Rapporteur VN bepleit moratorium killer robot

In de Mensenrechtenraad van de VN in Genève is gisteren grote bezorgdheid uitgesproken over de komst van zogeheten ‘killer robots’ – autonoom opererende gevechtmachines die zonder menselijke tussenkomst hun doelen kiezen, potentiële tegenstanders herkennen en kunnen doden. De Zuid-Afrikaanse hoogleraar Christof Heyns, VN-rapporteur voor buitengerechtelijke executies, vindt dat snel moet worden besloten tot een wereldwijd moratorium op de inzet van de nieuwe wapens. Geen enkel land bezit nog zulke wapens, maar de technologie is beschikbaar of zal snel beschikbaar zijn, zei Heyns gisteren.

Net als de introductie van drones, onbemande, met raketten uitgeruste vliegtuigjes, markeert de komst van ‘killer robots’ een nieuwe fase in de moderne oorlogsvoering. Het verschil tussen drones en killer robots is dat de onbemande vliegtuigjes vanaf (grote) afstand worden aangestuurd door militairen, terwijl de robots zo zijn geprogrammeerd dat ze op eigen houtje handelen. Zo’n oorlogsvoering zonder de mogelijkheid van directe sturing komt neer op „geautomatiseerde slachting”, zei Heyns. Volgens hem is bezinning snel nodig, want als eenmaal een lijn is overschreden „is het erg moeilijk om weer een stap terug te maken.”

In zijn rapport voor de Mensenrechtenraad beschrijft Heyns dat de plannen voor invoering van killer robots grote ongerustheid oproepen over de bescherming van mensenlevens in tijden van oorlog en vrede. Los daarvan: mogelijk zullen robots het voor landen gemakkelijker maken om ten strijde te trekken.

Het rapport sluit aan op de bezorgdheid die onder andere Human Right Watch recent heeft uitgesproken over de ‘dodelijke’ robots, die elke morele en juridische grens zullen overschrijden. De VS hebben vorig jaar november gezegd dat ze in beginsel zeker de komende tien jaar geen volledig geautomatiseerde robots zullen inzetten. Volgens Heyns onderstreept die aankondiging het belang snel tot afspraken te komen.