Waarom sommige bacteriën je beste vrienden zijn

Een hond in huis zorgt ervoor dat gezinsleden hun micro-organismen uitwisselen. Foto Flickr / Cordey

Ze zijn met biljoenen: de micro-organismen die op en in je lichaam leven. Op je huid, op je tong en binnenin je organen. Voor The New York Times liet Michael Pollan zijn eigen ‘micro-samenleving’ onderzoeken. Met als conclusie: sommige bacteriën moet je tot je beste vrienden rekenen.

Een waarschuwing vooraf: dit is geen gemakkelijk leesbare tekst als je niet thuis bent in de wereld van micro-organismen. Pollan strooit met ingewikkelde benamingen en jargon: Helicobacter pylori, prebiotic oligosaccharides, bifidobacteria.

Maar hij wisselt het af met humor en zijn aanstekelijke verbazing over het onderwerp: dat biologen die het darmkanaal onderzoeken er geen enkele moeite mee hebben om tijdens het eten steeds over ontlasting te praten. Waarom kinderen juist wel in de modder moeten spelen. Waarom een keizersnede ervoor kan zorgen dat een pasgeboren baby niet met de ‘juiste’ bacteriën ter wereld komt (en wat je daaraan kunt doen).

Gaandeweg leer je de termen kennen en leest dit stuk participerende journalistiek steeds vlotter. Bovendien deel je de verbazing van de auteur. Het onvoorstelbare vermogen van al die organismen die op en in de mens leven, die ons doodziek kunnen maken, maar ons net zo goed voor van alles kunnen behoeden.

En waarom je je tandenborstel bij voorkeur minimaal twee meter bij je toilet vandaan houdt.

“Did you know that house dust can contain significant amounts of fecal particles? Or that, whenever a toilet is flushed, some of its contents are aerosolized? Knight’s lab has sequenced the bacteria on toothbrushes. This news came during breakfast, so I didn’t ask for details, but got them anyway.”

Lees het hele verhaal bij The New York Times (7.721 woorden, ongeveer 35 minuten leestijd).