Verbouwd Maracanã is zijn ziel kwijt

Het nationale stadion in Rio is verbouwd voor het WK in 2014. Maracanã is daarmee niet langer het stadion waar alle Brazilianen komen.

Het iconische stadion Maracanã, vlakbij het beroemde Christusbeeld van Rio de Janeiro, is na jarenlange en peperdure verbouwingen heropend. Foto’s: AFP/Reuters

Hij kan zich de eerste keer niet meer precies herinneren, maar een voetbalwedstrijd bezoeken in Maracanã was altijd een feest. „Als kind bezocht ik met mijn vader bijna alle wedstrijden”, herinnert economiestudent Pedro Vardiero (24) zich. „Het was daar altijd té vol en té druk. Die rommeligheid maakte elk duel juist geweldig.”

Bezien vanaf het Christusbeeld en de Suikerbroodberg, de twee belangrijkste bezienswaardigheden van Rio de Janeiro, springt het direct in het oog: Maracanã. Een stadsicoon als paleis voor het volk. Sinds 1950 spreekt dit stadion tot de verbeelding van iedere Braziliaan. Met plek voor 200.000 toeschouwers was het decennia het grootste ter wereld. De WK-finale tussen Brazilië en Uruguay liep uit op een nationale tragedie, want Brazilië verloor met 2-1.

Het WK in 2014 moest dit collectieve trauma uitwissen. Een verbouwing van ruim 350 miljoen euro moest er een pronkstuk van maken. Met meer vipplaatsen, glanzende gangen, liften en veel ruimte voor pers voldoet het stadion nu aan de lange lijst FIFA-eisen. Er staan WK-wedstrijden gepland, waaronder de finale. Ook de openingsceremonie van de Spelen in 2016 vindt er plaats.

Zondag wordt het stadion officieel geopend – na een half jaar vertraging en bijna drie jaar te zijn gesloten – met een oefenduel tegen Engeland (zie kader). Later in juni draait het stadion proef bij de Confederations Cup, een mini-WK. Maar het prestigeproject verliest zijn glans door vertragingen in de bouw, constructiefouten, ruzie over geld en controverses over de privatisering.

„Het is afschuwelijk”, zei voetballegende Romário onlangs tegen lokale media. „Het Maracanã was het beste stadion ter wereld en dat hebben politici en ambtenaren vernietigd.” Politicus Romário verwoordt een veelgehoorde klacht: de verbouwingen – vier keer sinds 1999, totale kosten van 650 miljoen euro – hebben de ziel uit het stadion gehaald.

De capaciteit ging terug naar 76.000 toeschouwers. Met genummerde plaatsen, een verbod op het meebrengen van grote vlaggen en het verdwijnen van de geral, de roemruchte staanplaatsen waar Brazilianen voor nog geen euro naar een wedstrijd konden kijken, is het karakter van het Braziliaanse voetbal intrinsiek veranderd, zeggen critici. De goedkoopste zitplaats (ruim 30 euro) kost komende zondag dertig keer meer dan acht jaar geleden.

Was het Maracanã vroeger een plek waar alle Brazilianen kwamen, nu zijn het vooral de rijken, vreest Christopher Gaffney, verbonden aan de universiteit van Fluminense. Hij doet onderzoek naar sociale en stedelijke verandering als gevolg van het WK en de Spelen. „Op het strand in Rio zie je een scheiding van sociale klassen, in het Maracanã kwamen alle Brazilianen samen. Nu niet meer.”

Met andere critici voert Gaffney gerichte acties tegen de veranderingen. Sociaal verzet in Rio is schaars, dus organiseren ze debatten en mobiliseren ze de lokale bevolking, vooral uit protest tegen de privatisering. Na jaren van verbouwingen en de investering van grote sommen publiek geld, besloot het stadsbestuur dit jaar het stadion van de hand te doen. Een consortium van drie bedrijven won de aanbesteding en mag het stadion 35 jaar exploiteren.

„De stad geeft het stadion praktisch gratis weg en de besluitvorming hierover is volstrekt niet transparant geweest”, zegt Gaffney, die al vier jaar inzicht probeert te krijgen in de beslissingen. Volgens diverse studies gaat het consortium er jaarlijks ruim 57 miljoen op vooruit, terwijl het nog geen twee miljoen per jaar aan pacht kwijt is. „Publiek geld, maar Brazilianen zijn te passief om ertegen in opstand te komen.”

De enige die dat wel doet is een groep indianen, al is het met een eigen agenda. Zij kraakten zeven jaar geleden een nabij gelegen pand, een voormalig museum voor de inheemse cultuur, en vechten voor het behoud ervan. Lokale politici willen er een olympisch museum van maken en lieten de onderhandelingen over het historische pand jaren slepen. Vorig maand kwam het tot een hardhandige ontruiming.

Omliggende wijken moeten worden ‘opgeschoond’ en bewoners uit hun huizen verdreven. De aangeboden afkoopsom of vervangende woonruimte is vaker niet dan wel toereikend.

Toch kan het geruzie over uitzettingen en geld de meeste Brazilianen niet deren. Het stadion is de officiële thuisbasis van de vier grootste voetbalclubs van Rio – Flamengo, Fluminense, Vasco da Gama en Botafogo (de club van Clarence Seedorf – en supporters smachten naar hun eigen stadion. Dat vindt ook economiestudent Vardiero, fervent Vasco-aanganger: „Het stadion is modern, voor mij is de ziel niet verloren. Het blijft hét symbool van Rio. Als carioca moet je daar wel van houden.”

Bezoekers zullen zich zondag tijdens de officiële opening tegen Engeland geen weg door het puin moeten banen, zoals tijdens de opening op zondag 16 juli 1950, maar ook nu is het stadion niet tijdig af. Dat is en blijft het verhaal van Brazilië – en misschien wel van elk WK.