Ik voel me geen Limburger, ik ben er geboren. Rolduc, het gymnasium waar ik mijn middelbare schooltijd doorbracht, stond los van de omgeving. Het was een internaat voor kinderen uit de katholieke middenklasse. Een beschermde wereld, we hadden zelfs onze eigen bioscoop. Kerkrade hoefde je eigenlijk niet in. Oorspronkelijk was Rolduc streng katholiek, ik heb er nog godsdienstles gehad van Jo Gijsen, de latere bisschop. Maar het was ook vrij. Ik had lang haar, het waren toch de jaren zestig, dat kon allemaal.”

„De valkuilen van alle vrijheid zijn te groot geworden. De correctie op de jaren zestig en zeventig komt vanzelf. Kijk naar programma’s op tv. Die gaan bijna allemaal over opvoeden, aanpassen of structuur, omdat steeds vaker blijkt dat het daaraan ontbreekt. Je moet kinderen, veel meer dan nu gebeurt, leren hoe ze met emoties om moeten gaan. Daar moet ook op school meer aandacht voor komen. Sommige ouders kunnen dat niet alleen.”

„Iedereen is een kind van zijn tijd. Mensen beseffen soms niet dat wat ze overkomt daaruit valt te verklaren. Mijn demografische insteek – denken in termen van generatie en levensloop – maakt me dat telkens duidelijk. Neem nou de huidige generatie partnerzoekende vrouwen van in de dertig die maar geen man kunnen vinden. Ze zijn hoger opgeleid dan ooit, stellen hoge eisen en combineren dat vaak met naïef-romantische ideeën over hoe de liefde moet zijn. Maar als je de laatste twintig jaar iedere man de deur hebt gewezen, dan is het best naïef te denken dat je de komende twintig jaar wel een geschikte partner zult vinden.”

„Dertigers van nu hebben minder dan ooit geleerd zich te beperken. Vanaf 1980 groeiden ze op in grote welvaart. Vaak opgevoed door ouders die vonden dat ze hun kinderen niet te veel moesten belemmeren. Inmiddels blijkt dat genieten van het leven, hedonisme en individuele zelfverwerkelijking de belangrijkste waarden in het leven zijn geworden. Uit alle cijfers blijkt dat met elke jongere generatie relaties steeds vaker worden verbroken dan bij de generatie ervoor. Zet twee jonge mensen bij elkaar en ze willen er allebei het maximale uithalen. Ze hebben te weinig geleerd om compromissen te sluiten. Er komen nog veel meer scheidingen aan, dat weet ik zeker.”

„Je kunt niet altijd vlinders in je buik hebben. Je moet een bepaalde emotionele balans vinden. Een relatie is een uitruil met een ander. Nogal wat jonge mensen vergeten dat en raken uit balans. Het is niet anders dan een financiële balans vinden. En ik zou het heel zielig vinden wanneer je als tachtiger nog loopt te daten. Aan het einde van je leven wil je toch denken: het is mooi geweest, ik ben tevreden.

„Het leven lijkt mij uiteindelijk handiger en prettiger met één partner. De zekerheid en geborgenheid die dat geeft is een stapje verder dan verliefdheid. Je staat sterker in het leven met zijn tweeën, mannen met een partner blijken bijvoorbeeld langer te leven. Zelf heb ik al lang een vaste relatie. Daar ben ik heel tevreden mee. Daardoor denk ik ook: ja, dat is beter.”

„Een goede ouder is niet per se de juiste partner. Met het co-ouderschap voor gescheiden ouders is dat nu geïnstitutionaliseerd. De rollen van ouder en partner worden door het publiek steeds meer uit elkaar gehaald. Lesbische vrouwen kiezen bijvoorbeeld voor een kind van een homoseksuele vriend. Staatssecretaris Teeven laat intussen onderzoeken of het wettelijk mogelijk is drie mensen het ouderschap over een kind toe te kennen. Uit onderzoek in Zweden blijkt dat jonge stellen die niet zeker weten of ze bij elkaar blijven vaker dan voorheen toch een kind nemen. Zo zie je dat de zekerheid over je familienetwerk steeds verder afneemt. Dus stellen mensen zich vaker de vraag; bij wie hoor ik eigenlijk? Daarom is het belang van persoonlijkheidsvorming tegenwoordig zo groot.”

„Je hebt een bepaalde stevigheid nodig voor deze samenleving. We leven in een heel rationele maatschappij, vol verleidingen en keuzemogelijkheden, maar hoe je met elkaar en met gevoelens omgaat, wordt naar mijn mening verwaarloosd. Als ik hoor dat een moeder van 40 na twintig jaar haar man verlaat omdat ze verliefd is op een ander, dan denk ik: is dat nou nodig? In de jaren vijftig mocht je je gevoel niet volgen, dat werkte enorm belemmerend. Nu hebben mensen juist te vaak het idee dat ze hun gevoel moeten volgen. Bij meer vrijheid hoort ook meer je verstand gebruiken.”

„Ik wil niet alleen informeren, maar ook signaleren. Vanuit mijn functie als hoogleraar kan dat ook, er wordt verwacht dat je een visie hebt. In mijn oratie in 2006 wees ik erop dat een voortgaande integratie van bevolkingsgroepen geen vanzelfsprekende ontwikkeling is. Groepen allochtonen die gemarginaliseerd raken, de groeiende kloof tussen hoog- en laagopgeleiden en toenemende tegenstellingen tussen florerende steden en achterblijvend platteland. Hoe meer segregatie, hoe meer kans op conflict, daarom vind ik het een zorgwekkende ontwikkeling.

„Al het analyseren heeft me wel enigszins bedrijfsmatig misvormd. Dat heet ook wel kennis. Ik ben er blij mee hoor, maar ik mis soms iets in de participatie met andere mensen. Ik heb dat bijvoorbeeld als mensen zeggen: ‘Ik heb het warm.’ Daar heb ik niets aan, denk ik dan. Ik zeg dan: het is 16 graden hier, waar hebben ze het over? In het gewone sociale verkeer is dat soms wel lastig. Maar ach, dat is dan maar zo.”