'Schuil niet achter Spaanse pers'

Over de dubbele moord in Murcia kwamen in de Nederlandse media veel gruwelijke details naar buiten. „Ethiek is voor journalisten iets ad hocs.”

Gruwelijk. Dat zijn de details die sinds dinsdag in verschillende Nederlandse media opduiken over de moord op volleyballer Ingrid Visser en haar man Lodewijk Severein. Bron zijn de lokale Spaanse kranten La Verdad de Murcia en La Opinión de Murcia, die zich baseren op anonieme bronnen binnen de Spaanse politie. De details zijn echter niet officieel door politiediensten bevestigd, en waren daarom nog niet bekend bij de familie.

De familie reageerde dinsdagavond via een persbericht. „Voor de familie is het onbegrijpelijk dat de pers eerder over deze details beschikte dan de familie zelf. De wijze waarop bepaalde media vervolgens met deze informatie zijn omgegaan, ervaart de familie als schokkend en maakt de situatie voor hen bijna ondraaglijk.” Op sociale media werd de familie expliciet bijgevallen. Media- ethicus Huub Evers volgde de berichtgeving.

Is dit soort berichtgeving in Nederland uitzonderlijk?

„Ik kan me niet herinneren dat ik ooit in Nederlandse media zulke gruwelijke details ben tegengekomen. Normaal gesproken houden Nederlandse media meer rekening met de nabestaanden. Neem het vliegtuigongeluk in Libië in 2010 waarbij 61 Nederlanders om het leven kwamen. Toen kwam er een goede discussie in de journalistiek op gang over respectvolle berichtgeving. Met deze zaak zijn sommige media uit de bocht gevlogen.”

Hoe kan dat?

„Het lag aan veel dingen: het feit dat er eerst lange tijd niets bekend was. Dat het om een bekende topsporter ging. Toen er eindelijk feiten naar buiten kwamen, was dat uiteraard voorpaginanieuws. Maar de vraag is op welke manier je dat nieuws brengt, zeker als het om onbevestigde berichten gaat.

„In Nederland hebben we een calvinistische mediatraditie. Spaanse media kennen minder terughoudendheid, privacybescherming en mededogen met de nabestaanden. Maar Nederlandse media moeten zich niet verschuilen achter het feit dat de Spaanse media iets melden. Dan kun je bij alles roepen: op internet staat het ook. Het publiek zit niet op gruwelijke details te wachten, en de familie al helemaal niet.”

Zit het publiek hier inderdaad niet op te wachten?

„Blijkbaar willen mensen het lezen – kijk maar naar het aantal pageviews op internet. En ik hou hier een pleidooi voor terughoudendheid, maar als ik op de website van het AD kom, ga ik die details ook lezen. Maar de vraag is: moet een redactie daaraan tegemoet komen? Je kunt ook zeggen: wij nemen onze eigen verantwoordelijkheid, we houden ons aan onze eigen normen.”

Moeten de media alleen officieel bevestigde berichten publiceren?

„Ja. Maar vaak realiseert men zich dat pas achteraf. Dat komt ook door de manier waarop besluitvorming op redacties plaatsvindt. Als de adrenaline gaat opspelen, is er geen tijd voor diepzinnig overleg. Achteraf zeggen journalisten dan: hadden we dat niet anders moeten aanpakken? Maar de vraag is of uit zo’n ervaring ook iets geleerd wordt.”

En?

„Te weinig. Want over een jaar race je weer ter plaatse, zonder na te denken hoe dat ook alweer een jaar geleden ging. Daardoor is ethiek voor journalisten iets ad hocs. Ik snap wel dat er geen tijd is als het weer ergens brandt, maar ik zou proberen meer protocollen op te stellen. Dat is niet zaligmakend: de realiteit is weerbarstiger dan protocollen.

„Media zouden vaker een begeleidend kadertje kunnen plaatsen, om uit te leggen waarom ze ergens over berichten. Zo van: ‘er gaan nog veel geruchten over deze zaak, maar deze krant drukt principieel geen onbevestigde mededelingen af’. Dat zouden lezers wel waarderen.”